Iedereen betaalt straks de rekening

De belofte om toe te mogen treden tot de EU heeft landen als Polen en Hongarije een democratie opgeleverd. Als de EU nu afhaakt, resteren armoede en oorlogsdreiging.

Politieke chaos, economische instabiliteit en uiteindelijk maatschappelijke ontwrichting. Dat zal Midden- en Oost-Europa treffen als de vijftien lidstaten van de Europese Unie besluiten de uitbreiding met tien nieuwe landen niet te laten doorgaan. Die wanorde zal er onvermijdelijk toe leiden dat grote stromen migranten op gang komen – en uiteindelijk zal de Europese Unie zelf het slachtoffer worden.

Zo ziet kort gezegd het scenario eruit als de lidstaten van de Europese Unie op het laatste moment toch zouden afzien van de uitbreiding. Omdat het te veel geld kost, of omdat niemand leiding kan geven aan wat wel het grootste, ingewikkeldste onderhandelingsproces uit de geschiedenis van de internationale politiek wordt genoemd, of omdat de eigen binnenlandse politiek de blik op het grotere Europa even vertroebelt.

Om te beginnen zal er bij de kandidaten sprake zijn van enorme teleurstelling en boosheid. Boosheid omdat de kandidaten toch weer in de mooie praatjes van een grootmacht zijn getrapt. Dit keer van de Europese Unie.

De grootmachten hebben geen beste naam in de uiterst kwetsbare regio van Midden- en Oost-Europa. Ingeklemd tussen het rijke Europa en het despotische en chaotische Rusland zijn deze landen altijd een speelbal geweest van de internationale politiek. De generatie van de grootouders ligt nog vers in het geheugen hoe ze aan het einde van de Tweede Wereldoorlog plotseling achter een `IJzeren Gordijn' werden geplakt: platgebombardeerd en kapotgevochten werden de landen van Midden- en Oost-Europa zonder slag of stoot aan Stalin overhandigd.

Veertig jaar lang moesten ze stiekem via krakkemikkige radiootjes volgen hoe West-Europa zich voorspoedig ontwikkelde. Via diezelfde radiootjes smeekten ze om hulp toen Sovjettanks een einde kwamen maken aan de Hongaarse opstand in 1956 en aan de Praagse Lente in 1968. Maar het Westen kwam niet. Zelfs niet toen het communistische Polen in 1981 de staat van beleg afkondigde en de hele oppositie achter slot en grendel zette.

Pas toen de Midden- en Oost-Europeanen zichzelf bevrijdden van het communisme en de Berlijnse Muur met de hand afbraken, kwamen de Westerse politici met uitgestoken armen. De grote staatslieden beloofden dat het Westen het Oosten nooit meer in de steek zou laten. De deur naar de Europese Unie werd met een groots gebaar wagenwijd opengezet. De Duitse bondskanselier Helmut Kohl en de Franse president François Mitterrand dachten dat het met een paar jaar gepiept zou kunnen zijn – nog voor de eeuwwisseling.

Het regende beloftes, maar de praktijk bleek taai. De nieuwe democratieën moesten vanaf de grond worden opgebouwd. De communisten hadden een lege schatkist en een failliete boedel achtergelaten. Voor de gewone burger zou het voorlopig alleen maar zwaarder worden. Fabrieken moesten dicht, de werkloosheid groeide, de kosten voor levensonderhoud sprongen omhoog, de pensioenen bleken niets meer waard, spaarcentjes gingen in rook op.

De beginnende ondernemer had moeite om vaste grond onder de voeten te krijgen op de vrije markt. De kandidaat-landen werden overstroomd door nieuwe wetten. Elke maand golden er nieuwe regels. Dat moest omdat ze, wilden ze lid worden van de EU, tachtigduizend pagina's aan gemeenschappelijke Europese wetgeving moesten overnemen. Terwijl de kleine Poolse ondernemer overuren maakte om wijs te worden uit de wirwar van regels en iedere maand gigantische bedragen kwijt was aan rente op leningen van de bank, verrees tegenover hem in het weiland de ene Franse hypermarkt na de andere. De buitenlander begon eerder geld te verdienen op zijn markt dan hij.

Maar, zo troostten de inwoners zichzelf, al die offers zouden uiteindelijk allemaal leiden tot het felbegeerde lidmaatschap van de Europese Unie. Dan zouden de nieuwe landen als gelijke partners gelden, mee kunnen delen in de welvaart van de interne markt en nooit meer afhankelijk zijn van welke grootmacht dan ook; sterker nog, ze zouden zelf grootmacht zijn.

Zonder het perspectief van de EU – en de gelden die door Brussel beschikbaar werden gesteld – hadden de gestagneerde samenlevingen van Midden- en Oost-Europa de afgelopen tien jaar niet van hun plaats kunnen komen. Het beloofde lidmaatschap heeft als breekijzer gefungeerd. Om echte democratische spelregels af te dwingen. Om de markten open te gooien. Om tot een vergelijk met de buurlanden te komen. Om Roma en andere minderheden rechtszekerheid te bieden. Om zware industrie aan banden te leggen en duizenden mensen op straat te zetten. Om slaperige grensovergangen om te bouwen tot hypermoderne douanekantoren.

Alleen al het wapperende blauwe vlaggetje met de gouden sterren aan de horizon was genoeg voor landen als Roemenië en Bulgarije, maar ook Albanië, Kroatië, Macedonië en de rest van het voormalige Joegoslavië om zich aan de Europese orde te onderwerpen. Althans om daar een begin mee te maken.

Dit ordenend principe van de EU wordt in één klap weggevaagd als nu besloten wordt niet uit te breiden. De regeringen in de regio zullen geen argumenten meer in handen hebben om verder te gaan met pijnlijke, maar noodzakelijke hervormingen. Politieke leiders zullen hun toevlucht nemen tot cliëntelisme en corruptie, zoals dat eeuwenlang in dit gebied heeft gewerkt. Nationalisme zal terugkeren als beproefd middel om de massa's te manipuleren. Achter een nieuw, onzichtbaar gordijn zal niet de orde van de EU maar die van Oekraïne de overhand krijgen.

Een typisch Europees compromis om een aantal kandidaten wel toe te laten en andere voorlopig niet, is wat dat betreft geen oplossing. Duitsland, het meest Midden-Europese land van de EU, weet dat het Oekraïne aan zijn oostgrens zal voelen als Polen in de kou moet blijven staan. Berlijn kent zijn geschiedenis en weet dat een `cosmetische' uitbreiding met een paar minilandjes als Estland, Slovenië en misschien Hongarije en Tsjechië niet de vereiste stabiliteit zal brengen in de regio.

Duitsland is zich als enige bewust van de psychologie van het gebied en weet dat economische ongelijkheid alleen maar spanning tot gevolg zal hebben en dat armoede grote groepen migranten in beweging zal zetten. En dat ze allemaal via Duitsland zullen komen en het land – niet voor de eerste keer in de geschiedenis – in een onmogelijke positie zullen brengen.

    • Renée Postma