Bush heeft nu even geen tijd voor oorlog

De Amerikaanse kiezers gaan 5 november naar de stembus voor tussentijdse verkiezingen. Voor president George Bush staat er veel op het spel.

President Bush is deze en volgende week in totaal twee dagen in het Witte Huis. Hij doet waar hij ook bijna zijn hele zomervakantie aan besteedde: campagne voeren voor Republikeinse kandidaten voor 36 gouverneurs-, 34 Senaats- en 435 Huis-zetels. De oorlog en de economie moeten even wachten.

De uitslag van de tussentijdse verkiezingen op 5 november is van groot belang voor de tweede helft van het presidentschap van George W. Bush. Als zijn Republikeinen de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden behouden en heroveren in de Senaat, dan kan hij de nu voor tien jaar vastgelegde belastingverlaging blijvend maken en zijn plan uitvoeren de rechterlijke macht een sterk conservatief accent te geven.

Als de Democraten daarentegen hun krappe meerderheid in de Senaat vasthouden en hun in 1994 verloren traditionele meerderheid in het Huis van Afgevaardigden terugwinnen, zijn de marges voor president Bush om de komende twee jaar ingrijpende sociaal-economische en moreel-politieke stappen (abortus, stemcelonderzoek) te ondernemen sterk geslonken.

Geen deskundige durft een voorspelling van de uitslagen te doen. Volgens alle peilingen wegen de veilige zetels van beide partijen tegen elkaar op en zijn de resterende races zo spannend dat de lichtste electorale zijwind de uitslag kan bepalen. Die onvoorspelbaarheid is ongebruikelijk. Meestal verliest de presidentiële partij halverwege de ambtstermijn van de president.

Heeft de oorlogstoestand de verkiezingen dit keer gegijzeld? Tom Mann, de ervaren politieke analist van de Brookings Institution zegt: ,,Denk je eens in hoe we er voor zouden staan zonder de aanslagen van 11 september, de oorlog tegen het terrorisme en de aanloop naar een oorlog tegen Irak. Dan ging het nu om: hoe groot wordt de winst van de Democraten. De economie gaat slecht, maar het is onder deze omstandigheden moeilijk boos te worden op de president.''

Dat was voor veel Democraten in het Congres een belangrijke reden maar snel in te stemmen met de Irak-resolutie van president Bush. Zodra dat debat uit de weg was zouden zij nog tijd over hebben hun boodschap aan de man te brengen. Vooraanstaande Democraten, mogelijke presidentskandidaten als Lieberman en Gephardt hebben deze week sociaal-economische toespraken gehouden. Maar de Democratische wind is nog niet gaan waaien.

Uit enquêtes blijkt dat de kiezers vinden dat president Bush niet genoeg oog heeft voor de toenemende werkloosheid, voor de rampzalige ontwikkeling van hun pensioenen en voor de ernstige gaten in de gezondheidszorg. Men vertrouwt de Democraten op die terreinen wat meer, maar heeft in veel gevallen ook door dat zij geen samenhangende alternatieven bieden. Bovendien vertrouwt men de Republikeinen meer als het gaat om veiligheid, politiewerk in binnen- en buitenland. En dat blijft ook een eerste levensvoorwaarde.

Vermoedens dat de Democraten het moesten kunnen winnen op de `bread and butter'-onderwerpen komen voorlopig in veel races niet uit. De Republikeinse partij en het Witte Huis hebben daarom het advies aan hun kandidaten gegeven: praat vrijmoedig over wat we wel voor elkaar hebben gekregen (meer geld in uw portemonnee), toon compassie met de ontslagen en pensioen-problemen en zwijg over de rest (fraude bij grote bedrijven, nauwe connecties tussen het Witte Huis en die bedrijven). Voorbeeld van deze tactiek: president Bush gaf de Democraten vandaag in zijn wekelijkse radiopraatje de schuld dat er zo weinig economische reparatiewetgeving door het Congres is gekomen.

Zonder deze landelijke thema's te verwaarlozen zoeken de meeste kandidaten vooral de zwakke plek bij de tegenstander. De komende ruim twee weken worden miljoenen in tv-reclameboodschappen gepompt om winst te pakken op het laatste rechte stuk voor de finish. Een laat opgebracht bangmakertje kan de tegenstander vloeren.

Zeker Senaatskandidaten in sleutelraces geven meer uit dan ooit. De wet op de herziening van de regels voor campagnefinanciering treedt niet toevallig pas op 6 november, de dag na de verkiezingen, in werking. Nu mag alles nog. President Bush en Democraten die hem in 2004 misschien willen uitdagen halen nu al/nog driftig `soft money' op voor die krachtmeting. De partij-apparaten werken aan creatieve vormen van fondsenwerving om ook onder de nieuwe beperkingen niet onnodig geld aan eerlijkheid te verliezen.

In drie staten is de optelsom van Senaats-, Huis- en gouverneursrace van nationaal symbolisch belang: Florida, Texas en South Dakota. In de eerste staat ijvert Jeb Bush, de oudere broer van de president, voor herverkiezing. Het wordt als een politieke fout gezien dat hij zijn Democratische tegenvoeter Bill McBride tijdens de fase van de voorverkiezingen niet harder heeft aangepakt. Dan had Bush nu de zwakker geachte Janet Reno tegenover zich gehad, de bij twijfelaars en gevluchte Cubanen in Florida wegens de Elian Gonzales-zaak niet populaire ex-minister van Justitie van president Clinton.

Nu moet Jeb Bush het opnemen tegen een verrassend sterk campagne voerende advocaat en Vietnam-veteraan, die de laatste dagen heeft gezien langzij te komen in de peilingen. De gouverneursrace in Florida is niet alleen pikant omdat de presidentsbroer er kandidaat is, maar ook vanwege de dramatische hertellings-fase uit de presidentsverkiezing van najaar 2000. Er is de Democraten om meer dan één reden veel aan gelegen Huize Bush klop te geven.

De Senaatsrace in Texas biedt geen broer, maar wel de trofee van de thuisstaat van de president, een staat die vroeger overwegend Democratisch was en tegenwoordig bijna helemaal valt in het kerngebied van de nieuwe Republikeinse partij: zuidelijk en (religieus) conservatief. Een extra reden voor de Democraten daar wat meer moeite te doen.

Hetzelfde geldt voor de kleine staat South Dakota in het prairiegebied. Hoewel geen van beiden daar kandidaat zijn, wordt de strijd gezien als een `proxy war' tussen president Bush en de leider van de Democraten in de Senaat, Tom Daschle. Hij hoeft dit jaar niet te worden herverkozen, maar Daschle kan zich moeilijk veroorloven in zijn thuisstaat te worden verslagen door het Witte Huis. De Republikeinen hebben maandenlang met harde tv-aanvallen in South Dakota duidelijk gemaakt dat zij de zachtmoedige interim-leider van de Democraten zien als een geduchte tegenstander voor 2004.

Tussentijdse verkiezingen gaan over de hele politiek. Maar omdat die politiek zo wordt gedomineerd door één man is 5 november toch ook een beetje een referendum over George W. Bush. Die stemming ontloopt hij niet.