Even Piet Hein bellen

Zevenentachtig dagen hield het kabinet-Balkenende het uit. Het was in feite het kabinet-Donner, zeggen bewindslieden en fractieleiders. Maar LPF-kiezers zien dat anders. Hun nieuwe held heet Jan Peter. Over anti-revolutionaire waarden, een oplopend begrotingstekort, en een ontslagen chauffeur.

Dinsdag 15 oktober, 23.15 uur, bij de Trêveszaal. Een donkere dienstauto rijdt zachtjes achterwaarts in op een kluwen journalisten voor de deur. Binnen schuilt alleen nog de minister-president, Jan Peter Balkenende. De andere ministers hebben de vergadering eerder op de avond verlaten. ,,Moet Balkenende soms in de kofferbak?'' roept iemand.

De achterkant van de auto staat inmiddels pal voor de deur. Balkenendes woordvoerder Gerard van der Wulp posteert een veiligheidsman op de route naar het autoportier. De premier wil straks wel ,,enkele woorden'' zeggen, maar als de premier daarna niet metéén weg kan, komt hij niet. Balkenende wil een korte ontsnappingsroute.

Balkenende komt. Hij krijgt een beetje ruimte. Hij spreekt van een ,,zorgelijke situatie'' in de LPF, die ,,de positie van het kabinet raakt''. En hij rept van ,,daadkracht''. De volgende dag zal hij de Tweede Kamer laten weten dat hij van plan is zijn ontslag aan te bieden aan de koningin.

Het ging snel met Jan Peter Balkenende. In oktober 2001 werd hij onverwachts politiek leider van het CDA. Daarna leidde hij de partij in een half jaar uit een interne crisis naar een verkiezingsoverwinning. Hij werd formateur, en later premier, maar nog geen drie maanden later valt het kabinet en lijkt hij slachtoffer van de chaos bij coalitiepartner LPF. Dan dringt de vraag zich op: hoe daadkrachtig was Jan Peter Balkenende?

Uit gesprekken met partijgenoten, bewindslieden en coalitiepartners ontstaat een genuanceerder beeld van de 87 dagen van het kabinet-Balkenende. Inderdaad, tijdens de formatie toonde Balkenende daadkracht, of beter: haast. Als er problemen waren, twijfelde hij soms. Dan keek hij naar zijn meer ervaren rechterhand, minister Piet Hein Donner van Justitie. Die stond Balkenende tijdens en na de formatie bij. Met raad én met daad.

Verkiezingsavond, 15 mei, rond middernacht. In het overvolle café Dudok in Den Haag wordt Jan Peter Balkenende als een held binnengehaald door zijn partij, het CDA. De partij is met 43 zetels verreweg de grootste fractie in de Tweede Kamer. Maar dé sensatie van de avond is de Lijst Pim Fortuyn, die met 26 zetels de tweede partij van het land wordt. En dan beseft Balkenende dat hij een probleem heeft: de voornaamste kandidaat-coalitiepartner is een inderhaast bijeengeschraapte, bonte verzameling burgers zonder politieke ervaring en zonder helder program en zonder voorman, want Pim Fortuyn is negen dagen eerder vermoord. Balkenende noemt de LPF in die verkiezingsnacht ,,een black box''.

Cees van der Knaap, rechterhand van Jan Peter Balkenende in de CDA-fractie en ook tijdens de campagne, neemt de rechtsgeleerde Piet Hein Donner rond middernacht apart op het terras. Het moment is gekomen om hem namens Balkenende de vraag voor te leggen of Donner informateur wil worden.

Balkenende en Donner kennen elkaar goed. Toen het CDA kampte met een identiteitscrisis na de enorme verkiezingsnederlaag in 1994, leidde de voormalige antirevolutionair Donner, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de commissie die moest komen tot een ideologische herbezinning. De jonge geleerde Balkenende, ook van antirevolutionaire huize, was Donners secretaris. Samen schreven zij het rapport Nieuwe Wegen, Vaste Waarden, dat het CDA in de jaren negentig de weg zou wijzen.

Hun relatie werd hecht: de beide ideologen lagen inhoudelijk op één lijn en werden gedreven door vergelijkbare waarden, zoals een sterke nadruk op verantwoordelijkheid en normbesef. Waarden die later, tijdens de formatie van dit jaar, zouden worden vertaald in motto's als `daadkracht en duidelijkheid', en `fatsoen moet je doen'.

Donner was in hun relatie het zwaargewicht, Balkenende de jonge hond. ,,Dat was toen heel duidelijk'', zegt Cees van der Knaap later als hij staatssecretaris van Defensie is.

Op het caféterras van Dudok stelt Donner geen vragen noch voorwaarden. Een mogelijk ministerschap komt niet ter sprake. Hij zegt meteen ja. Donner is nog niet bij de koningin geweest, als hij enkele dagen later op de fiets op het Binnenhof wordt gesignaleerd. Donner zal een sterk stempel drukken op de informatie. Zo sterk, dat veel betrokkenen spreken van het `kabinet-Donner' in plaats van het kabinet-Balkenende. ,,Ze opereren als een twee-eenheid'' zegt de ene minister. ,,Balkenende zet geen stap zonder dat Donner het weet'', meent de ander. VVD-leider Zalm: ,,De pen van Donner was natuurlijk wel prominent aanwezig. Hij werkte wel achttien uur per dag.''

De eerste uitdaging voor het duo Donner-Balkenende is de VVD. De VVD is noodzakelijk om een meerderheidskabinet te kunnen vormen. Maar VVD-leider Zalm vindt dat zijn partij na de verkiezingsnederlaag ,,recht noch plicht'' heeft om te regeren, zo vertelt hij eind september. Hij zit rokend in zijn werkvertrek in de Tweede Kamer, een ruime salon met uitzicht op het Binnenhof en de Eerste Kamer. De spanningen in de fractie van de LPF lopen op, maar Zalm durft er nog wel ,,een fles goede wijn'' om te verwedden dat het kabinet de vier jaar volmaakt. Hij ontkent ook dat zijn aanvankelijke terughoudendheid te maken had met het te verwachten wespennest in de LPF. ,,Als je ondanks het feit dat je hebt verloren toch gaat regeren, loop je het risico dat je nog harder verliest.''

Het CDA, zegt Zalm, wilde met het nieuwe kabinet de rust in land doen weerkeren na de moord op Pim Fortuyn. De VVD-leider had iets anders voor ogen: ,,Het uitvoeren van programmapunten die niet onder paars konden. Ik ben niet geroepen mijn verkiezingsprogramma weg te gooien ten einde de stabiliteit van Nederland te redden.''

Terugkijkend op de formatie zegt Zalm aanvankelijk over informateur Donner dat hij het ,,heel goed deed''. Donner schrijft niet alleen formele vergaderingen uit. Op zondag gaat hij ook bij iedereen langs, om te horen welke irritaties er waren. ,,Dan dronken we een glas wijn en babbelden over het een en ander'', zegt Zalm.

Donner wil weten wat zwaar ligt en wat niet, ,,en dat is nuttig''. Zo stoort het Zalm de eerste twee weken dat Balkenende geen positief woord over de VVD zegt. ,,Hij zat alleen maar te zeiken, althans en public. Dan begon-ie nog eens te vertellen dat het financieel beleid van Paars ook misgelopen was.'' Balkenende staat nog te veel in de `verkiezingsstand', zegt Zalm tegen Donner. ,,Nadat ik dat gezegd had, was het gelijk over.''

Ook LPF-onderhandelaar Herben toont zich onder de indruk van Donner. In het Hollands Dagboek dat hij tijdens de informatie een week lang bijhield, meldt hij trots dat Donner hem op zondag twee keer belde. De tweede keer zegt Donner tegen Herben dat hij voortaan Piet Hein mag zeggen.

De onderhandelingen worden voornamelijk gevoerd tussen VVD en CDA, geeft Zalm aan. Hij herinnert zich dat hij nauwelijks is ,,gepiepeld'' door Donner en Balkenende. ,,Donner heeft zich heel netjes aan zijn rol gehouden'', zegt Zalm over de eerste fase van de formatie.

Andere betrokkenen oordelen dat Zalm de onderhandelingen zelfs domineert, omdat hij als ervaren minister, bovendien nog demissionair actief op Financiën, een grote informatievoorsprong had. Maar hij kan in elk geval LPF-onderhandelaar Mat Herben overtuigen dat hij daarvan geen misbruik maakte. ,,Dat is de wet van de remmende voorsprong: als hij daar gebruik van maakt, gaan anderen er juist tegenin'', legt Herben in augustus uit, als hij terugkijkt op de formatie. Herben is dan net afgetreden als fractievoorzitter en rust uit. Als LPF-onderhandelaar leerde hij dat hij informatie kon opvragen bij ministeries. Dan vroeg hij bijvoorbeeld over de Tweede Maasvlakte ,,hoeveel dat nou kost''. Herben: ,,Dan lees je dat en dan weet je ook alles. Dan kan je ook meepraten.'' Hij nam elke avond stapels papier mee naar huis.

Voor Herbens aandeel in de formatie tonen de anderen waardering. Zij vinden het verstandig dat hij zich op een paar zaken concentreert: het kwartje van Kok, veiligheid en vreemdelingenbeleid. Zalm zei regelmatig na afloop van de onderhandelingen iets aardigs tegen Herben over diens optreden.

Bij financiële onderwerpen neemt Herben de Rotterdamse fiscalist Van Eijck mee, die ook goede contacten met de LPF-fractie opbouwt. Cees van der Knaap, zelf dan nog fractiesecretaris van het CDA, beschouwt Van Eijck als een soort collega. Dat geldt trouwens ook voor de `echte' LPF-fractiesecretaris, Joost Eerdmans. Die kent hij nog uit Rotterdam, toen zij beiden deel uitmaakten van de programcommissie van de plaatselijke CDA-afdeling. Van der Knaap was van die commissie voorzitter, Eerdmans secretaris. Ze wijzen de LPF de weg, maar onderhandeld wordt er alleen aan tafel bij Donner.

De formatie verloopt inhoudelijk soepel. CDA en VVD weten elkaar te vinden op belangrijke twistpunten, zoals de WAO (waar de hardere ingrepen die de VVD wil afhankelijk worden van de daling van de instroom van zieke werknemers in de eerste twee jaar) en de invoering van een nieuw ziektekostenstelsel. Bij dat laatste onderwerp wordt vooral hard gevochten over de manier waarop de lagere inkomens worden gecompenseerd. De VVD is tegen de uitbetaling van subsidies via de belastingdienst, zoals het CDA wil. Volgens Van der Knaap overweegt het CDA er zelfs een ,,breekpunt'' van te maken. Dat wordt voorkomen door een compromis op de laatste dag van de informatie in de vorm van een zogenoemde kinderkorting.

Tijdens het informeren worden de onderhandelaars overvallen door slechte economische verwachtingen. Balkenende blijft erop hameren dat het cruciaal is dat de staat voldoende ruimte heeft om de staatsschuld binnen één generatie af te lossen. Daarom mag er geen begrotingstekort ontstaan. Afgesproken wordt om voor bijna acht miljard euro, een recordbedrag, te gaan bezuinigen. ,,Balkenende heeft een sterk verantwoordelijkheidsgevoel voor de komende generaties'', zegt zijn partijgenoot Van der Knaap.

Al in de eerste weken na de installatie accepteert het kabinet tóch een begrotingstekort in het eerste jaar en dat stuit op weerstand bij werkgevers, werknemers én de nieuwe LPF-minister Heinsbroek van Economische Zaken. Zij achten in de verslechterende economische situatie extra investeringen belangrijker dat het tot iedere prijs beperken van het tekort. Zij willen daar nog overheen om extra te investeren in de economie.

Van der Knaap volgt deze discussies in september op Defensie. Hij is, vertelt hij met een boterhammetje in de hand, tegen zijn verwachting in staatssecretaris geworden. De bedoeling was dat hij een belangrijke rol in de fractie zou blijven spelen. Datzelfde had Van der Knaap Balkenende vóór de formatie aangeraden: zelf in de Kamer blijven om de partij te leiden vanuit de fractie. ,,Maar hij was vastbesloten om in het kabinet te gaan, want hij wilde bestuurlijke verantwoordelijkheid.''

Dat had niet te maken met de grote verkiezingsoverwinning, zegt Van der Knaap, want de beslissing van Balkenende om het kabinet in te gaan, nam hij al drie maanden vóór de verkiezingen. Dat was in februari, toen Balkenende officieel door de CDA-leden in Rotterdam op het schild werd geheven als lijsttrekker. ,,Hij vond alle aandacht die op hem als fractieleider afkwam maar niets'', aldus Van der Knaap. ,,Hij wilde liever minister van bijvoorbeeld Financiën worden dan fractievoorzitter.''

Vervolg op pagina 24

Even Piet Hein bellen

Vervolg van pagina 23

Tijdens de verkiezingscampagne wordt het Balkenende en Van der Knaap al duidelijk dat het premierschap in het verschiet ligt – de kiezers reageren enthousiast op `JP', terwijl Fortuyn de paarse bastions omvertrekt. De twee dineren op een avond in een restaurant in Den Haag met oud-premier Van Agt. Die vertelt Balkenende dat hij zich in 1977 afvroeg of hij, met slechts ervaring als minister van Justitie, de capaciteiten zou hebben om minister-president te worden. ,,Ik twijfelde'', zegt Van Agt. ,,Ik niet'', antwoordt Balkenende.

Als Balkenende op 4 juli tot formateur wordt benoemd, heeft hij voor alle posten in het kabinet de namen van de CDA-kandidaten bij de hand. Het zijn ideologisch nauw verwante mannen als Cees Veerman (Landbouw), Aart-Jan de Geus (Sociale Zaken) en natuurlijk Donner. ,,Iedereen die het moest worden, is het geworden'', zegt Van der Knaap.

Alleen Onderwijs leverde strijd op. Het CDA claimde het ministerie voor zijn onderhandelaar Maria van der Hoeven, maar de VVD wilde het ook hebben. LPF-onderhandelaar Herben herinnert zich nog hoe hij op de gang zat van de Eerste Kamer met CDA-onderhandelaar Van der Hoeven. Terwijl Zalm apart met Balkenende praat, zegt Herben: ,,Begrijp jij nou wat er is met Gerrit?'' Nee, Van der Hoeven begrijpt het ook niet. ,,Wat heeft-ie?'' We hadden toch alles geregeld in het regeerakkoord, de bijzondere scholen blijven, en dat soort dingen'', zegt Herben. ,,Ik heb een keer gezegd: als jullie mekaar niet vertrouwen, met het Onderwijs, dan wil ik het wel hebben. Ik had op dat moment Vic Bonke (Kamerlid, red.) klaarstaan. Maar dat wilde ze niet.''

Bijna lopen de gesprekken nog vast, als de LPF-fractie Herben keer op keer blijft terugsturen naar de onderhandelingstafel zolang hij niet terugkomt met een aparte minister van Integratie en Vreemdelingenzaken, die is ondergebracht op het ministerie van Justitie. De VVD steunt Herben en schermt met een notitie van Henk Kamp, de VVD-kandidaat voor die post, waaruit blijkt dat het kan. Opnieuw blijkt de grote invloed van Donner. Bij ieder nieuwe fase in de discussie loopt Balkenende naar buiten en belt hij Donner, dan al de beoogde kandidaat voor Justitie. Die blijft maar juridische en praktische bezwaren inbrengen. ,,Dat vond ik niet zuiver'', zegt Zalm over het optreden van Donner. Als voormalig informateur blijft hij achter de schermen doorsturen. De vasthoudende LPF-fractie wordt ten slotte tot bedaren gebacht als Van der Knaap bij fractiesecretaris Eerdmans langsgaat. Of de ,,meute'' nu zijn mond eens wil houden.

Voor Zalm was overigens van begin af aan duidelijk dat de andere onderhandelaars hem persoonlijk in het kabinet wilden. ,,Ik heb dat nooit uitgesloten, dat doe ik sowieso nooit. Maar als je niet zegt `uitgesloten', dan denken ze: hij doet het wel. Ik denk dat ze dat nog lang gedacht hebben, terwijl ik de kans vrijwel verwaarloosbaar achtte.''

De grootste problemen heeft Herben. De LPF heeft ex-McKinseytopman Wouter Huijbregtsen ingehuurd om kandidaten aan te dragen, maar die haakt af, net zoals kandidaat-bewindsman Albert de Booij, directeur van de Speaker's Academy. De LPF-fractie is intussen in conflict met de oprichters van de LPF Langendam en Dost, waardoor Herben soms ontbreekt bij de formatiebesprekingen.

Fractielid Ferry Hoogendijk trekt de selectie van kandidaten naar zich toe, maar ook hij heeft moeite om met kandidaten te komen. Op een vrijdag stelt Balkenende een ultimatum. ,,Dinsdag moet je klaar zijn'', zegt hij tegen Herben. Daarop zoekt Hoogendijk inderhaast zijn buurman Herman Heinsbroek aan voor Economische Zaken. Het gaat heel rommelig, maar Balkenende houdt de tijdsdruk er op, om te voorkomen dat het kabinet te weinig tijd heeft zijn eigen begroting voor het jaar 2003 te maken. Hij neemt nauwelijks de tijd de kandidaten grondig te screenen.

Dat blijkt vrijwel onmiddellijk. De avond van de 22ste juli die de feestelijke presentatie had moeten worden van de nieuwe ploeg, ontaardt in het eerste debacle voor Balkenende. Die avond begint op het ministerie van Algemene Zaken de rechtstreeks op tv uitgezonden presentatie van alle nieuwe ministers en staatssecretarissen. De nieuwelingen lopen wat onwennig rond in het licht van de schijnwerpers, vaak gechaperonneerd door hun woordvoerders. De liberale veteraan Korthals, die als enige bewindsman is `overgegaan' van Paars naar het nieuwe kabinet, van Justitie naar Defensie, kijkt met zichtbaar afgrijzen naar Heinsbroek, die zwierig binnentreedt met zijn open bon vivant-boordje.

De opgewonden stemming slaat al vroeg op de avond om. Het RTL-nieuws heeft foto's laten zien die zouden bewijzen dat LPF-staatssecretaris Philomena Bijlhout na de Surinaamse decembermoorden van 1982 nog lid was van de volksmilitie, terwijl zij dat tegenover de minister-president heeft ontkend. De NOS werkt vervolgens het draaiboek van de avond af, met de gebruikelijke gesprekjes met de bewindspersonen. Bijlhout moet intussen tekst en uitleg geven op het Torentje. Aan het eind van de avond komt zij in een scrum van journalisten vertellen dat zij haar carrière als staatssecretaris heeft beëindigd. Ze heeft niet gelogen, zegt ze, maar haar geheugen heeft haar parten gespeeld.

Balkenende spreekt na afloop over ,,duidelijkheid en daadkracht''. Maar uit gesprekken met betrokkenen blijkt dat hij zich bij het oplossen van de crisis liet bijstaan door zijn mentor Donner. Deze heeft tijdens het definitieve onderhoud in het Torentje aangestuurd op het vertrek van Bijlhout. In een gesprek met deze krant vertelde Bijlhout hoe het er daar aan toeging: ,,Balkenende zat achter zijn bureau, je zag de wanhoop in zijn ogen: wat moeten we nu? Alleen Donner bleef maar hameren op het feit van die verkeerde datum, daar focuste hij op.''

Ook met een andere LPF-bewindsman, Eduard Bomhoff van Volksgezondheid, zijn er eigenlijk meteen al problemen. Nog tijdens de formatie vertelt hij Balkenende dat hij zich wil ontdoen van topambtenaar Van Lieshout op zijn departement. De aanstaande premier slaagt er niet Bomhoff te overtuigen minder hard van stapel te lopen.

In de eerste weken van het kabinet gaat Bomhoff wel hard aan het werk om de gezondheidszorg te hervormen. Ook andere ministers pakken meteen flink aan, zoals Donner op Justitie die een vacaturestop instelt. Het doel ervan is onder meer te voorkomen dat LPF-minister Nawijn (Integratie en Vreemdelingenzaken), die op Donners departement `inwoont', te veel eigen mensen meeneemt. De rechter maakt de vacaturestop weer ongedaan.

De ministers vergaderen in augustus vooral over de rijksbegroting, het eerste werkstuk van het kabinet, dat met prinsjesdag klaar moet zijn. LPF-minister Heinsbroek valt meteen op door voor extra lastenverlichting te pleiten, waardoor het begrotingstekort zou oplopen. Zijn opstelling is de facto in strijd met de lijn van het kabinet. Balkenende geeft Heinsbroek niet zijn zin, maar drijft de zaak evenmin op de spits. Hij reageert laconiek.

Terwijl de LPF nog steeds op zoek is naar een staatssecretaris familiezaken, een opvolger voor Bijlhout, is premier Balkenende ondertussen bezig zélf thuis te raken in het vak van staatsman. Het voorlopig hoogtepunt komt begin september als Balkenende met de andere christen-democratische en conservatieve Europese regeringsleiders op bezoek is op het landgoed van de Italiaanse premier Berlusconi. Hij voelt zich daar als een vis in het water. ,,We hebben een leuk programma gehad en heel veel gezien. We hebben over zijn landgoed gereden in een auto'', zegt hij bij het aanvangen van de terugreis. Oude stenen en een mooi aangelegd water noemt hij ,,de leuke kanten.'' Maar ,,daarnaast zijn veel gesprekken gevoerd''. De ruzies van de LPF lijken even heel ver weg.

Als hij terugkomt, is er een LPF-staatssecretaris, maar dienen zich ook nieuwe problemen aan met de LPF-ministers. Nawijn lanceert via de pers ongrondwettelijke voorstellen die neerkomen op verbanning van Nederlandse criminelen met buitenlandse wortels. Heinsbroek bepleit coulance voor te hard rijden op de snelweg. Minister De Boer (Verkeer en Waterstaat) sluit zich daar later bij aan. In eigen kring vaart Landbouwminister Veerman (CDA) een eigen koers over de uitbreiding van de Europese Unie. Balkenende verschijnt vrijwel wekelijks in de Kamer om uitleg te geven over de `proefballonnetjes' van de ministers en om vol te houden dat ,,ontspannen omgaan'' met de eigen mening van ministers nieuwe politiek is, zij het ,,binnen de kaders van het strategisch akkoord''.

Balkenende zelf ontketent rond prinsjesdag een brede maatschappelijke discussie over normen en waarden, door hem kortweg aangeduid als ,,waardenormen''. De mantra `fatsoen-moet-je-doen' werkt tegen hem, als hij machteloos blijkt wanneer de LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek een straatruzie beginnen.

Als fractievoorzitter Wijnschenk twee weken terug Heinsbroek onverhoeds naar voren schuift als politiek leider van de LPF, barst de bom. De LPF blijkt nu in al zijn geledingen aangetast door splijtende conflicten. Na de partij, en de fractie, is de LPF-ruzie doorgedrongen tot in de bezoem van het kabinet.

Vice-premier Remkes merkt nu op, dat hij in de zomer niet kon voorzien ,,in wat voor heksenketel we terecht zouden komen'' met voortdurende incidenten, relletjes en ruzies die de aandacht afleiden van de zaken waar het echt om moest gaan: het bestuur van dit land. ,,Zo'n Herman Heinsbroek bijvoorbeeld, die op een achternamiddag zijn chauffeur ontslaat, omdat deze de minister had getutoyeerd. Dan ben je toch helemaal van de pot gerukt?'' zegt Remkes. Maar: ,,Het is een illusie om te denken dat je in een drie-partijenkabinet iedereen aan een touwtje hebt. Dat kun je wel vergeten.''

Intussen probeert Balkenende van alles. Hij overlegt achter de schermen met zijn vice-premiers Remkes en Bomhoff om de situatie te kalmeren.

Als de LPF'ers na een crisisvergadering quasi-eensgezind poseren voor de pers, stuurt hij de volgende dag, op 4 oktober, per briefkaart een boodschap van pais en vree aan de Tweede Kamer. De oppositie in de Tweede Kamer is not amused.

De dag na die kaart spreekt Balkenende de bestuurdersvereniging van zijn partij toe in Nijmegen. Een toespraak die een oefening is in bescheidenheid. En een minister-president die lijkt te preluderen op zijn ondergang, als hij achteraf zegt: ,,We moeten ons er voortdurend van bewust zijn dat in de huidige politieke situatie de rollen zó weer omgekeerd kunnen zijn.''

Ik twijfelde om premier te worden, zegt Van Agt. Ik niet, zegt Balkenende

Cees van der Knaap: Jan Peter had in de Kamer moeten blijven

Zondags kwam Donner langs. Om bij te praten

en voor een goed glas wijn