Na de puinhopen

De val van een kabinet komt nooit gelegen als het om de uitvoering van het beleid gaat, maar het chaotische vertrek langs de zijdeur van het kabinet-Balkenende komt op een wel heel ongelukkig moment. Niet alleen is het Nederlandse debat over een van de belangrijkste langetermijnvraagstukken, de uitbreiding van de Europese Unie, verlamd geraakt. Ook dreigen er aanzienlijke gaten in de overheidsfinanciën te worden geslagen. De algemene lijn van de Miljoenennota die op prinsjesdag is gepresenteerd, is wel besproken door het parlement, maar de financiële uitwerking ervan stond juist deze week op de rol. Die is door de val van het kabinet in het ongerede geraakt.

De vraag is hoe het parlement met de begroting voor 2003 en het belastingplan van het demissionaire kabinet zal omgaan. Het dreigement uit de hoek van de LPF, dat men uit wraak voor de `dolkstoot' van de coalitiepartners CDA en VVD de financiële beschouwingen wil verzieken, is schielijk ingetrokken maar kan niet helemaal worden veronachtzaamd. Als de Kamerleden van de LPF niet massaal de brui aan hun presentie in de Kamer geven, kunnen er nog onverwachte situaties ontstaan. Temeer daar de financiële woordvoerders van de PvdA en GroenLinks een voorstel hebben ingediend om de begroting voor volgend jaar op een aantal punten te wijzigen. Dit biedt verongelijkte LPF'ers mogelijk houvast.

Als de ingediende begrotingsplannen voor volgend jaar niet worden goedgekeurd, levert dit een gat op van 6,8 miljard euro: 3,3 miljard aan de inkomstenkant en 3,5 miljard aan de uitgavenkant. Met andere woorden: een toename van het begrotingstekort met 1,5 procentpunt van het bruto binnenlands product. Gevoegd bij het toch al oplopende tekort (geraamd op 0,5 procent in 2003) zou Nederland hierdoor volgend jaar in het nauw kunnen komen. Hierdoor zou het overheidstekort volgend jaar dicht tegen het plafond van drie procent van het Europese Stabiliteitspact kunnen komen.

De `puinhopen van Paars', waarmee Pim Fortuyn dit voorjaar zijn verkiezingscampagne voerde, zouden zo wel een heel ongewenst financieel vervolg krijgen. Door de val van het kabinet, waaraan de politieke erfgenamen van Fortuyn het hunne hebben bijgedragen, zou de begroting van volgend jaar danig ontsporen. Dat moet hoe dan ook worden voorkomen. Niemand is gebaat bij uit het lood geslagen overheidsfinanciën, waarbij het jaren kost om deze weer te redresseren. Het (demissionaire) kabinet heeft het parlement dan ook op goede gronden gevraagd de begrotingsbehandelingen voort te zetten.

Intussen werden in Brussel de Europese begrotingsregels op een andere manier onderuit geschoffeld. Romano Prodi, de voorzitter van de Europese Commissie, heeft in een vraaggesprek met het Franse dagblad Le Monde gezegd dat het Stabiliteitspact `dom is, zoals zoals alle rigide besluiten'. Voor Pedro Solbes, de Eurocommissaris voor monetaire zaken die probeert de politieke druk te weerstaan van landen met te hoge tekorten, was het een klap in het gezicht. Solbes heeft de afgelopen maanden alles in het werk gesteld om de geloofwaardigheid van het pact in stand te houden en die inspanning is nu door zijn baas terzijde geschoven. Uiteraard nam de Franse minister van Financiën, die onlangs zijn collega's doodleuk had laten weten zich niets van de regels te zullen aantrekken, de tweespalt in de Commissie onmiddellijk te baat. Hij verwelkomde de uitspraak van Prodi als een bevestiging dat de strakke regels van het Stabiliteitspact eenvoudiger en flexibeler moet worden.

Zowel de verwarring in Den Haag als de nationale prioriteiten in Parijs onderstrepen de wenselijkheid om te beschikken over een Europees ijkpunt voor het begrotingsbeleid. Daarom moet aan het Stabiliteitspact worden vastgehouden. Ook nu de betekenis van het pact ter discussie staat, omdat de economische terugval in sommige grote landen leidt tot tekorten die oplopen tot boven het gestelde maximum van drie procent. Het uitgangspunt is nog steeds geldig: op de middellange termijn (de streefdatum is verlengd tot 2006) moeten begrotingen in evenwicht zijn. Dit betekent dat over de gehele economische cyclus van meer en minder groei een behoedzaam beleid gevoerd moet worden. Als dit wordt nageleefd, kunnen de `automatische stabilisatoren' (een overschot bij hoge groei, een tekort bij recessie) onder normale omstandigheden hun werk doen. Wijkt men hiervan af, dan ontstaan er problemen.

Het is nuttig om nog eens te kijken naar de feitelijke werking van het Stabiliteitspact over de loop van de economische conjunctuur. De domme uitspraak van Prodi is daarbij niet behulpzaam. De dreiging van een budgettaire patstelling in Nederland evenmin.