Jackson Browne

Het titelnummer `The naked ride home' van Jackson Brownes twaalfde album voert onmiddellijk terug naar de melancholieke schoonheid en de existentiële wanhoop van zijn meesterwerk Late For the Sky uit 1974, zodanig dat zelfs de hoesfoto van een wachtende auto voor een schaarsverlicht huis weer opdoemt.

Geen andere singer/songwriter uit het gouden tijdperk van de Californische cocaïnepop heeft de teloorgang van de idealen van de hippiegeneratie zo goed en zo persoonlijk kunnen verwoorden als Browne, een levende legende die zijn dagen nu slijt in het voorprogramma van de honderd maal banalere Tom Petty. Niet alle nummers van The Naked Ride Home halen de intensiteit van het openingsnummer, vooral wanneer Browne zich vergrijpt aan namaakreggae of zijn muziek al te Californisch-glad klinkt. Maar de melancholie in zijn stem is onverminderd en het heeft iets geruststellends om vast te stellen dat romantische idealen nog altijd als ingestorte zandkastelen door zijn vingers glippen.

Jackson Browne: The Naked Ride Home (Warner/Elektra) ****

    • Jan Vollaard