`Jan Modaal' kansloos op huizenmarkt

Het aantal mensen in Nederland dat een woning kan kopen is de afgelopen jaren fors afgenomen. Dat blijkt uit een onderzoek door deze krant naar de Nederlandse woningmarkt.

In 1997, het jaar waarin Nederland voor het eerst méér koop- dan huurwoningen telde, verdiende de helft van de Nederlandse huishoudens genoeg om een gemiddelde eengezinswoning te kunnen betalen. Maar dat aantal is sindsdien gedaald tot 30 procent – van de bijna zeven miljoen huishoudens in 2000, het laatste jaar waarover inkomensgegevens beschikbaar zijn. In 2002 kan met het – geschatte – gemiddelde huishoudeninkomen van 28.000 euro alleen nog een gemiddelde eengezinswoning worden gekocht in Groningen en Friesland.

Het kabinet-Balkenende, sinds deze week demissionair, streeft net als zijn paarse voorgangers naar vergroting van het aantal eigenwoningbezitters in Nederland. Maar de prijzenhausse op de huizenmarkt maakt het voor grote groepen onmogelijk om een eengezinswoning of appartement te bemachtigen. Deskundigen noemen met name de `starters' op de woningmarkt en de huishoudens met één inkomen als grote verliezers, al weten zij niet hoe groot deze groep is.

Om deze groep `kanslozen' op de woningmarkt in kaart te brengen heeft deze krant, in samenspraak met het Centraal Planbureau (CPB), daartoe een methode ontwikkeld. Omdat het inkomen de belangrijkste financieringsbron voor een woning is en voor nieuwkomers doorgaans de enige bron, bepaalt de hoogte daarvan hoeveel een huizenkoper kan lenen. Dan weet die dus ook hoe duur het gewenste huis mag zijn. Door deze `koopkracht' van de huishoudens af te zetten tegen de huizenprijzen, kan worden bepaald welke inkomensgroepen de gemiddelde woning nog kunnen betalen.

Uit deze meting, waarbij geen rekening wordt gehouden met het eigen vermogen, blijkt dat het aantal mensen dat zo'n woning kan kopen overal in Nederland afneemt. Zo kon in 2000 in provincies Groningen en Friesland nog maar de helft van alle huishoudens een gemiddelde eengezinswoning betalen, tegen 70 procent in 1997. In Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland was dat in 2000 maar 20 procent, tegenover 40 procent in 1997.

Voor `Jan Modaal', het fictieve personage met een gemiddeld inkomen, zijn de uitkomsten nog pregnanter. In 1997 kon hij nog een gemiddelde eengezinswoning in zowel Groningen, Friesland als Zeeland betalen. Maar in 2000 kon hij zich in deze provincies alleen nog maar een appartement veroorloven. En anno 2002 alleen nog maar een appartement in Friesland.

starters : pagina 14