Overpeinzingen: De radio

Om kwart over acht zijn de stratenmakers al krachtig aan het werk. Ze kloppen de klinkers in het gele verse zand dat het een lieve lust is. Wanneer zal dit zand weer het daglicht zien? denk ik terloops, zoals ik dat zo vaak denk als er iets voor lange tijd wordt opgesloten. Moderne stratenmakers hebben altijd hun gettoblaster in de buurt. Marco Borsato, hard metal, funk, René Froger. Dit maagdelijk stukje straat ziet er mooi, strak uit. Böse Strassenbauer haben keine Lieder. Maar op deze ochtend is er iets anders aan de hand. Er klinkt een nieuwsstem uit de luidsprekers, niet de stem waarmee de lezer dag in dag uit het nieuws van alledag oplepelt. Hij is zelf onder de indruk van het nieuws dat hij bekendmaakt. Hij is instrument van de geschiedenis in wording.

In de tram heeft de bestuurder de radio aan. De meeste bestuurders laten zich over het algemeen verstrooien door zachte Sky Radio muziek, een enkele zweert bij Classic FM. Maar op deze ochtend is het Radio Eén, het nieuws. Ergens in het midden zit een passagier met zijn transistor aan zijn oor geklemd. Zo kan ik nog wel een paar voorbeelden noemen.

Op 1 september 1939 gingen we na een maand vakantie aan zee terug naar huis, mijn vader en moeder en ik. Het vertrek werd vertraagd, we moesten naar de radio luisteren. De Duitsers waren Polen binnengevallen, Hitler vertelde het zelf, de Tweede Wereldoorlog was begonnen. Veel later las ik het dagboekje dat Menno ter Braak in 1938 heeft bijgehouden, toen oorlog al onvermijdelijk was, maar er in München nog enig uitstel werd bereikt. Hij wordt door een besef van machteloosheid overvallen. Er valt niets anders te doen dan naar de radio te luisteren. In de meidagen van 1940 kwamen de meldingen van de `Luchtwachtdienst'. De hele dag de radio aan. Zo hoorde ik dat er eskaders bommenwerpers op weg naar Rotterdam waren. Een half uur later waren ze te zien. Heel veel later zag ik Ettore Scola's film Una Giornata Particulare, over 9 mei 1938, de dag waarop Hitler en Mussolini elkaar in Rome ontmoeten. Niet die wereldleiders spelen daar de hoofdrol, maar twee naamlozen van wie er één nog dezelfde avond slachtoffer van de fascisten zal worden. De hele dag staat de radio aan.

Elf september 2001 is geschiedenis van de televisie. Over de moord op Fortuyn hoorde ik via de radio. Sindsdien is het niet meer opgehouden. Radio Eén en Business Nieuws Radio voor het laatste nieuws. En vervolgens zie je 'savonds op de televisie nog eens wat er gezegd is, en wat de politici vinden van wat ze hebben gezegd, en wat de commentatoren vinden van wat andere commentatoren gevonden hebben van wat de politici hebben gezegd, en wat de mensen die dezelfde dag op straat zijn geinterviewd daarvan weer hebben gedacht, terwijl ze, als ze die avond naar zichzelf zitten te kijken, er misschien weer iets anders van denken. Het kan interessant zijn, maar het is allemaal nakauwen, rehash is er een mooi woord voor. Radio is direct.

Deze terugkeer van de radio is niet een onverdeeld goed teken. Tien jaar of langer hebben we het apparaat alleen gebruikt om er de mooie muziek van onze voorkeur uit te laten komen, eventueel of meestal onderbroken door klein geklets, nieuwtjes, grappen van humoristische ijdeltuiten, glad gezwam van de reclameboodschappen, en vooral de filemeldingen en het weerbericht. Zonder jas? Paraplu? Het weerbericht was het enige nieuws waarbij je een onmiddellijk belang had. Dat was het, in die vredige tijden.

Sinds de elfde september in de wereld, en sinds 6 mei in Nederland zit er iets anders in de lucht. Het valt niet meteorologisch uit te leggen, maar het lijkt alsof de atmosfeer dikker is geworden, geladen met een gemeenheid, een aanvalslust die van alle kanten kan komen. Het is niet de gebruikelijke onveiligheid die je op je hoede doet zijn voor zakkenrollers of dronken vechtersbazen. Dat soort mensen hoort, relatief, tot de goeie ouwe tijd. Ja, ik geneer me een beetje om het te zeggen, maar wie de oorlog bewust heeft meegemaakt zal het bekend voorkomen: gluipende smeerlapperij die zichzelf plotseling ontmaskert, en dan van alle kanten, in alle gedaanten kan verschijnen.

Dat gebeurt dan ook, met een toenemende regelmaat. En denk nu niet dat ik `politiek Den Haag' op het oog heb, of dat ik iemand zit te demoniseren. Het gaat me om de algemene, dagelijks voelbare opwinding waarin je met van alles en nog wat rekening moet houden; datgene wat nauwelijks twee jaar geleden nog ondenkbaar leek. En dat je dan weer naar de nieuwsradio gaat luisteren, zoals je vader en moeder, of je opa en oma dat in de jaren dertig deden (of je dat zelf misschien voor het laatst hebt gedaan toen de Muur viel), ja, dat is een teken van deze spiksplinternieuwe tijd. Om met je eigen tijd mee te gaan heb je plotseling weer de oude radio nodig.

Het verschil is dat de luisteraars van destijds nog dachten dat ze eraan konden ontsnappen. Minister-president Hendrik Colijn eindigde toen zijn beroemde toespraak van Gaat u maar rustig slapen met de volgende volzin: ,,En daarmee, geachte luisteraars, geef ik u over aan de verpozing die de radio u pleegt te bieden.''

P.S. Vorige week was hier sprake van het boek Open Here, waarvan ik veronderstelde dat het door Joost Elffers was bedacht, en dat het geen bestseller was geworden. Tot mijn plezier hoor ik dat er wereldwijd, in de moderne talen op z'n minst 250.000 exemplaren van zijn verkocht. Het is geschreven door Paul Mijksenaar en Piet Westendorp. Ziet u een Open Here of Hier openen liggen, aarzel niet. De winkelprijs was destijd 19,90 gulden.