Asbestpaniek

Kinderen mogen niet meer in de tuin spelen, in De Hogenkamp in Goor. De bewoners maken zich ernstige zorgen, omdat er in de grond rond hun huizen te veel asbest zit. Over gebrekkige onderzoeken, falende overheden en onduidelijke regels.

Het begon met een paar brokjes. Maar uiteindelijk verzamelde Dick Alblas in zijn nieuwe tuin een hele afvalzak vol met asbest. ,,Er zaten stukken bij zo groot als een langspeelplaat'', zegt zijn vrouw Annemarie (43) terwijl ze vanuit de woonkamer naar het gazon kijkt. ,,Het is raar, maar je loopt nu steeds naar de grond te kijken op zoek naar iets verdachts.''

Een half jaar geleden leek er nog weinig aan de hand in de nieuwbouwwijk De Hogenkamp in de Overijsselse plaats Goor. Nu zijn de bewoners in rep en roer. Want de wijk is waarschijnlijk ernstig vervuild met asbest. ,,Terwijl de gemeente ons de grond twee jaar geleden heeft verkocht met de garantie dat hij schoon was'', zegt wijkbewoonster Anja van Ommen (32), terwijl ze haar hond uitlaat. ,,Het is schandalig.''

Een paar straten verderop trekken twee mannen, gekleed in witte pakken en met maskers op, met een graafmachine diepe sleuven in een tuin. In emmers verzamelen ze grond, die in een laboratorium wordt onderzocht op asbest. Als de tuintjes in De Hogenkamp inderdaad te veel van de kankerverwekkende stof bevatten, moet de grond gesaneerd worden. Voor de gemeente een strop van honderdduizenden euro's. Maar het kan nog erger. Als in de tuinen te veel asbest zit, moet ook de grond ónder de huizen worden onderzocht. Mocht daar de concentratie asbest te hoog blijken, dan moet die grond ook worden gesaneerd. Een operatie die waarschijnlijk miljoenen euro's gaat kosten. En die de levens van de wijkbewoners maanden, zo niet jaren, overhoophaalt.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren, vragen de wijkbewoners zich nu af. De gemeente heeft bijna tien jaar geleden toch onderzoek laten uitvoeren waaruit zou blijken dat de grond schoon is?

Uit een reconstructie blijkt het merendeel van die onderzoeken gebrekkig. Bovendien is de gemeente nalatig geweest. In een onderzoeksrapport uit 1994 wordt gemeld dat op één locatie in De Hogenkamp asbest is aangetroffen. De gemeente kreeg toen het advies om verder onderzoek te doen. Dat is nooit gebeurd. Waarom niet, willen de wijkbewoners nu weten.

Maar het verhaal van De Hogenkamp gaat niet alleen over onzorgvuldige gemeenteambtenaren. Het gaat ook over een Goorse fabriek die jarenlang gratis asbestcement in de regio heeft verspreid, over ministeries die onduidelijke regels opstellen en over ten minste één verdachte aannemer die asbesthoudende grond heeft versleept. Het roept herinneringen op aan de recente rampen in Volendam en Enschede. Was ook daar niet het probleem dat regels onduidelijk waren of onvoldoende werden gehandhaafd?

Begin jaren negentig speelt het bestuur van de gemeente Goor met het idee om van De Hogenkamp een woonwijk te maken. In het zuiden van het gebied liggen dan nog twee boerderijen, van de families Busschers en Krabbenbos-Smit. In het noordoosten ligt een volkstuinencomplex, en in het oosten is textielbedrijf Finigoor gevestigd.

Het verwerven van de grond gaat moeizaam. Finigoor wil niet opdraaien voor eventuele saneringskosten van de bodem, zo blijkt uit stukken van de gemeente. Het is normaal dat de verkopende partij verantwoordelijk blijft voor verontreinigingen, maar hier neemt de gemeente alle aansprakelijkheid op zich. Waarom, is niet duidelijk. Ze wil voorlopig geen antwoorden geven. Er is een interne commissie aangesteld die op termijn een externe, onafhankelijke commissie zal benoemen om de bestuurlijke gang van zaken na te gaan.

In 1993 vindt het eerste bodemonderzoek plaats in De Hogenkamp. Volgens de wet is het verboden om op vervuilde grond te bouwen, maar wat is vervuild? Bodems moeten standaard worden onderzocht op de aanwezigheid van pcb's, pak's, olie en zware metalen. Asbest staat niet op die lijst. Toch wordt de stof meegenomen in dat eerste onderzoek. Boluwa Ecosystems uit Enschede, uitvoerder van het onderzoek, vindt geen asbest. Maar het heeft slechts acht handboringen uitgevoerd. Dat is niet veel, want De Hogenkamp is bijna zes hectare groot. In het onderzoeksrapport dat bij de gemeente ligt, staat ergens in handschrift geschreven dat de controle op asbest weinig voorstelt. Wie de tekst heeft geschreven, is niet duidelijk.

In 1994 volgen drie andere bodemonderzoeken, op verschillende locaties in de wijk. Dit keer worden ze uitgevoerd door het bedrijf CBB uit Deventer. Tijdens het eerste onderzoek treft het bureau geen asbest aan, maar ook dat is beperkt. De provincie wordt telefonisch op de hoogte gesteld en gaat akkoord met de uitkomst. Bij het tweede onderzoek treffen CBB-onderzoekers wel asbest aan, op één plek: het terrein van boerenbedrijf Krabbenbos-Smit. In het rapport adviseert CBB de gemeente om de ernst en de omvang van het probleem verder te onderzoeken. ,,De aanwezigheid van asbest in de bodem kan een belemmering vormen voor de bouwplannen op de locatie'', meldt het rapport.

Maar een uitgebreid onderzoek komt er niet. Waarom de gemeente dat heeft nagelaten is niet duidelijk. Antwoord op die vraag wil ze nu ook niet geven. ,,We moeten zorgvuldig te werk gaan, voordat we een beschuldigende vinger gaan wijzen'', zei wethouder M. Verbeek onlangs tijdens een vergadering van het gemeentebestuur.

Of de conclusies van de CBB-rapporten zijn doorgespeeld naar het college, is niet duidelijk. In stukken van de gemeente van 13 oktober 1994 wordt in ieder geval gemeld dat er bodemonderzoek is uitgevoerd in De Hogenkamp. Dat onderzoek ,,levert geen belemmeringen op tot aankoop''. In stukken van een jaar later wordt gesproken over ,,afvoering van 80 ton verontreinigde grond'' van het perceel van Smit. En verder: ,,asbest zal verwijderd worden zodra de vorst uit de grond is''. Volgens de gemeente is het terrein daarna klaar voor bebouwing. Enkele weken geleden kwam ingenieursbureau Lankelma tot de conclusie dat de verontreiniging op het terrein van Smit waarschijnlijk nooit is gesaneerd.

Golfplaten

De eerste signalen dat asbest schadelijk is voor de gezondheid, verschijnen aan het eind van de negentiende eeuw, in Groot-Brittannië en Duitsland. Toch wordt de stof tot ver in de twintigste eeuw veelvuldig verwerkt in huizen, stallen, fabrieken, treinen, auto's, schepen en wegen. ,,Omdat het een prachtig materiaal is. Vuurvast, stevig, goedkoop'', zegt J. Tempelman, asbestdeskundige bij TNO in Apeldoorn.

Goor krijgt zijn portie. In 1937 begint de aldaar gevestigde Eternit-fabriek asbest te verwerken in cement, golfplaten, paaltjes. Het bedrijf staat bekend als een goede werkgever voor de omgeving. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw geeft de fabriek het asbesthoudende cementafval weg aan wie het maar wilde ophalen.

,,Het is in de wijde omtrek gebruikt om erven, wegen en paden te verharden'', zegt Tempelman. Het gebruik van asbest was toen nog niet verboden. De Eternit-fabriek staat nog steeds in Goor, en verkoopt nu onder andere asbestvrije dakbedekkingen.

In Nederland dringt het gevaar van asbest pas in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw goed door. Het zijn met name de in de lucht zwevende asbestvezels die op termijn problemen opleveren. Als ze in de longen komen, kunnen ze asbestose (stoflongen), longkanker of mesothelioom (kanker van long- of buikvlies) veroorzaken. Over het algemeen doen de ziektes zich pas twintig tot veertig jaar na blootstelling voor. Niet alle typen asbest blijken trouwens even gevaarlijk. En ook de lengte en de dikte van de vezels zijn van invloed op de schade die ze kunnen aanrichten.

Het duurt tot 1993 voordat er in Nederland een verbod komt op het verwerken van asbest. Een jaar later wordt het Asbestverwijderingsbesluit van kracht. Het besluit geeft strenge regels voor het opruimen van asbest uit woningen en voertuigen. Wegen vallen ook onder het besluit, maar bodems niet. Over asbest in wegen en bodems maakt de overheid zich dan nog weinig zorgen, zegt TNO-onderzoeker Tempelman. ,,Men heeft lang gedacht: het zit in de bodem en als je niks doet, blijft het daar ook zitten'', zegt hij. Pas sinds twee jaar heeft de regering aandacht voor de problemen die asbest in de bodem kan veroorzaken. ,,Dat is natuurlijk erg naïef'', zegt Tempelman.

Vooral omdat men beter kon weten. Al in 1983 toonden wetenschappers van de Universiteit Leiden aan dat in tal van wegen in en om Goor asbest zit. In hun eindrapport schrijven ze dat ze vermoeden dat het asbest voortdurend uit de wegen ,,verstuift'', omdat er veel over wordt gereden of omdat het asfalt scheurt, bijvoorbeeld door de vorst. Of dat gevaren oplevert voor de gezondheid, weten ze niet, maar ze raden verder onderzoek sterk aan. TNO voert dat uit, een jaar later, en wijst ook op het probleem van de asbestwegen. Maar de overheid heeft er geen oren naar.

Ook de Wet bodembescherming wordt nauwelijks met asbest in verband gebracht. Die wet stelt dat iemand die ,,handelingen in de bodem verricht'' alles in het werk moet stellen om verontreinigingen te voorkomen. Als dat toch gebeurt, moet sanering volgen.

Pas eind jaren negentig stellen de ministeries van VROM en Volksgezondheid normen op voor asbest. P. Kuipers van ingenieursbureau Lankelma hekelt de bestaande regelgeving. Elk ministerie hanteert verschillende normen. En omdat de regels niet bindend zijn, mag elke provincie ze naar eigen believen invullen. ,,Zo ontstaat een wirwar van methodes om op asbest te controleren'', zegt Kuiper.

Sommige ingenieursbureaus klagen inmiddels dat de normen voor bodems veel te streng zijn. Ook Tempelman van TNO vindt dat. Asbestvezels komen minder makkelijk uit de bodem vrij dan in eerste instantie werd gedacht, zegt hij. En de luchtnormen – hoeveel asbestvezels mogen er in een kubieke meter lucht zitten – zijn behoorlijk streng. Het zogeheten maximaal toelaatbare risico bedraagt 100.000 asbestvezels per kubieke meter lucht. Als ergens in de lucht zoveel vezels zitten, wil dat zeggen dat omgerekend 1 op de 100 miljoen blootgestelde mensen uiteindelijk aan een asbestgerelateerde ziekte zal overlijden. ,,De kans om te sterven aan roken, bij een bliksemflits of door een verkeersongeluk is vele malen hoger'', zegt Tempelman. Hij vindt dan ook dat de angst voor asbest ,,helemaal is doorgeschoten'' in Nederland.

Epidemioloog D. Heederik van de Universiteit Utrecht, tevens lid van de Gezondheidsraad, zegt dat de huidige asbestnormen uitgaan van een extreem laag risico. ,,Het risico wordt trouwens nooit nul'', zegt hij. ,,Asbest is overal.'' Ook Heederik vindt de angst voor asbest vaak overdreven. Of dat in Goor ook zo is, durft hij niet te zeggen. ,,Dat is een uitzonderlijk geval. Ik heb het wel altijd belachelijk gevonden dat daar bijvoorbeeld zoveel wegen zijn aangelegd met asbestcement.''

Regenwater

Midden jaren negentig veranderen de plannen voor De Hogenkamp. De gemeente wil er een `natuurlijk-wonen-wijk' van maken. Met energiezuinige huizen en regenwater dat netjes wordt opgevangen en uitsijpelt naar het grondwater. Het project loopt daardoor vertraging op.

Eind 2000 wordt begonnen met het bouwrijp maken van de wijk. Verspreid liggen er vier bergen (depots) grond, afkomstig uit andere delen van Goor. De grond is eigenlijk bedoeld om een geluidswal aan te leggen om een deel van De Hogenkamp heen, zodat niemand uitkijkt op het aangrenzende industrieterrein. Maar in ten minste twee depots blijkt een te hoge concentratie asbest aanwezig. Volgens stukken van de gemeente is de verontreiniging in één van die depots te wijten aan illegale stort door derden.

Asbest wordt dan nog steeds niet serieus genomen door de overheid. Er is net een nieuw Bouwstoffenbesluit van kracht. Dat stelt regels aan gebruik en hergebruik van bouwmaterialen als grond en steen. De materialen moeten voldoen aan normen voor tweehonderd stoffen. Asbest hoort daar niet bij.

De controle op asbest in De Hogenkamp gebeurt voornamelijk `visueel'. Dat wil zeggen, iemand kijkt of er asbest te zien is. Maar asbestpulp – gevaarlijker dan de vaste brokken – is niet altijd even makkelijk te herkennen. Toch is die visuele controle de standaard in Goor, zoals onder andere blijkt uit een brief van ingenieursbureau Tauw aan de gemeente (20 maart 2000). Visueel onderzoek is een stuk goedkoper dan een uitgebreide analyse in een laboratorium.

Een deel van de depots wordt begin 2001 gesaneerd door Te Pas Infra uit Enschede. De bouw van de 84 woningen is dan al begonnen. Aan het eind van het jaar trekken de eerste bewoners in hun huis. ,,Een van de eerste dingen die we hebben gedaan, is de tuin in orde maken'', zegt bewoonster Anja van Ommen. ,,We hebben dagenlang in de grond zitten ploeteren.''

Begin dit jaar komen bij de gemeente de eerste klachten binnen van bewoners die asbest in hun tuin vinden. ,,We hebben eerst nog getwijfeld of we het zouden melden'', zegt Annemarie Alblas. ,,Maar toen we hoorden dat ook anderen asbest hadden gevonden, hebben we het toch maar gedaan.'' Over mogelijke aansprakelijkheid heeft ze nog navraag gedaan bij de gemeente. ,,Ze bleven maar verwijzen naar de schonegrondverklaring'', zegt ze. Die verklaring verwijst naar de eerste vier (gebrekkige) onderzoeken die in de wijk zijn gedaan.

De gemeente schakelt het ingenieursbureau Lankelma uit Almelo in. Bij een eerste inventariserend onderzoek treffen onderzoekers van het bureau her en der in de wijk asbest aan. In maart doen ze uitgebreider onderzoek op een terrein dat gedeeltelijk als parkeerplaats wordt gebruikt. De concentratie asbest blijkt te hoog volgens de huidige normen.

Een maand later wordt een bouwproject vlak naast De Hogenkamp stilgelegd. Het terrein is eigenlijk bedoeld voor de bouw van een kinderdagverblijf. De concentratie asbest in de bodem blijkt duizenden keren hoger dan de toegestane norm.

Er gaan stemmen op dat het de gemeente Hof van Twente (een recente samenvoeging van Goor, Delden, Diepenheim, Markelo en Ambt Delden) boven het hoofd groeit. De gemeente heeft voor de sanering van asbesthoudende grond een ,,potje'' van twee miljoen euro. Of dat volstaat, is twijfelachtig.

Het rapport dat Lankelma een paar weken geleden openbaar heeft gemaakt, is erg kritisch. Het bureau doet als eerste een uitgebreid `historisch onderzoek' op de locatie. Dat zoiets niet eerder is gebeurd, zeker in Goor met zijn `asbestgeschiedenis', is opmerkelijk. Het uitvoeren van een historisch onderzoek is bovendien al jaren standaard.

Lankelma concludeert op basis van kadastergegevens dat er tal van inmiddels verdwenen kavel- en spoorsloten door De Hogenkamp hebben gelopen. Daarin zijn vroeger vrijwel zeker asbesthoudende materialen gedumpt. De gemeente heeft daar nooit naar laten kijken. Bovendien is de in 1994 aangetroffen bodemverontreiniging op het terrein Krabbenbos-Smit waarschijnlijk niet gesaneerd. Oorzaak is ,,miscommunicatie binnen de betrokken afdelingen'' van de toenmalige gemeente Goor. Verder concludeert Lankelma dat op het voormalige volkstuinencomplex asbest is achtergebleven. Omdat er tijdens de bouwwerkzaamheden in 2001 diep gegraven is, hebben de bulldozers waarschijnlijk asbest naar boven gehaald. Dat asbest is vervolgens over de hele wijk verspreid. Lankelma schrijft in zijn rapport dat het ,,opmerkelijk'' is dat er tijdens de bouwwerkzaamheden geen meldingen zijn gemaakt van asbestverontreiniging. Dat kan volgens het bureau maar twee dingen betekenen: of de betrokken aannemers hebben het asbest over het hoofd gezien, of ze hebben het gewoon niet gemeld.

Een van die aannemers is Ter Horst. Tegen het bedrijf is onlangs proces-verbaal opgemaakt. Iemand van het plaatselijke Actiecomité Asbest had begin mei gezien hoe een vrachtwagen van Ter Horst grond aan het opladen was van een met asbest vervuild Eternit-terrein. Het gebied is afgezet, en het is verboden om er te komen. De volgeladen vrachtwagen reed naar een mooie villa in de buurt, waar de grond werd gestort voor de aanleg van een tuintje.

Wijkbewoonster Anja van Ommen maakt zich er niet ongerust over dat ze misschien asbest heeft ingeademd. ,,Moet ik me dan dertig of veertig jaar zorgen blijven maken of ik misschien ziek word? Nee, bedankt'', zegt ze. Het vervelendst vindt ze de situatie nog voor haar twee kinderen, Romy (7) en Davey (5). Die zien op de lokale zender geregeld opgeblazen berichten over de vervuiling. ,,Dan moet ik weer een uur op ze inpraten om ze rustig te krijgen.'' Ook Annemarie Alblas maakt zich ,,niet ontzettend ongerust''. Haar dochter Dieuwertje (7) mag gewoon in de tuin spelen, maar ze mag niks oprapen. En in het zand scheppen is ook verboden. Haar vijf maanden oude zoontje Coen speelt nog niet in de tuin. Annemarie weet nu in ieder geval hoe asbest eruit ziet. Grijs, en met honingraatjes, zegt ze glimlachend. Volgens haar zal alles uiteindelijk wel goedkomen. Het is alleen de vraag hoelang ,,het gezeik'' gaat duren. Een dezer dagen zal Lankelma haar de voorlopige uitslag van het tuinonderzoek geven. ,,Het belangrijkste is dat die zooi hier verdwijnt.''

Moet ik me dertig jaar zorgen blijven maken of ik misschien ziek word?

    • Marcel aan de Brugh