DOE JE DAT THUIS OOK?

De bijdrage van het onderwijs aan de vorming van normen en waarden is vrijwel nihil. Wetenschap is de belangrijkste bron voor het curriculum. Een merkwaardige ontwikkeling, vindt Rob Knoppert.

Normen en waarden leren mensen in hun jeugd, thuis en op school. Thuis leert het kind dat onbespoten groente gezond is. Op school leert het dat andere kinderen het bezit van veel grote auto's van waarde achten. En het kind kan leren dat die twee, onbespoten groente en veel auto's, waarden zijn die niet goed bij elkaar passen. Op school veel meer dan thuis blijken er zo veel verschillende normen en waarden te zijn. Het is een plaats waar je leert dat de norm `vanaf je eerste menstruatie een hoofddoekje om' niet door iedereen wordt aangehangen. Het onderwijs is een goede plaats om iets over normen en waarden te leren.

Wat zijn de juiste normen en waarden? Het staat als een paal boven water dat de enige juiste normen en waarden die zijn, die je zelf aanhangt. Zodra je immers die van een ander beter vindt ('men lakt nagels beginnend op de leeftijd van 12 jaar'), neem je die over. Andermans normen en waarden zijn, als ze afwijkend zijn van die van jezelf, per definitie dus onjuist. Zo zullen de meeste lezers het er niet mee eens zijn als hun dochter op grond van andermans normen en waarden besneden zou moeten worden. Een maatschappij zal daarom beter functioneren naarmate de normen en waarden van de leden van de maatschappij meer met elkaar overeenkomen. En daar ontstaan de problemen. Een allochtoon is niet zozeer allo wegens zijn kleur, maar wegens zijn afwijkende normen en waarden. Zouden Turken in plaats van hun spaarcenten over te maken naar arme familie thuis, ook al hun geld wegsmijten aan nieuwe keukens zoals de modale Nederlander, dan zouden we ze veel minder buitenlands vinden. Juist met zoveel onderlinge verschillen is het dus verstandig gemeenschappelijke grond te vinden.

levensovertuiging

De bijdrage van het onderwijs aan de vorming van normen en waarden is vrijwel nihil. Helaas heerst in Nederland de vrijheid van onderwijs. Dat betekent dat mensen met een afwijkende opvatting van normen en waarden op grond van hun levensovertuiging een eigen school kunnen oprichten en er subsidie voor krijgen. Vroeger, in de tijd dat deze regelingen werden uitgevonden, leefden bevolkingsgroepen van de verschillende zuilen voor een groot deel gescheiden: de zuilen. Katholiek Zuid-Nederland had een andere levensstijl, en dus andere normen en waarden (`men dient veel kinderen te produceren') dan andere delen van Nederland. Naast de leerstof kregen de kinderen op school de normen en waarden van de groep via godsdienstles, religieuze vieringen en dergelijke met de paplepel ingegoten. In het openbaar onderwijs, dat juist waardenvrij moest zijn, stond en staat normen-en-waardenonderwijs op een laag pitje.

In de afgelopen vijftig jaar deconfessionaliseerden scholen met de rest van Nederland mee. Dat betekent dat met uitzondering van een kleine groep protestantse scholen, op scholen niets meer terug te vinden is van het geloof en de daarbij behorende waarden en normen. Driftig pasten de mensen belast met de religieuze indoctrinatie hun programma aan. Vakken als katechese werden vervangen door zoiets neutraals als levensbeschouwing.

We zien dus dat normen en waarden in de confessionele scholen niet aan bod komen omdat de confessie is verdwenen, terwijl in openbare scholen er geen plaats voor is omdat de openbare scholen dan niet meer openbaar zouden zijn. Door de verzuiling van jaren her zitten we opgescheept met structuren, die belemmeren iets aan normen en waarden in ons onderwijs te doen. Dit is een typisch Nederlandse situatie. Engelsen gebruiken als ze het over onderwijs hebben het woord `education'. Education betekent ook opvoeding. In Engeland wordt, verwijzend naar de opvoedingsaspecten van het onderwijs, gesproken over het `hidden curriculum', de verborgen leerstof. Amerikaans onderwijs is rijk aan opvoeding, terug te vinden bijvoorbeeld in de 's morgens uitgesproken `pledge of allegiance to the flag'. In Frankrijk is er `apprentissage de la démocratie'.

De laatste decennia werd het belang van de wetenschap voor de maatschappij steeds groter. Als gevolg daarvan kreeg de wetenschap een steeds vastere voet in het onderwijs, weliswaar volgens het theezakjesmodel: het theezakje wetenschap wordt achtereenvolgens in de bekers vwo, havo, mavo en lager gehangen tot een steeds slapper aftreksel wordt verkregen. Wetenschap is de belangrijkste bron voor het curriculum.

Een aardig voorbeeld is de geobsedeerdheid met wiskunde onderwijs dat iedereen vele, vele jaren moet genieten en waarvan het enig nut de selectieve werking is. Ook wiskunde-didactici erkennen dat de claim `van wiskunde leer je helder denken' uit de lucht is gegrepen. Een ander illustratief voorbeeld is de ontwikkeling van het vak geschiedenis. Bij de invoering van het studiehuis werden pogingen gedaan ouderwets geschiedenisonderwijs te vervangen door onderwijs in de methodiek van de geschiedkundige wetenschap. Het wekte veel protest. Inmiddels is men hiervan teruggekomen. Ook ANW (algemene natuurwetenschappen) is er op gericht de wetenschappelijke methode duidelijk te maken. Onderwijs, vooral het voortgezet onderwijs, is steeds meer een inleiding gewodren tot of een voorbereiding op de wetenschap. Het is dus zeker niet een voorbereiding op een leven als volwassene in de omringende maatschappij. Een merkwaardige ontwikkeling.

Er zijn de afgelopen jaren wel enkele pogingen tot normen-en-waardenonderwijs ondernomen. In de jaren zeventig en tachtig werden op de golven van de politieke bewegingen vredesonderwijs en milieuonderwijs ingevoerd. Er was groot enthouiasme voor. Vele, vele boeken, boekjes en brochures lesmateriaal zijn er geschreven. Met de opkomst van het moderne materialisme ebde het enthousiasme weg, maar er bleven nog enkele restanten van deze tijd over in de vorm van kleine paragrafen in de curricula van verschillende vakken. Het worden nu `educaties' genoemd. Zo moet verkeerseducatie beter verkeersgedrag bevorderen. In de nieuwe vakken maatschappijleer en verzorging komen normen en waarden aan de orde, maar het is alles mondjesmaat.

De kerndoelen- en examenprogramma-makers, dat zijn de kleine clubs die de inhoud van het onderwijs bepalen, hebben nu iets merkwaardigs bedacht. Het eerste kerndoel van de basisvorming en de eerste zin van de preambule van de vmbo-examenprogramma's gaan over normen en waarden. De tekst luidt: De leerling leert `enig zicht te krijgen op relaties met de persoonlijke en maatschappelijke omgeving. Daarbij wordt expliciet aandacht besteed aan het kennen van en omgaan met eigen en andermans normen en waarden.'

hoofddoekjes

In die zin is het complete ethische misverstand van Nederland samengebald. Op objectiverende, wetenschappelijke toon zou een leraar verschillende normen en waarden aan de orde moeten stellen. Dat is natuurlijk compleet onzin. Als de leraar een normaal volwassen mens is, stelt hij zijn eigen normen en waarden hoog en zal hij deze willen uitdragen. Gepraat dat hoofddoekjes moeten kunnen is een volslagen miskenning van zijn eigen waarden stelsel (tenzij hij natuurlijk juist moslim is) en zal door de kinderen als verwarrend, zelfs leugenachtig worden ervaren. Leraren laten het uit hun hoofd over normen en waarden te praten. Zij willen niet het verwijt krijgen te indoctrineren. Dat heeft tot gevolg dat zij zich al dan niet bewust verre houden van opvoeden. Aanwijzingen betreffende gedrag van leerlingen hebben alleen tot doel het handhaven van de orde, niet de opvoeding, de vorming van de leerling.

De eerste zin van basisvorming en vmbo-programma's had natuurlijk moeten luiden: `De leerling leert de normen en waarden die in de Nederlandse gemeenschap door de meerderheid van de bevolking worden gehanteerd', of een vergelijkbare formulering. Maar dat kan natuurlijk alleen als Nederlandse leraren zouden weten wat die gemeenschappelijke opvatting inhoudt. De gedachtenvorming hierover op gang brengen, dat was een leuke uitdaging geweest voor de OC&W-bewindslieden Van der Hoeven en Nijs van het juist afgetreden kabinet. Maar nee, kortgeleden presenteerden zij een notitie waarin zij 5 kernpunten voor de toekomst vermeldden. Het onderwijs in normen en waarden, de opvoedkundige component van het onderwijs, staat er niet bij.

Waar halen kinderen dan hun normen en waarden vandaan? Van elkaar. Nog nooit was er in de jeugdcultuur zo'n driftig gezoek naar het juiste gedrag. Kinderen imiteren niet langer de volwassenen, zij imiteren elkaar. De tv is daarbij een belangrijk hulpmiddel. De soap, de ultieme gedragsgids, is vervangen door Big Brother en zijn vele klonen. Daar kun je leren, dat een tafel er voor is om je voeten op te leggen. En dan zijn er nog de kindsterretjes, die op de muziekzenders en de bijbehorende bladen uitleggen hoe je je moet gedragen: zo sexy mogelijk, maar zegt Britney Spears zonder seks.

    • Rob Knoppert