EUFORIE: Nederlandse hockeysters Atlanta 1996

Vreugde én verdriet in één oogopslag. Een ontgoochelde Engelse hockeyploeg aan de ene kant waarvan er maar één speelster, Sue Fraser, de moeite neemt om haar ploeggenote Kathryn Jones te gaan troosten. Deze heeft even daarvoor in Atlanta de olympische bronzen medaille `weggegeven' toen ze vergeefs probeerde doelvrouw Jacqueline Toxopeus te verschalken in de strafballenserie die nodig was om de doelpuntloze `kleine finale' te beslissen.

Toxopeus was daarmee dus `de' winnaar en dat zou ze weten ook. Nadat ze de beslissende bal had gestopt (en haar helm had afgedaan) werd ze letterlijk besprongen en verdween ze onder haar niet lichte ploeggenoten. Dat Toxopeus ongedeerd bleef mag een wonder heten. Zoals het, gezien het matige spel, ook een klein wonder was dat de medaille werd veroverd die al voor de Spelen als het enig haalbare werd gezien.

De ploeg vierde tot lang na de wedstrijd deze bronzen medaille alsof die van goud was. Maar vanwaar die uitzinnige vreugde? Halen wat hoe dan ook haalbaar is is toch het leven van alledag en rechtvaardigt toch hooguit een tevreden glimlach? Juist het boven dat normale uitstijgen geeft de voldoening voor de grotere vreugde. Maar daar was geen sprake van hooguit was het lot Nederland in de strafballenserie gunstig gezind. Misschien was het ook alleen maar de opluchting dat het toernooi geen afgang was geworden die in het uit de hand gelopen vreugdedansje werd verpakt.

Dit is het tiende deel in een serie over vreugde in en rond de sport.