Montenegro had respect van EU verwacht

Montenegro kiest morgen een nieuw parlement. Tot woede van veel kiezers heeft de EU het land voorlopig veroordeeld tot een losse federatie met Servië.

Luid toeterend trekt een lange stoet auto's langs de terrassen van Podgorica. Uit de ramen hangen joelende Montenegrijnen, zwaaiend met de Servische en de Joegoslavische vlag. Over een kwartier begint de bijeenkomst van de Socialistische Volkspartij, voorstanders van een verenigd Joegoslavië, op het centrale plein in de stad.

Nenad Rolovic en Milan Radevic stoppen hun vingers in hun oren. ,,Stomme communisten!'' Milan schreeuwt het boven het lawaai uit. De ergernis straalt van zijn gezicht. Nenad en Milan zijn jongens-van-de-vrije-markt. Ze studeren economie en houden van reizen. Die zaken hebben ze handig gecombineerd; sinds drie jaar drijven ze een reisbureau voor studenten. Inmiddels hebben ze volgens eigen zeggen zo'n zeshonderd klanten bediend.

De meest verkochte bestemmingen liggen in de Europese Unie; landen van melk en honing. Zelf zijn Nenad en Milan naar Italië, Frankrijk en Spanje geweest. ,,Prachtige steden in die landen'', zegt Nenad. Al was hij verrast door de verschillen tussen de lidstaten.

Morgen trekt Montenegro naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen, maar Nenad en Milan doen niet mee. In hun ogen spant geen partij zich in voor het belang van Montenegro. Zakkenvullers, zegt Milan. De verkiezingen zijn vervroegd; het kabinet viel na het in maart gesloten `Akkoord van Belgrado'. Daarin besloten de Joegoslavische deelrepublieken Servië en Montenegro voortaan een losse federatie van staten te vormen. Naast enkele gezamenlijke instituties zullen de twee staten een gezamenlijke buitenland- en defensiepolitiek voeren. Over drie jaar wordt het akkoord opnieuw bekeken; tot die tijd mag Montenegro zich niet afscheiden van Servië.

Het akkoord werd gesloten onder zware druk van de Europese Unie en diens buitenland-gezant Javier Solana. Hij vreest een sneeuwbaleffect. Een onafhankelijk Montenegro zou immers de roep om een onafhankelijk Kosovo versterken en dat zou weer leiden tot onrust onder de Albanezen in West-Macedonië en Zuid-Servië en onder de Serviërs in Bosnië.

Maar veel Montenegrijnen, met name president Milan Djukanovic en de zijnen, willen onafhankelijkheid. Djukavovic' bondgenoten namen hem het compromis dan ook niet in dank af en brandmerkten hem als een `verrader'. Ze zegden hun steun aan zijn minderheidsregering, waarna die viel. Lijmpogingen mislukten.

Het akkoord heeft de tweespalt in de Montenegrijnse samenleving verhevigd: de pro-onafhankelijken staan lijnrecht tegenover de pro-Joegoslaven. En de tweespalt gaat dieper. Jong staat tegenover oud, stad tegenover platteland, opleiding tegenover ambacht.

Professoren en studenten, journalisten en ondernemers; ze lijken de natuurlijke bondgenoten van de Europese Unie te zijn. Wie hoofdredacteur Vlado en zakenman Milan hoort praten, luistert naar een reclamespot voor het nieuwe Europa. ,,Hoe moeten we Montenegro moderniseren'', herhaalt Milan. ,,Simpel. We moeten de corruptie hard aanpakken, onze staatsondernemingen privatiseren, belasting betalen en ons onderwijs op de praktijk richten.''

Maar steunt de EU hun bondgenoten? Nee, meent hoofdredacteur Vlado. ,,We hadden meer respect van de EU verwacht. We hebben ons tegen Slobodan Miloševic gekeerd, we hebben veel van zijn oppossanten onderdak geboden. En nu schaart de EU zich aan de zijde van de Miloševic-getrouwen.'' Volgens de pro-onafhankelijken heeft de EU de kant gekozen van de pro-Joegoslaven, van de nationalisten en de tegenstanders van het Joegoslavië-tribunaal.

Daar is Ratko Vukovic. Waar de ondernemers Nenad en Milan over het terras buitelen in hun strak gesneden jeans en rib-colbertjes, onderwijl de meisjes kussend, schuift Ratko behoedzaam aan. Zijn ogen schieten heen en weer. Ratko is elektricien en, verklaart hij, een fervent aanhanger van een verenigd Joegoslavië.

Hij heeft er zelfs voor gevochten, eerst in Bosnië, later in Kosovo. Ratko maakte deel uit van een paramilitaire eenheid. Zelf omschrijft hij het als een dynamische eenheid. ,,Soms moest er agressief werk worden gedaan waartoe het reguliere leger niet in staat was.''

Ratko ziet niets in een onafhankelijk Montenegro: ,,We zijn immers allemaal Serviërs.'' Zijn familie, Servisch, is al meer dan zeshonderd jaar in Montenegro. Er volgt een betoog over de nationale identiteit van Montenegro. Bovendien, zo sluit hij af, biedt een verenigd Joegoslavië betere economische vooruitzichten. Waarvan moet het kleine Montenegro met zijn zeshonderdduizend inwoners leven?

De Europese Unie heeft ,,ons zeker geholpen'', zegt de oud-paramilitair. In de stad verschijnen dan al de eerste auto's, met daarin de schreeuwende aanhangers van de Socialistische Volkspartij. Ook Ratko maakt zich op om naar het centrale plein te trekken. Hij gaat morgen, in tegenstelling tot de `vrije jongens' Nenad en Milan, wel stemmen – voor Montenegro en dus voor Joegoslavië.