Een revival van de bilaterale diplomatie

Neemt de invloed van Nederland in `Brussel' af door de uitbreiding van de EU? Ja en nee, zo blijkt uit een rondgang langs Europa-specialisten.

De voorgenomen uitbreiding van de Europese Unie heeft voor Nederland twee paradoxale gevolgen, zo leert een rondgang langs een vijftal oud-bewindslieden en Europa-specialisten in de Tweede Kamer. Ten eerste zal de Nederlandse invloed op de gang van zaken in Brussel onherroepelijk afnemen omdat ons land nog slechts een van de 25 lidstaten zal zijn.

Tegelijkertijd kan Nederland substantieel profiteren van de uitbreiding van de EU. Niet alleen zal de stabiliteit in Europa er door toenemen, ook in economisch opzicht schuilen er, op papier althans, aanzienlijke voordelen in de uitbreiding. De werkgeversorganisatie VNO/NCW becijfert de extra economische groei in de huidige lidstaten op zestig tot tachtig miljard euro. Nederland zal daarvan naar verwachting een stevige portie in de wacht slepen.

Dat economische voordeel wordt vaak vergeten doordat vooral de VVD er sterk de nadruk op legt dat Nederland tegenwoordig de grootste nettobetaler is in de Europese Unie. Voormalig Europees commissaris Frans Andriessen (CDA) vindt dat Nederland zich wel erg blind staart op de afdracht aan Brussel. ,,Toen we nog netto-ontvanger waren hoorde je daar nooit iemand over. Je moet in breder verband kijken naar de kosten en baten van de uitbreiding en niet alleen naar de geldelijke bijdrage.''

Hoe groot kan de rol van Nederland in zo'n reusachtige Unie nog zijn? Iedereen is het er over eens dat de dagen van minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns voorbij zijn. Hij kon in de jaren zestig nog als een serieuze tegenspeler optreden van de Franse president Charles de Gaulle, in de pas zes leden tellende Europese Economische Gemeenschap. Een land met 16 miljoen inwoners kan niet verwachten dat het een samenwerkingsverband van ruim 376 miljoen mensen diepgaand naar zijn hand kan zetten.

Toch hoeft de Nederlandse positie niet zo heel veel kleiner te zijn dan de afgelopen jaren. De vorige staatssecretaris voor Europese Zaken, de PvdA'er Dick Benschop, wijst erop dat de relatieve positie van Nederland in de grotere EU eigenlijk dezelfde blijft: niet bij de groten maar ook niet echt bij de kleinen. Er komt slechts één groot land bij, Polen, maar de overige nieuwe toetreders zijn allemaal kleiner of veel kleiner dan Nederland. ,,Het blijft dus net als nu zoeken naar de juiste positie tussen de grote en de kleine'', zegt Benschop.

Maar geen enkel land, zelfs Duitsland niet, kan iets bereiken zonder met andere EU-lidstaten samen te werken. Daarom zal het voor Nederland zaak zijn voor ieder onderwerp al in een zo vroeg mogelijk stadium geschikte partners en bondgenoten te vinden.

De geraadpleegde Europa-specialisten wijzen er in dit verband op dat Nederland meer nog dan tot nu toe aandacht moet schenken aan zijn bilaterale relaties met alle lidstaten. ,,Ik voorzie echt een revival van de bilaterale diplomatie'', zegt het Tweede-Kamerlid Frans Timmermans (PvdA).

Een andere cruciale schakel is de interne afstemming van de standpunten tussen de ministeries in Den Haag en de permanente vertegenwoordiging in Brussel. Nederland moet met één krachtige stem in Brussel spreken. ,,Het raderwerk tussen Den Haag en Brussel wordt steeds belangrijker'', stelt oud-minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen, thans Tweede-Kamerlid voor de VVD.

Nog sterker dan voorheen, zo meent de in Europese zaken doorwrochte CDA-fractieleider in de Tweede Kamer, Maxime Verhagen, zal de kwaliteit van de inbreng van Nederland er toe doen. Niet alleen de macht van een land geeft volgens hem de doorslag, ook de kwaliteit van de argumenten weegt zwaar. Met andere woorden: wie niet sterk is, moet slim zijn. Tot nu toe, zo vinden de deskundigen, heeft Nederland op dit vlak niet slecht gepresteerd. Maar het is zaak de beste mensen te blijven inzetten. ,,Je moet continu op je tenen blijven lopen'', aldus Van Aartsen.

De Europa-experts verschillen van mening over de vraag welke accenten Nederland moet zetten in de `nieuwe' EU. Van Aartsen vindt dat Nederland vooral zijn eigen belangen krachtig moet verdedigen. ,,Ik voorspel een veel rauwere sfeer in de nieuwe EU'', aldus Van Aartsen. ,,Dan moet je je ook dienovereenkomstig die mores gedragen. Landen als Frankrijk en Spanje doen dat al. Als minister riep ik vaak: we moeten op zijn Spaans onderhandelen. Die Spanjaarden onderhandelen keihard. Wij hebben dat af en toe ook gedaan.''

Benschop acht het niet verkeerd de nationale belangen in Brussel te verdedigen. ,,Je kunt Europa niet bouwen op de ontkenning van het nationale belang. Maar die belangenbehartiging moet wel gepaard gaan met het investeren in de onderlinge samenwerking.'' Daarmee is ook Andriessen het hartgrondig eens. ,,Ik geloof niet dat het zo sterk opkomen voor je eigen nationale belangen behulpzaam is voor de Europese integratie.'' Hij erkent wel dat als andere landen eveneens keihard hun nationale belangen behartigen, Nederland weinig anders rest dan hetzelfde te doen.

Een belangrijke vraag voor een relatief klein land als Nederland is of het zich meer dan voorheen op de grote landen moet richten. Timmermans meent dat Nederland in de eerste plaats moet proberen Duitsland, dat hij beschouwt als de spil in het nieuwe Europa, aan zijn kant te krijgen. Daarmee zou Nederland inhaken op de verschuiving van het geografische zwaartepunt van de EU naar het oosten als gevolg van de uitbreiding. Andriessen is wel huiverig voor zeer nauwe banden met Berlijn. ,,Ik vind Duitsland de laatste tijd wat onberekenbaar, bij voorbeeld met hun opstelling over Irak.''

Allen menen echter dat het in het belang van Nederland is vooral op het gebied van de landbouw met Duitsland op te trekken. Maar Benschop zegt dat Nederland met de Britten vanouds weer meer op één lijn kan opereren als het gaat om de modernisering van de economie in de EU. Bovendien moet Nederland de relatie met Frankrijk beslist niet verwaarlozen. De oud-staatssecretaris herinnert aan een wijsheid die onder Brusselse ambtenaren en diplomaten geldt: als Frankrijk en Nederland het over een onderwerp eens zijn, dan kennen we de uitkomst. Een verwijzing naar het feit dat als beide landen het eens zijn, ze meestal de overige lidstaten wel weten mee te krijgen.

Tegelijkertijd is Verhagen er beducht voor het kompas van Nederland te zeer op het continent te richten. ,,De Atlantische betrekkingen blijven van het grootste belang, zeker als je denkt aan de strijd tegen het terrorisme en de problemen in het Midden-Oosten.''

En kan de Benelux, Nederlands oudste internationale samenwerkingsverband, nog iets betekenen in het nieuwe Europa? Alle meewerkende Nederlandse deskundigen dragen de Benelux een warm hart toe. Maar: ,,De Benelux moet je altijd bepleiten, maar je moet er tegelijkertijd niet veel van verwachten'', zegt Timmermans.

    • Floris van Straaten Joop Meijnen