In Afrika kunnen journalisten de wereld nog veranderen

George heeft pijn tussen zijn benen. Met strakke jeans was hij aan de mars door de moerassen van Soedan begonnen samen met de rebellen. George komt uit het zuiden van Soedan, maar hij woont in ballingsschap in de hoofdstad van Oeganda. Daar begon hij aan een journalistieke carrière. Voor het eerst in jaren is hij terug in zijn vaderland. Een pijnlijke ervaring. Hij is niet meer gewend aan het harde leven in de bush. Zijn testikels schuren, zijn schoenen klemmen, zijn maag rommelt en zijn rug steekt na vele matrasloze nachten. ,,Journalistiek in Afrika is een zwaar vak'', verzucht hij bij een temperatuur van boven de veertig graden.

Journalistiek is ook een mooi vak, vindt George. ,,Als ik de straat opga, hang ik altijd de recorder aan mijn schouder. Ook als ik alleen een pak waspoeder ga kopen. Dat geeft me aanzien'', zegt hij trots. ,,Wij journalisten kunnen de wereld veranderen en vrede brengen in Soedan.''

Daar waar in Nederland de journalistiek zijn glans heeft verloren en de ouderwetse reporter is verdreven door de computerklerk, wint de journalist in Afrika juist aan invloed. Na jaren van politieke eenheidsworst onder de autoritaire regimes na de onafhankelijkheid hebben journalisten het meest geprofiteerd van de democratisering begin jaren negentig. Kranten worden gretig verslonden. Armoedige Afrikanen lezen bij krantenkiosken de voorpagina's. Zij die zich de aanschaf van een krant kunnen permitteren, geven deze door aan veel volgende lezers. Journalisten schrijven verhalen over corrupte politici en zakenlui. Hoewel de gevolgen van hun onthullingen beperkt blijven, smullen de lezers ervan. De berichtgeving maakt hen bewuster en mondiger.

Op een continent met een belabberde infrastructuur bereikt de radio de meeste mensen, gevolgd door kranten. De invloed van de televisie blijft goeddeels beperkt tot een stedelijke elite. In landen met een burgeroorlog als Congo en Soedan moeten de meeste bewoners het stellen zonder nieuws en analyse. In Zuid-Soedan verschijnt geen enkele krant en behalve het gehate regeringsstation valt er ook al weinig te beluisteren. George werkt voor het met Nederlands ontwikkelingsgeld gefinancierde Voice of Hope, met enkele uren uitzendtijd per week een van de spaarzame geluiden in de ether. George kan met zijn reportages inderdaad nog invloed uitoefenen. Want als iemand in een dorp batterijen heeft, verzamelt de hele gemeenschap zich om diens radio. In Zuid-Soedan wordt nog naar journalisten geluisterd.

Bij snel geïrriteerde machthebbers staan ze minder in aanzien. ,,Journalisten zijn verwekt in rivierbeddingen'', zei een Keniase politicus eens snierend. Waarmee hij bedoelde dat ze alemaal bastaarden, buitenechtelijke kinderen, zijn. Routineus worden journalisten gevangen gezet, geïntimideerd of omgekocht. In het doorgaans toch redelijk vrije Oeganda sloten vorige week veertig grimmig kijkende detectives op bevel van de overheid het dagblad de Monitor. De gefrustreerde hoofdredacteur Charles Onyango-Obbo schreef daarover deze week in een Keniase krant: ,,De sluiting onderstreepte dat persvrijheid bestaat bij de gratie van de goedheid van de staat, niet door sociale veranderingen of door politieke strijd.''

Van een nationale cultuur van het vrije woord is in de meeste Afrikaanse staten nog geen sprake. Dat is niet alleen de schuld van onzekere en intolerante machthebbers. Het respect voor de `Grote Man', de onaantastbare leider die behendig in de voetsporen loopt van het traditionele Afrikaanse opperhoofd, hindert de ontwikkeling van een kritische houding van burger én journalist.

In Sierra Leone werkte ik eens dagenlang samen met een plaatselijke journalist. Kritisch sprak hij over de gruweldaden die waren begaan door de rebellenbeweging van Fodoh Sankoh. Tot we Fodoh Sankoh zelf ontmoetten. Hij ging voor de rebellenleider op de knieën, prees diens politieke inzicht en populariteit. De journalist was ten prooi gevallen aan het `Grote Man-syndroom'.

De ontluikende, vrije journalistiek heeft al wel enkele wapenfeiten op haar naam staan. Door de opkomst van de privé-radiostations in Senegal werd het twee jaar geleden haast onmogelijk om de verkiezingen te vervalsen. Verslaggevers telden mee in de stembureaus, zonden hun uitslag onmiddellijk naar hun studio's, waarna de overheid niet meer met de uitslag kon sjoemelen.

De heersers in Kenia proberen de tribale bevolkingsgroepen tegen elkaar uit te spelen. De pers analyseert deze cynische politiek en onthult hoe politici knokploegen vormen om tegenstanders in elkaar te rammen. Tijdens het eenpartijstelsel bleef de burger onwetendheid over dit grove machtsspel en leefde hij in de veronderstelling dat dit primitieve stammenhaat betrof. Nu kunnen de Kenianen dit spel doorzien waardoor ze veel minder gemakkelijk dan vroeger meedoen aan de `tribale' gevechten. Daarom zijn de hoog opgelopen politieke spanningen in Kenia minder explosief dan in bijvoorbeeld Ivoorkust.

In Ivoorkust, waar de overheid een soortgelijk machtsspel als in Kenia speelt, bood de zwakke pers geen tegengas. ,,De Ivorianen hebben nooit de aard van hun monster bestudeerd'', schrijft de Keniase columnist John Githongo deze week.