BEGRIP VOOR HOOGBEGAAFD

Superslim en supersnel. Alleen als een hoogbegaafd kind de ruimte krijgt, kan het zich normaal ontwikkelen.

Nauwelijks drie jaar oud was Charl toen hij zonder blikken of blozen `Hema Prijsjesdagenfestival' voorlas uit een folder die op de keukentafel lag. Zijn moeder Nelly Linssen ziet het nog zo voor zich. Net zoals hij zich het getallenstelsel eigen maakte op tweejarige leeftijd door naar de digitale klok te wijzen en te vragen `wat is dat?' Charl (15) is hoogbegaafd. Gediagnosticeerd hoogbegaafd.

Hoogbegaafde kinderen en hun ouders lopen vaak tegen muren op die voor anderen niet bestaan. Dat overkwam Charl ook op de school in het dorp waar hij de eerste vier jaar van zijn schoolgaande leven doorbracht. Van een vrolijk en enthousiast kind dat al op zijn derde jaar kon lezen en rekenen, veranderde hij in een jongetje dat op school vooral uitblonk in ongeïnteresseerdheid. Pas toen Charl overstapte naar een andere basisschool bloeide hij op.

Die andere basisschool was de Petrus Bandenschool in Venray. Een gewone, overwegend witte school. Geen school die een fantastisch nieuwe methode voor hoogbegaafden heeft ontwikkeld. Nee, maar wel een school waar Charl, en dus ook zijn moeder Nelly, zich thuis voelde. Een school waar hij zichzelf kon zijn. En dat is precies waar het de Petrus Bandenschool om gaat. Het gaat niet om wat er uít het kind komt, maar om wat er ín zit. En om recht te doen aan ieder kind, hoogbegaafd of juist niet, probeert de school maatwerk te leveren.

Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat een hoogbegaafd kind dat een gloeiende hekel heeft aan schrijven niet beoordeeld wordt op een keurig handschrift. Directeur Marius Peters: ``Als zo'n kind er doodongelukkig van wordt, dan verlagen wij de lat tot `leesbaar' en mag hij veel op de computer doen. Kijk, op zich is iedere school blij met een gemotiveerd, slim kind, maar toch lopen scholen vast met hoogbegaafde kinderen omdat ze ook `anders' zijn en `handicaps' hebben. Wij accepteren dat `anders zijn' en bieden het kind zoveel ruimte als mogelijk is.''

Het verhaal van de jongen met het ternauwernood leesbare handschrift is echt gebeurd, maar omwille van de privacy wil zijn moeder niet dat hij met naam en toenaam in de krant komt. Haar zoon is nu tien jaar. Hij is gedeeltelijk hoogbegaafd. Superslim en supersnel zolang de stof hem maar mondeling wordt aangereikt. Het gaat mis als hij moet lezen. Hij heeft namelijk een Non Verbal Learning Disability (NLD), zo is onlangs geconstateerd. Maar voor dit `ontdekt' werd heeft de jongen een flinke lijdensweg moeten bewandelen. Weliswaar geplaveid met goede bedoelingen, zoals het overslaan van een klas, maar eigenlijk steeds net verkeerd, omdat men niet begreep wat er aan schortte.

Eén van die goede bedoelingen was de daadwerkelijke hulp van moeder op school. Samen met een andere moeder haalde zij haar zoon, met een paar andere slimme klasgenootjes om haar zoon niet te bevestigen in zijn uitzonderingspositie, uit de klas om hen `verrijkingsstof' aan te bieden. Maar dat stuitte al snel op problemen. De leerstof ging uit van voorkennis die de kinderen nog niet bezaten en de moeders bleken, ondanks hulp van intern begeleider Leny Manders, over onvoldoende didactische vaardigheden te beschikken.

Het resultaat was frustrerend voor alle partijen. De jongen ging zich in de klas weer net zo ongeïnteresseerd gedragen als voorheen en dat wekte weer de irritatie van de leerkracht. Gevolg: de jongen wilde, weer, niet naar school. Zijn moeder vertelt: ``Hij sloot zich op in de wc, zodat ik de deur met een schroevendraaier moest openmaken. Dan moest ik hem letterlijk in zijn nekvel grijpen en de auto in sleuren.'' Op school gedroeg de jongen zich redelijk, maar allengs werd hij stiller. Depressief. Overspannen. Toen besloot directeur Peters, in overleg met de ouders, dat de jongen beter een tijdje thuis kon blijven. Dat `tijdje' werden vier weken, waarin moeder en zoon aan de keukentafel prima konden samenwerken, zolang zij maar bleef praten. Zo kwam het balletje aan het rolletje. Nu blijkt dat de jongen specifieke hulp nodig heeft om te leren omgaan met zijn handicap.

``Maatwerk leveren is een zoektocht'', zegt intern begeleider Leny Manders hierover. ``En daarbij is de hulp van ouders heel belangrijk.'' Charl was wat dat betreft een makkelijker `geval' dan de jongen met het slechte handschrift. Toen Charl in groep 5 op de Petrus Bandenschool kwam verdiepte de juf zich in hem. Een verademing, aldus zijn moeder. ``Hoogbegaafde kinderen zitten nooit stil'', vertelt zij. ``Ze zitten met hun pen te tikken, wiebelen op hun stoel. Op zijn eerste school moest hij dan gaan staan. Zijn stoeltje wegzetten en achter zijn tafeltje gaan staan. Maar hier werd Charl begrepen en geaccepteerd zoals hij was. De juf dikte de rekenstof voor hem in, zodat hij niet vijftien keer dezelfde soort som hoefde te maken. En toen hij negen jaar was en de rekenstof van groep acht helemaal af had, is hij samen met Leny Manders begonnen met wiskunde. Dat wilde hij zelf.''

De Petrus Bandenschool heeft geen `protocol' om hoogbegaafden te `spotten' en te begeleiden. Dat kan ook niet, denkt Peters: ``Maar we praten er wel over in ons team en volgen geregeld cursussen. Bewustwording is heel belangrijk. We willen voorkómen dat hoogbegaafde kinderen zich `verstoppen' in de groep en dat er zo talent verloren gaat. Daarom observeren we goed en bespreken we iedere gedragswijziging in het team. Als een kind hoogbegaafd is, proberen we het zo goed mogelijk te begeleiden. Dat kost soms onverantwoord veel tijd. En daar ligt ook onze frustratie. Want voor een gehandicapt kind krijg je extra budget, maar voor een hoogbegaafd kind krijg je niets.'' Ook voor de ouders heeft dat de nodige gevolgen. Veel testen moeten zij zelf betalen bijvoorbeeld. Nelly Linssen moest een auto aanschaffen om Charl in Venray naar school te kunnen brengen. Ze had geen recht op een kilometervergoeding. ``Maar daar heb ik tegen geprotesteerd'', vertelt ze. ``Uiteindelijk was de gemeente zo progressief om de kilometervergoeding toch toe te kennen.''

Charl verliet de basisschool op zijn elfde. Hij zit nu in 5-gym. Zijn huiswerk maakt hij in twintig minuten. De rest van de tijd is hij bezig met zijn computer. Hij ontwikkelt software. De jongen met het slechte handschrift is nu 10 jaar. Hij zit nu in een combinatiegroep 7/8. Omdat hij nog zo jong is blijft hij volgend jaar nog op de Petrus Bandenschool. Dat kan, want hij gaat nu weer gewoon graag naar school.

    • Jacqueline Kuijpers