Nachtmerrie of droomscenario

Dokter Wisnievski heeft lunchpauze, maar geen tijd om te eten. `Lunch' betekent even geen patiënten. Hij ploft neer achter zijn kale bureautje en grijpt naar de berg briefjes met namen en nummers van patiënten die hij moet terugbellen. ,,Ik leg de moeilijke onderop'', grinnikt hij. Terwijl hij belt, worden er steeds nieuwe briefjes binnengebracht zodat de stapel nauwelijks slinkt.

Wisnievski neemt tussen twee gesprekken door een slok Mountain Dew, een cafeïnehoudende frisdrank. Hij schakelt met gemak over van `zakelijk met een grapje', als het gaat om de zuster in een bejaardentehuis waar een patiënte aan zware diabetes lijdt, naar `rustig en bemoedigend' bij een man die zijn ademhaling met een verstuiver op gang moet houden. ,,U rookt toch niet? Just don't. OK?''

Binnen een half uur is de wachtkamer al weer volgelopen. De dokter pendelt tussen de kleine behandelkamers waar hij hen onderzoekt. ,,De enige manier om geld te verdienen, is maar tien minuten per patiënt uit te trekken'', verzucht Wisnievski tussen de bedrijven door. ,,Ik vind het verschrikkelijk er zo over te praten, maar zo is het.'' Vaak geeft hij hun aanzienlijk meer tijd.

Peter Wisnievski is lid van een groepspraktijk, die op twee plaatsen praktijk houdt: in het Calvert Memorial Hospital, het streekziekenhuis in Prince Frederick, en in het Dunkirk Medical Center, een modern, laag gebouw, een half uur verder op het platteland van Maryland.

Als weer een patiënte is vertrokken zegt Wisnievski: ,,Zij is pas 45 en heeft lupus, een huidaandoening. Een jaar geleden weigerden haar nieren. Sindsdien moet zij regelmatig aan de dialyse. Vorige week moest zij opeens worden opgenomen met longontsteking Nu is ze weer een stuk beter. Dit is een van mijn favoriete patiënten. Nooit kribbig. Een erg sterke vrouw.''

Wisnievski werkt er sinds zeven jaar als `huisarts' met twaalf collega's en vier `praktijkverpleegsters', die zijn opgeleid om een deel van het routinewerk over te nemen. De meeste artsen in de praktijk zijn algemeen arts en medisch specialist, net als Wisnievski, die internist, longarts en intensive care-arts is. De anderen hebben andere specialismen (infectieziekten, reumatoloog), maar zij werken tegelijk als eerstelijnsarts. De gastro-enteroloog en de cardioloog doen alleen specialistenwerk. `Huisarts' is een begrip dat op veel plaatsen in de Verenigde Staten niet bestaat. Ouders gaan met hun kinderen in eerste instantie naar de kinderarts, vrouwen naar de gynaecoloog, of naar een internist, wat volwassen mannen over het algemeen ook doen.

De hoog opgeleide huisartsen van de Calvert Memorial-groep verwijzen in deze praktijk zo nodig naar elkaar voor specialistische zorg. De artsen én de patiënten profiteren daarvan, is Wisnievski's overtuiging: ,,Neem mijn geval. Er is hier niet genoeg werk voor een pure longarts. Op deze manier is hij toch bij de hand, terwijl de mensen uitstekende eerstelijnszorg krijgen.''

Wisnievski's zomervakantie zit er net op: één week. ,,Ik zou meer kunnen nemen, maar wat ik verdien is afhankelijk van hoeveel ik binnenbreng.'' Meestal neemt hij in de winter nog een week, plus af en toe een dag.

Trailerpark

Sinds hij zich volledig heeft ingekocht als partner, verdient Wisnievski per jaar ongeveer 150.000 dollar. In een kleinere praktijk zou hij meer verdienen, de overhead is er geringer, maar hij hoeft nu minder diensten te doen. Iedere twee maanden heeft hij weekenddienst. Dan is het heel druk. Wisnievski is daarnaast als `critical care'-arts permanent oproepbaar.

Als algemene arts gaat Wisnievski een enkele keer bij patiënten thuis op bezoek. Dat doet hij bijvoorbeeld bij een oud echtpaar dat de deur bijna niet meer uitkomt. En bij die joviale man van 69 in een trailerpark die al drie keer dood is geweest, maar die hij steeds weer heeft teruggehaald en die nu met een pacemaker en hartritmepillen weer aan het werk is.

Tussendoor pleegt hij nog wat telefoontjes. ,,Dag mevrouw Wells, ik weet dat de verzekering uw moeders pillen niet wil betalen als ze niet eerst Biox en Celebrex heeft geprobeerd. Die middelen zijn goedkoper dan Bextra, het eerste middel dat bij uw moeder de pijn van de artritis heeft verzacht. Wij hebben een assistente in onze praktijk die geneesmiddelenprotesten doet. Die zal er werk van maken. Ik zal monsters Bextra neerleggen bij de balie. Dan kan uw moeder voorlopig voort.''

Wisnievski kan zich moeiteloos opwinden over de complexiteit en de kosten van de gezondheidszorg in de Verenigde Staten. ,,Het is gewoonte de verzekeringsmaatschappijen daar de schuld van te geven. Dat is ten dele terecht, maar ik zou de patiënten niet vergeten. Die vragen vaak echt overbodige testen en pillen. Als je die niet geeft, lopen ze naar een ander. Dat drijft de kosten ook op.'' En dan zijn er systeemfouten in de gezondheidszorg. ,,Wie arm is en ouder dan 65 heeft alleen Medicare. Daar zit geen vergoeding voor medicijnen in. Die mensen probeer ik zo veel mogelijk artsenmonsters te geven.''