De beurs is een tikkeltje te wild

In ruim een week gingen de koersen op het Damrak gemiddeld met een vijfde omhoog. Maar juist de woeste sprongen waarmee dat koersherstel gepaard ging, noopt beleggers tot voorzichtigheid.

Stabiliteit is een groot goed op de financiële markten, maar het lijkt er niet op dat de rust snel terugkeert. De afgelopen week zag, in grote lijnen, een verdere opmars van de aandelenkoersen nadat eind vorige week al een fors voorschot op koersherstel genomen was. Wankelde de AEX-index op 9 oktober nog op minder dan 286 punten, eergisteren werd een hoogste peil bereikt van bijna 349 punten. Dat is een stijging van 22 procent in iets meer dan een week.

Beleggers mogen blij zijn met de waardestijging die aandelen recentelijk hebben doorgemaakt. Maar aan de manier waarop het herstel zich voltrok, is het nodige af te dingen. De schokken waarmee de koersen dezer weken op en neer gaan zijn zeer fors. Dinsdag steeg de AEX-index met 7,7 procent op één dag. Aandelen als ASML, ook na de technologiehausse een beursfonds van groot formaat, slingerden deze week met percentages van 10 procent of meer op en neer. Dat wijst er op dat bij beleggers er van tijd tot tijd weer grote koopbereidheid heerst, maar dat bij de eerste de beste tegenwind de verkoopbereidheid minstens even groot is.

Een paar jaar geleden zouden dergelijke koersbewegingen hoogst uitzonderlijk zijn geweest. Verreweg de meest onstuimige maand van 1996, toen de AEX (naar euro's teruggerekend) ongeveer op het huidige peil was, was de maand juli. Toen bereikte de AEX-index een hoogste stand van 256,20 punten en een laagste stand van 230,89 punten. Dat is, gerekend van de laagste naar de hoogste koers, een verschil van 11 procent. Kranten en televisie stonden er vol van, en de val van de Dow Jones-index met 2,9 procent op 15 juli 1996 haalde de voorpagina van deze krant. De maanden november en december kenden een verschil tussen de hoogste en laagste AEX-stand van 8,7 procent en 9,9 procent.

Zet daar 2002 maar eens tegenover. Januari was, met een hoogste-laagste koersverschil van 5 procent nog rustig. Februari zag een schommeling van procent of zeven, maart 8 procent, april ruim 5 procent en mei 7 procent. dat bleken achteraf bezien de rustige maanden van 2002. Juni 2002 geeft een tussentijds koersverschil voor de AEX van 22 procent procent, juli is goed voor een schommeling van 47 procent, augustus 28 procent, september bijna 30 procent. En oktober tot nu toe dus 22 procent.

En de enorme schuiver van de Dow Jones-index van 2,9 procent die in 1996 nog goed was voor voorpaginanieuws? Kijk naar de afgelopen anderhalve week: vorige week dinsdag een daling van de Dow met 2,8 procent. De dag daarna een stijging een stijging met 3,3 procent. De volgende dag, donderdag, een stijging met 4,2 procent. Afgelopen maandag een stijging met 4,8 procent, dinsdag 2,7 procent en woensdag 3,0 procent. Maar geen krant of journaal waar dat nieuws zich op de voorgrond drong. Alles went, en stompt af. Ook de storm op de beurzen.

De extreme beweeglijkheid van de koersen heeft intussen wel gevolgen. Het risicoprofiel van aandelen, meestal gemeten als de standaarddeviatie (gemiddelde afwijking) van hun gemiddelde koersverloop over een bepaalde periode, wordt er groter door. De optiepremies op aandelen als ASML, Philips, maar ook de banken en verzekeraars zijn daarom bijna prohibitief hoog. Zij geven in de modellen van banken en beleggers impliciet het teken door dat er nog flinke schommelingen te verwachten zijn. Want de markt heeft niets anders dan het verleden om de wispelturigheid in de toekomst mee te voorzien.

Vraag deze week was dus: geeft het koersherstel een teken dat het klimaat op de beurzen, en in de bredere economie, aan het verbeteren zijn? Of is de afgelopen anderhalve week gewoon een random walk, de willekeurige beweging van de koersen, die onder de huidige omstandigheden nu eenmaal wat wilder is dan normaal – en dus ook voor grotere sprongen zorgt?

Zo kon het gebeuren dat Rabo International vorige week vrijdag, toen de AEX eindigde op een slotstand van 317 punten, zinspeelde op de mogelijkheid van een eindejaarsrally. 340 punten is het koersdoel voor de eindejaarsstand van de Rabo-analisten. De klanten kunnen tevreden zijn. Dinsdag sprong de index, in één dag, al naar dat niveau. Rabo houdt in de komende maanden van dit jaar rekening met een opwaarts potentieel voor de AEX tot 400 punten, en een neerwaarts potientieel tot 260 punten. Dat zijn zeer ruime marges en ze zijn er een goede illustratie van dat de onstuimigheid van de beurzen leidt tot een zeer brede kansverdeling.

Professionele en particuliere beleggers zullen zelden onzekerder zijn geweest dan nu. Was de rally van de afgelopen anderhalve week inderdaad de voorbode van een duurzaam koersherstel, of loopt hij, zoals de Rabo-analisten stellen, het risico te worden gezien als een bear market rally: een koersstijging die op de financiële markten enkel zal worden aangerepen om winst te nemen en uit te stappen. Het kan vriezen en het kan dooien. Maar gezien de gebeurtenissen dit jaar gaat de keus op de beurs steeds meer tussen de Noordpool en de Sahara.

    • Maarten Schinkel