Bali blijft paradijs Aman-junk

Hordes toeristen verlieten vakantieparadijs Bali na de aanslag. Zo kortzichtig zijn ónze klanten niet, menen uitbaters van extreem dure accommodaties. ,,Bliksem treft dezelfde plek maar één keer.''

Zachte gamelanmuziek tingelt, de persoonlijke butler brengt een gekoelde fles Moët & Chandon – het welkomstdrankje – en hotelgasten die duizend euro per nacht betalen laten zich zakken in één van de drie trapsgewijs liggende zwembaden die de naburige rijstvelden moeten imiteren. Verderop, in het mortuarium van het algemene ziekenhuis van Bali, liggen tussen smeltend ijs nog steeds tientallen ongeïdentificeerde lijken van slachtoffers van de ernstigste bomaanslag ooit in Zuidoost-Azië.

Dit is het vakantieparadijs een week na, zoals overal op rouwkransen staat, `Tragedi Bali' – de aanslag in uitgaanscentrum Kuta die op 12 oktober bijna 200 meest westerse jongeren doodde en een paar honderd verwondde. `Het hart van Bali is gebroken', is de tekst op een krans die tegen de muur van een tempel leunt. De tekst klopt. Toerisme vormt het hart van de Balinese economie. Indonesië verdient ruim 5 miljard euro aan toeristen en de Balinezen, 1 procent van de Indonesische bevolking, halen daar bijna eenvijfde van op. Met de duizenden die het eiland meteen na de aanslag verlieten en met een veelvoud daarvan die hun Bali-reis annuleerden, is dat hart inderdaad gebroken.

De diep religieuze Hindoeïstische Balinezen zijn nog lang niet bekomen van de schok dat al hun offerandes en gebeden voor vrede niet konden voorkomen dat er een aanslag is gepleegd op hun zorgvuldig opgebouwde paradijsje. Ze klampen overgebleven vakantiegangers aan en vragen: ,,Komt het weer goed met Bali? Komen jullie terug?''

,,Het zal even duren, maar ónze klanten komen als eerste terug'', verklaart Guy Heywood. De 37-jarige Brit leidt de vijf Indonesische boutique-hotels van Amanresorts, een keten van twaalf van de meest exclusieve en duurste vakantieoorden ter wereld. Drie ervan staan op Bali en Heywood brengt in kaart hoe die lijden onder de gevolgen van Tragedi Bali. De ongegeneerd rijke zakenlui, de veeleisende beroemdheden, maar ook pas getrouwde stellen die de komende vijf jaar hun Aman-huwelijksreis zullen moeten terugverdienen, kortom, de doorsnee klanten van Amanresorts: zij bleven na de bom.

,,Bliksem treft dezelfde plek maar één keer'', besloot Jonathan Ballon en de Amerikaan zette zijn huwelijksreis voort in Amankila, een Amanresort aan zee op een helling aan de voet van de hoogste vulkaan van Bali, de Gunung Agung. ,,En als ik dàt niet had bedacht, had ik wel een andere reden gevonden om te blijven,'', lacht de ondernemer uit Silicon Valley. ,,Amankila is zó fantastisch'', valt zijn vrouw hem bij.

Ze komen net van het lavastrand waar vijftig Balinezen de traditionele Kecak-dans hebben opgevoerd, alléén voor Aman-gasten. Na het exclusieve diner zullen ze zich laten vallen in de kussens op de veranda van hun suite, een strak vormgegeven huis met veel terrazzo waar zonder goedkeuring van de architect nog geen haakje voor de geparfumeerde handdoeken vervangen mag worden. De hoge veranda op palen zweeft tussen de kruinen van palmbomen en hun geruis mengt zich met dat van de zee.

Het zijn bepaald geen rugzakkers, de gasten van Aman-resorts. Ze kopen niet een reispakket met alles erop en eraan, maar regelen hun reis zelf. Waar het massatoerisme op Bali volgend jaar een knauw krijgt doordat reisorganisaties het eiland schrappen uit hun programma's, kunnen de individuele reizigers elke dag besluiten terug te komen. En Heywood is er van overtuigd dat ze dat zullen doen. Want mensen die zich duizend of meer euro per nacht kunnen veroorloven, laten zich niet wegjagen door een bom. ,,Ze zijn bereisd en begrijpen dat dit overal in de wereld kan gebeuren. Bovendien zijn het vaak steenrijke zakenmensen die hun succes te danken hebben aan het feit dat ze zich nooit door iemand hebben laten tegenhouden en weigeren de massa te volgen.''

Toch regende het annuleringen bij de Indonesische Amanresorts. ,,Die kwamen vooral uit Amerika, want hun ministerie van Buitenlandse Zaken raadt reizen naar Bali af. Afgezien daarvan: Amerikanen zijn naïef en hebben weinig van de wereld gezien en dat maakt ze over-voorzichtig.'' Niet alle afzeggingen leidden tot inkomstenderving. De klanten van Amanresorts zijn zo flexibel als ze rijk zijn. Als Bali even moeilijk ligt, hebben ze met hun geld een mer à boire aan alternatieven. Het privé-vliegtuig van deze `Aman-junkies' kan zo naar Amanpuri in Thailand of Amanpulo op de Filippijnen.

Al die resorts zien er anders uit, maar de formule is hetzelfde: hooguit veertig `kamers' vanaf 700 dollar, zo'n zeven werknemers per gast en service, service, service. Tenzij de klant met rust gelaten wil worden: ,,Elk jaar komt hier een schatrijke Amerikaan'', vertelt Ross Lusted, de beheerder van Amankila. ,,Met z'n privéjet komt hij naar het vliegveld, met onze helikopter brengen we hem hier naartoe. We hangen een klamboe in zijn kamer want we weten dat hij daar tien dagen onder gaat liggen om te slapen, te lezen en naar de zee te luisteren. We zien hem alleen bij het afrekenen.'' Voor die tien dagen betaalt de Amerikaan een bedrag waarvan een Balinese Aman-werknemer een riante villa in zijn dorp kan bouwen.

Het mag nu even tegenzitten in Indonesië, wereldwijd groeit de `top-end' toeristenmarkt. ,,Veel van onze gasten zijn hotelmanagers die komen kijken hoe wij het doen'', lacht Heywood. Niet zo vreemd, want Amanresorts verdient per kamer jaarlijks rond de 75.000 euro, waar de naaste concurrent, Four Seasons, genoegen moet nemen met 4.000 euro. ,,Mensen hebben minder vakantiedagen, maar meer geld en dus willen ze heel veel persoonlijke service. Ze haten grote hotels die allemaal op elkaar lijken en 600 kamers hebben. Daar ben je als gast slechts een nummer, een kamernummer.''