De nieuwe fictieve werkelijkheid

Er is iets aan de hand met ons realiteitsbesef. Ik heb het niet over Nederland, waar we, nu we ons rariteitenkabinet hebben gedumpt, juist weer uit een surreële boze droom lijken te ontwaken. Nee, ik heb het over de rest van de wereld, waar het lijntje tussen fictie en werkelijkheid, tussen mythe en alledaagse drama's, schrikbarend dun is geworden.

Misschien ligt het aan mij. Of misschien is er iets aan de hand met de realiteit. In de Verenigde Staten waart dezer dagen de Almachtige rond, of iemand die meent Hem/Haar een handje te moeten helpen door op basis van volslagen willekeur te beslissen over leven en dood. Ik heb het niet over George W., al had dat ook gekund, maar over de scherpschutter die de politie middels een tarotkaart liet te weten niet voor God te spélen, nee, God te zíjn. Tot dusver heeft nog niemand het tegendeel kunnen bewijzen. Gods handlangers in Bali, ondertussen, pakken het wat grootschaliger aan.

Sinds God actief is in en rond Washington, is de première van een Amerikaanse film over een scherpschutter, Phone Booth, voor onbepaalde tijd uitgesteld, zo maakte Twentieth Century Fox donderdag bekend, omdat de thriller te veel gelijkenissen vertoont met de echte aanslagen. Joel Schumacher, de regisseur van de film, heeft duidelijk een neus voor dit soort zaken (of een directe telefoonlijn met God), want zijn laatste film, Bad Company, een thriller over terroristen, moest ook al worden uitgesteld na 11 september 2001.

Wat doe je met een wereld waarin filmscenario's de werkelijkheid bepalen? Precies, je zet fictieve helden in. The Royal Society of Chemistry in Groot-Brittannië heeft dus de Victoriaanse speurder Sherlock Holmes tot erelid gemaakt, postuum, zou je kunnen zeggen, als de grote detective ooit had bestaan. ,,Sherlock Holmes was zijn tijd ver vooruit in het gebruik van scheikunde en wetenschap bij het oplossen van misdaden'', sprak de echt bestaande Dr. John Watson, lid van de Royal Society, bij de ceremonie. ,,Dankzij hem worden er vandaag de dag meer misdaden opgelost dan ooit tevoren.''

Dat is goed om te weten. De vraag is alleen of de bedaagde Engelse gentleman het in het huidige tijdsgewricht nog wel alleen afkan. Want ruim dertien jaar nadat de koude oorlog definitief kon worden bijgezet op de vuilnisbelt van de geschiedenis, zijn we alsnog in een James Bond-film beland. En hoewel doortrokken van het spionage-ethos uit die tijd, sluiten de Bond-films eigenlijk ook veel beter aan op de huidige politieke situatie. Op een enkele uitzondering na (From Russia With Love) gingen ze immers niet over de strijd van de westerse wereld tegen het communisme, maar over de strijd van Bond tegen een snode schurk die met behulp van een wereldwijd netwerk en de laatste technologieën zijn doel probeerde te bereiken, vaak door hele regio's te destabiliseren of oost en west tegen elkaar uit te spelen. Niet voor niets past Osama bin Laden naadloos in het rijtje met Dr. No, Blofeld en Goldfinger.

Een verbijsterend staaltje van een uit de hand gelopen Bond-scenario zagen we de afgelopen week in Japan, toen voor het eerst in ruim vijfentwintig jaar een vijftal door de Noord-Koreanen geroofde Japanners weer voet zette in hun geboorteland. De Japanners waren door de Koreanen tamelijk willekeurig van stranden op Noord-Japanse eilanden geplukt, en naar Noord-Korea gebracht om daar spionnen te onderwijzen in de Japanse taal en gewoonten.

Ik stel me zo voor dat er in de schemering op een verlaten Japans strand opeens kikvorsmannen uit zee opduiken, die hun verraste slachtoffers injecteren met een slaapmiddel, ze vervolgens overbrengen naar een atoomonderzeeër die na een comfortabele reis aanmeert bij een ondergronds bunkercomplex op een eilandje in Noord-Korea. Daar worden de nu weer bij hun positieven gekomen ontvoerden voorzien van droge, ietwat futurische kleding, en beleefd ontvangen door een charmante doch onwrikbare Dr. No-kloon.

In werkelijkheid werden de Japanners met rubberboten en spionageschepen naar Korea gevaren, waar ze ongetwijfeld een leven van indoctrinatie, heimwee en ellende stond te wachten. Acht van de dertien officiëel bevestigde slachtoffers zijn onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen. De vijf die afgelopen dinsdag in Japan aankwamen, bleken ondanks en emotioneel weerzien met hun families niet te willen of durven praten over hun ervaringen ze hebben kinderen en echtgenoten moeten achterlaten in Noord-Korea. De hele geschiedenis is een letterlijk ongelofelijk wreed staaltje van totalitaire macht over leven en dood, waar God in Washington nog een puntje aan kan zuigen.

Het is het soort horrorscenario dat lijkt voorbehouden aan schurken als Kim Jung-il of Saddam Hussein die met een opkomst van honderd procent en honderd procent van de stemmen een heel nieuwe, Orwelliaans-literaire invulling gaf aan het begrip fictieve werkelijkheid. Maar afgelopen zondag onthulde The Independent dat de gruwelijke `Ludovico'-techniek in Anthony Burgess' controversiële roman A Clockwork Orange (waarbij hoofdpersoon Alex van zijn neiging tot ultra-violence wordt afgeholpen door een overdosis aan beelden van martelingen) is gebaseerd op echte mind control experimenten van de CIA.

Verveelde groepjes jongeren die zich te buiten gaan aan ultra-violence hadden we al. Maar de `Ludovico'-techniek, had die nou niet fictie kunnen blijven? Die mislukte Koreaanse remake van You Only Live Twice, had die niet in een vroeg stadium door de studio afgeblazen kunnen worden? En wat te denken van de huidige, groots opgezette spektakelfilm (binnnenkort ook bij u in de buurt), weliswaar met veel special effects en achtervolgingsscènes in de Iraakse woestijn, maar lijdend onder een rampzalige casting? Geen opgetrokken wenkbrauw, diplomatiek understatement, een ironische glimlach of gevoel voor stijl, maar een cowboy in de hoofdrol? Waar is James Bond als we hem nodig hebben?

    • Corine Vloet