De Zuidlaarder paardenmarkt

Tijdens de uitvaart van prins Claus was het bij ons zo stil, dat er een eekhoorntje uit het bos kwam om te kijken wat er aan de hand was. De koninklijke grafkelder was echter nog niet gesloten of de poorten van Pretpark Nederland zwaaiden alweer open. In Den Haag kwam, na een dag uitstel, het kabinet ten val en in Zuidlaren werd, eveneens na een dag uitstel, de paardenmarkt gehouden.

Dus wat me nu voor de geest komt: het Shetlandveulentje (thuis zou het nauwelijks boven de salontafel uitkomen), dat aan een touw door de menigte werd gevoerd. Voorop ging een lelijke oude man met een mobieltje aan zijn hoofd. Het dier zette zich schrap, de man liep en praatte onverstoorbaar verder, het touw kwam strak te staan. De pony stak zijn neus in de flank van een Haflinger. Om te bijten, dacht ik. En dan is er altijd wel iemand om zo'n dier, in het voorbijgaan, met de beste bedoelingen eigenlijk, een por te geven.

Achter ons dreunde en flitste de kermis. Volluk zat, hoorde ik een noorderling zeggen, handel ho maar. Dat klonk te geroutineerd om helemaal waar te zijn.

Maar volluk was er inderdaad in overvloed. De oudste en grootste paardenmarkt van West-Europa, zoals het gemeentebestuur niet nalaat te benadrukken. Er zijn ruim tweeduizend paarden en daar komen ergens tussen de honderd- en tweehonderdduizend mensen op af. De intensieve menshouderij in optima forma.

Even later zag ik hoe het veulentje van zojuist door die onverschillige oude man (dat het edele paard toch door zulke lelijke mannen verhandeld moet worden!) werd aangebonden bij een hele tros van dat soort veulentjes. Weer stak hij zijn neus in een naburige flank. Om te bijten, dacht ik, en toen drong opeens het besef tot me door dat hij gewend was naast zijn moeder te staan, dat hij haar tepel zocht, of op z'n minst haar bescherming.

De rest van de tijd stond het dier dof en moedeloos voor zich uit te staren, af en toe een stapje opzij als hij in het gedrang kwam. Een hengstje natuurlijk. Ze gaan voor een tientje of wat van de hand. Regelrecht op transport naar Italië om tot salami te worden verwerkt. Ja, wat moeten we anders met al die hengstjes?

Overtollig spul.

Verkapte vleeshandel.

Volgens de marktverordening begint de aanvoer om zes uur. Dan staan er dierenartsen klaar om de paarden even aan de hals te voelen, of ze geen droes hebben. Dan staat ook de burgemeester klaar om, zijn stemgeluid oorverdovend versterkt, iedereen veel plezier te wensen. Maar toen wij om kwart voor zes de Brink opliepen, stonden daar al tientallen dieren te dampen. Het was nog nacht. Het schijnsel dat luchtigjes in het gebladerte van de eiken speelde, kwam van straatlantaarns.

Ik had me voor deze gelegenheid verzekerd van het gezelschap van Albert Timmer. Hij is verbonden aan de Landelijke Inspectiedienst van de Dierenbescherming. Hij heeft de Zuidlaarder paardenmarkt jarenlang beroepshalve bezocht en had zijn pijlen vooral gericht op de gelijktijdig hiermee gehouden rundermarkt. En juist toen het gemeentebestuur daaraan wat zou gaan verbeteren, was het niet meer nodig. We kregen MKZ, de minister vaardigde nieuwe richtlijnen uit met betrekking tot het samenbrengen van rundvee, koeienmarkten in de open lucht werden in feite onmogelijk gemaakt. Sinds vorig jaar is de Zuidlaarder paardenmarkt alleen nog maar paardenmarkt.

,,Zonder koeien is het beeld veel rustiger'', constateerde Timmer na verloop van tijd. Paarden, toch eerder gewend aan halster en mensenhand, zijn misschien wat beter op zo'n festiviteit berekend.

Hij is opgegroeid op een gemengd bedrijf in Koekange. Zijn vader ging lopend naar Zuidlaren om een Poolse kedde te halen. Die werd dan op de boerderij in het tuig beleerd en ging vervolgens met een kleine winst naar een bakker of een petroleumboer. Zo deden ze dat allemaal, die Drentse boertjes.

Nu bewoog hij zich zelf als een oude bekende over de markt. Steeds werden er groeten uitgewisseld of zelfs handen geschud. ,,Ha, die Albert, hoe is 't nou?'' En hij voorzag mijn observaties voortdurend van kanttekeningen.

,,Die Ierse tikkers'', zei hij bij een stel zigeunerpaardjes, ,,zie je steeds meer. Ze hebben in karakter veel van Friezen weg. Ze zijn een maatje kleiner, maar het behang geeft ze toch iets aantrekkelijks. Als je daar een span van voor de kar hebt lopen, maak je best wel indruk.''

,,Die Haflinger'', zei hij, ,,kan zijn conditie niet meer houden; die begint wat bonkig te worden.''

,,De laatste dieren'', zei hij, ,,staan hier vanavond om acht, negen uur nog. Die hebben geen koper gevonden en de baas zit zijn verdriet te verdrinken in de kroeg.''

Persoonlijk heb ik niet veel kijk op paarden. Maar het nerveuze licht in hun ogen, en het gedraai met de oren en het opensperren van de neusgaten kan niemand ontgaan.

En ik weet natuurlijk dat ze de zachtste lippen van de wereld hebben – een rijtje Friese veulens kan ik moeilijk passeren zonder ze één voor één mijn hand te laten kussen.

Eén handelaar had een wagen met vers gras tussen zijn paarden gezet – zijn dieren hadden tenminste wat te doen. En de marktmeester had op alle hoeken van de Brink voor een bak met water gezorgd. ,,Maar zie jij'', vroeg Timmer me, ,,hier iemand met een emmer lopen?''

Kermis en beestenmarkt vormen in Nederland een geijkte combinatie. Het lijkt wel alsof wij pas de beest kunnen uithangen, als er eerst een beest is aangebonden. Tal van dorpen en buitenplaatsen zitten om een paardenmarkt of iets van dien aard te springen, zodat ook zij een echt evenement kunnen organiseren, liefst natuurlijk voorafgegaan door ,,de nacht van''.

Wat dat betreft kan Zuidlaren zich koesteren in de warmte van de traditie. Sinds het jaar 1200, schijnt het. Hun paardenmarkt heeft een veilige voorsprong op alle andere. Serieuze handel, van dat trieste Shetlandhengstje tot een beste keurmerrie, een schitterende schmimmel met Zeno aan vaders- en Darwin aan moederskant. De eigenaar wou haar kwijt, omdat ze niet meer drachtig werd. Hij begon met een prijs van 8.000 gulden en daar ging maar weinig van af, hij straalde van trots.

Maar ook in Zuidlaren is de paardenmarkt inmiddels volledig overvleugeld door het braderiegebeuren. Drieënhalve kilometer marktkraam wordt er in de loop van de ochtend opgebouwd en bemand. Tegen de middag is het er zo vol met mensen dat je je alleen nog maar door de stroom kunt laten meevoeren. Voor iedereen is er wat te halen, in ieder geval wat te eten. De geur van paardenmest verdwijnt onder die van erwtensoep, gebakken vis en warme beenham. Het succes van de markt kan, beter nog dan aan het aantal aangevoerde paarden of de lengte van de haag geparkeerde auto's, worden afgemeten aan de tonnage achtergelaten straatvuil.

We lieten de pony's voor wat ze waren en liepen verder. Daar stond, in een kring van belangstellenden, een prachtig zwart veulen, hoog op zijn ranke benen, één bonk energie en alertheid.

,,Ken je het woord gemberen?'', vroeg Albert Timmer. ,,Dan smeren ze wat gember in de anus en dan komt een beest er zo bij te staan.''

Ken je het werkwoord gemberen, noteerde ik in mijn boekje. Nu wel dus. Toen ik weer opkeek, was ik mijn metgezel even kwijt. Al die paarden, mensen, herrie om mij heen.

De hel, dacht ik.

Maar toen zag ik dat iedereen zich kostelijk amuseerde. Dat stelde me enorm gerust.

    • Koos van Zomeren