Burgers hebben te winnen en te verliezen

Komende woensdag bespreekt de Tweede Kamer het standpunt dat Nederland inneemt op de Europese Top over de uitbreiding van de Europese Unie, donderdag en vrijdag. Hoewel het parlement de afgelopen tien jaar telkens is geïnformeerd en heeft meebeslist over dit onderwerp, leeft bij velen de indruk dat het aan echt debat heeft ontbroken. Bij deze dan, de argumenten voor- en tegen in twee korte betogen.

VOOR

Het belangrijkste argument vóór uitbreiding is politiek-historisch. Wie herinnert zich niet dat euforische jaar 1989, toen het ene na het andere land aan gene zijde van het IJzeren Gordijn zich ontdeed van zijn communistische regime en zich bekeerde tot de democratie en de vrijemarkteconomie? Het was de eerste stap naar het ongedaan maken van de destabiliserende tweedeling die het Europese continent sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog had gekenmerkt. Toelating van die landen tot de Europese Unie is de volgende stap.

Zoals minister De Hoop Scheffer het vorige week in zijn toen uiteindelijk niet verzonden brief aan de Tweede Kamer had willen schrijven: ,,Toetreding tot de Unie zal het de betrokken landen mogelijk maken weer deel te nemen aan de waardengemeenschap die de Unie is en vertegenwoordigt: een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid waarbinnen mensenrechten worden gerespecteerd en waarin democratisch gekozen regeringen en parlementen handelen binnen de kaders van de rechtsstaat.''

Dat is ook in ons belang. Het uiteenvallen van Joegoslavië heeft nog eens aangetoond wat het betekent om een instabiel land en zelfs een oorlog in de buurt te hebben: een stroom vluchtelingen, een dure en gevaarlijke militaire interventie en uiteindelijk een kostbare wederopbouw. Potentiële conflicten genoeg in Midden- en Oost-Europa: over landsgrenzen, minderheden en tal van openstaande historische rekeningen.

De Europese Unie heeft de afgelopen vijftig jaar bewezen over een magische formule te beschikken om dat soort conflicten tussen haar lidstaten binnen de perken te houden. Voormalige aartsvijanden zijn door de economische integratie zo verweven met elkaar geraakt, dat oorlog ondenkbaar en praktisch ondoenlijk is geworden. En kijk: nu al heeft het perspectief van lidmaatschap in de kandidaat-landen grote verbeteringen teweeg gebracht op het terrein van mensenrechten en democratisch bestuur.

Als we door de EU naar het oosten uit te breiden Polen, Tsjechen en Esten veiliger maken, maken we ook Nederlanders veiliger.

En er is geld aan te verdienen. Voor iedereen. Dat is het tweede argument voor de uitbreiding. Als de uitbreiding met tien landen in 2004 doorgaat, krijgt de Europese markt zonder binnengrenzen er 75 miljoen consumenten bij. Dat kan meer werk betekenen voor Nederlandse transporteurs, meer klanten voor Nederlandse kaas, meer vestigingsmogelijkheden voor Nederlandse Hema's. Werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft uitgerekend dat de uitbreiding de werkgelegenheid in de huidige lidstaten met 300.000 banen doet groeien.

Nu nog hebben de meesten van de `nieuwe' consumenten weinig te besteden, maar Spanje, Portugal en Ierland hebben aangetoond wat toetreding tot de EU met voorheen arme landen kan doen. Ierland, het armste lid van de EU bij de toetreding in 1973, staat op het punt netto-betaler te worden. Vermeldenswaard in dit verband is wellicht ook dat Spanje en Portugal na hun toetreding van emigratie- tot immigratieland zijn geworden.

Als we, door de EU naar het oosten uit te breiden, Hongaren, Slowaken en Letten rijker maken, maken we ook Nederlanders rijker.

En dit alles op een koopje. Per saldo zo'n 25 miljard euro zal er tot 2007 van de huidige naar de nieuwe lidstaten vloeien. Dat is minder dan er wordt uitgegeven aan de wederopbouw van het voormalige Joegoslavië. Het is ook tien miljard euro minder dan de EU op dit moment elk jaar aan landbouw uitgeeft. En ter vergelijking: in het kader van de Marshall-hulp maakten de Verenigde Staten tussen 1948 en 1951 omgerekend naar huidige prijzen 97 miljard euro over voor de wederopbouw van West-Europa. Diezelfde Verenigde Staten hebben dit jaar trouwens hun defensiebudget met 48 miljard euro verhoogd. Als visie en veiligheid in het geding zijn, dan mag het wat kosten.

TEGEN

Het belangrijkste argument tégen de uitbreiding is dat de Europese Unie er niet klaar voor is. Een organisatie kan niet zomaar van vijftien naar vijfentwintig leden groeien terwijl de manier waarop besluiten worden genomen nog is toegerust voor de oorspronkelijke zes. Het duurt nu al meer dan een uur om elke minister bij een EU-vergadering het woord te geven, met tien extra deelnemers wordt de vergadertijd gerekt tot het ondraaglijke. Het dagelijks bestuur van de EU, de Europese Commissie, moet voor 25 commissarissen zinvolle portefeuilles gaan zoeken, terwijl haar dat in de huidige samenstelling al ternauwernood lukt. Het aantal europarlementariërs groeit na de uitbreiding richting de 700, waarbij het aantal leden per land afneemt, en dus ook de herkenbaarheid voor de burgers. En dan is er nog de uitbreiding van het aantal tolken en vertalers: het is nu eenmaal gebruik dat iedere deelnemer aan een Europese ministersbijeenkomst in zijn eigen taal mag spreken.

De Europese Unie is evenmin klaar met de noodzakelijke hervormingen van het landbouwbeleid en de hulpprogramma's voor economisch achtergebleven regio's. Samen beslaan die nu al 80 procent van de Europese begroting. Hoe moet dat na de toetreding van tien economisch achtergebleven landen?

De kandidaat-leden kunnen hier niets aan doen: het is het falen van de huidige EU-landen zelf. Zij hebben bij herhaling over hervormingen vergaderd, maar konden het nooit eens worden. Het verdrag van Nice is een slap aftreksel van de hervormingen die echt nodig waren. En als de Ieren `Nice' vandaag per referendum afwijzen zal nieuw juridisch gegoochel nodig zijn om de uitbreiding toch te laten doorgaan, waarmee de EU weer onoverzichtelijker wordt.

Dat is ook voor ons van belang. Wie de EU bezig ziet op het wereldtoneel mag denken dat wat gehaspel meer of minder er niet toe doet, maar internationaal beleid is niet de kern van de Europese integratie. Dat Nederlandse gepensioneerden in Spanje recht hebben op Spaanse gezondheidszorg, dat studenten in andere EU-landen studiepunten kunnen halen, dat producenten hun gloeilampen over de grens kunnen verkopen, dat consumenten weten dat de Franse kwark of de Duitse ham in de supermarkt aan dezelfde veiligheidseisen voldoet als de Hollandse (en dus het lekkerste of goedkoopste product kan worden gekozen), dát is de kern.

Als we de Europese Unie nu naar het oosten uitbreiden, dreigt de organisatie waarin inmiddels de helft van onze wetten tot stand komt, onbestuurbaar te worden.

Ook de kandidaat-landen zijn nog niet klaar voor een EU-lidmaatschap, dat is het tweede argument tegen de toetreding. Er zijn tal van overgangsregelingen afgesproken, bijvoorbeeld voor Poolse slachthuizen die nog niet voldoen aan Europese sanitaire regels. Dat kost een hoop banen. Slachthuizen die niet voldoen aan Europese sanitaire eisen mogen geen vlees exporteren totdat ze grondig zijn verbouwd. Vindt de eigenaar de verbouwing te duur, dan moet het slachthuis dicht. En dat is nog al eens het geval.

Dan is er de Oost-Europese bestuurscultuur: de kandidaat-leden kunnen niet bepaald bogen op een lange traditie van efficiënt en transparant openbaar bestuur. Corruptie en cliëntelisme zijn dertien jaar na de val van het communisme nog niet verdwenen. De Europese Commissie hoopt op verdere verbeteringen de komende twee jaar, maar zijn gewoonten van jaren en soms eeuwen wel zo snel uit te bannen?

Als we de EU nu naar het oosten uitbreiden, bestaat het risico dat niet de westerse bestuurscultuur wordt overgebracht naar het oosten, maar andersom.

En tenslotte de financiën. Tot 2007 lijkt het op een koopje te kunnen, maar dan moet de volgende Europese begroting worden opgesteld. Met de tien toetreders als volledig meebeslissende leden aan tafel. En dan maar hopen dat de Europese Unie net zo terughoudend blijft met de subsidieverstrekking aan het oosten als nu.

    • Hans Nijenhuis