Evangelisten op kostbare lamshuiden

Wat een boek zou kunnen zijn, beter: wat een boek ooit was, wordt duidelijk op de tentoonstelling Meesterlijke Middeleeuwen in Leuven, waar een buitengewone collectie middeleeuwse manuscripten voorzien van miniaturen en versieringen tentoongesteld wordt. Dikke perkamenten delen liggen er in gedempt licht open bij versierde bladzijden die goud en rood en blauw oplichten en met elkaar een lange geschiedenis van beschaving, geletterdheid, religie en kunstenaarsschap laten zien. Vanaf de vroege 9de-eeuwse handschriften die aan het keizerlijk hof van Karel de Grote vervaardigd werden, en waarvan de illustraties aanvankelijk nog veel weg hebben van de manier waarop in de klassieke oudheid getekend werd – zwierig, ruim, aards – laat de expositie de toeschouwer de eeuwen doorlopen en leidt hem langs de romaanse tijd, de vernieuwende gotiek om tenslotte in de uiterst verfijnde en weelderige late middeleeuwen terecht te komen, de tijd waarin ook de Vlaamse primitieven hun sierlijke werken schilderden.

Het eerste wat opvalt is hoe vaak op die boekverluchtigende tekeningen weer andere boeken zijn afgebeeld, vaak natuurlijk Het Boek. Op talloze miniaturen zien we mensen, dikwijls evangelisten, met een boek in de handen staan, maar ook dieren houden een boek in poot of klauw, het Lam staat bovenop een boek en op een tiende-eeuws handschrift lijkt de evangelist Matthëus, bezig zijn evangelie te schrijven, wel te varen over hemelse golven op een troon van boeken.

Ook de schrijvers zijn populair, en negen van de tien keer is zo'n schrijver dan natuurlijk een evangelist die gedreven, geïnspireerd mogen we rustig zeggen, zit te schrijven. Op een twaalfde-eeuwse plaat uit de abdij van Liessies zit Johannes geheel in romaanse stijl afgebeeld, dus behoorlijk stijf `hemels' langgerekt, maar ook royaal omgeven met symbolen, te werken. Hij heeft in zijn linkerhand een mesje om verschrijvingen weg te schrappen, in zijn lange elegante rechterhand houdt hij een veer die hij juist in de inktpot doopt, vanuit de marge gedienstig opgehouden door Johannes Wedricus, de abt van de abdij van Liessies. Dat hij zo'n zin heeft om te schrijven komt door de inspiratie, die ook is afgebeeld: uit de hemel van de bovenmarge houdt een hand een duif bij de staart die als een soort telefoontje bij het oor van de evangelist gehouden wordt. De Heilige Geest is hier zeer zichtbaar aan het werk.

Veel boeken zijn afkomstig uit kloosterbibliotheken, zodat veel van de afbeeldingen, zeker uit de vroege tijd, zich concentreren op bijbelse taferelen. Dat verhindert het dagelijks leven niet om door te sijpelen in deze miniaturen, maar dat gaat wel mondjesmaat. Een enkele keer zien we wat boeren ploegen tussen de regels van een manuscript of rijdt er onder aan de bladzijde een met graan opgetaste wagen de marge in. Meestal echter zijn het kruisafnames, heiligenlevens met hun moorddadige scènes, talloze monniken, geboortescènes met ingebakerde kindjes en droefgeestige Jozefs. De bijzonderheid zit hem meestal niet in de voorstelling zelf, maar in de wijze waarop die is uitgevoerd, de compositie, de kleur en de versieringen. Miniatuurkunst is detailkunst, reden waarom een bezoek aan deze tentoonstelling al gauw enkele uren vergt.

Veel van de tentoongestelde boeken zijn uiterst kostbaar, niet alleen nu, nu ze oud en onvervangbaar zijn, maar ook al ten tijde van hun vervaardiging. Het vele perkament dat nodig was om een boek te maken, maakte het duur – van het manuscript Pélérinage de la vie humaine (14de eeuw) wordt verteld dat er 120 lammeren voor geslacht zijn. Maar ook de inhoud, die niet in een dergelijke veelvoud bestond als nu met elk boek het geval is, werd als kostbaar beschouwd. Het ging immers om de hoogste kennis. Tijd noch moeite noch materiaalkosten werden gespaard om een manuscript te vervaardigen, en de artistieke waarde van de tekeningen, die dikwijls door befaamde meesters gemaakt werden, was hoog. Boeken waren in elk opzicht een kostbaar bezit.

In de loop van de dertiende eeuw werden steeds meer boeken vervaardigd met andere doeleinden dan stichting: kennisverwerving werd belangrijker, zowel op wetenschappelijk gebied, als op het historische of literaire vlak. Maar ook daarvoor maakte men zich bepaalde voorstellingen van de hemel met de planeten en sterrenbeelden, zoals een opmerkelijk handschrift van rond het jaar duizend laat zien, dat heel werelds toont maar wel degelijk is vervaardigd door een abt.

Wat men ziet, in Leuven, zijn sporen van een rijke cultuur die verdween met de opkomst van de boekdrukkunst. Waarvan we natuurlijk niets lelijks willen zeggen. Het is goed om te zien dat onze hedendaagse boeken de nazaten zijn van zulke schitterende voorouders.

Meesterlijke middeleeuwen. Miniaturen van Karel de Grote tot Karel de Stoute, 800-1475. Stedelijk Museum Vander Kelen-Mertens, Savoyestraat 6, Leuven. T/m 8 dec. Di-za 10-17u, zo 14-17u. Inl. 0032 16 224564

    • Marjoleine de Vos