Zacht doelwit voor harde jongens

In een land getergd door onlusten, corruptie en religieus radicalisme leek Bali met zijn stevige toeristeneconomie een oase van rust. Het Indonesische kabinet vreest dat naast het toerisme, ook de buitenlandse investeringen terug gaan lopen.

`Terrorisme: schrik inboezemen door gewelddaden', zegt de vreemde woordentolk. Welnu, het is weer gelukt. De bommen die zaterdag 12 oktober kort voor middernacht de discotheken Paddy's Café en Sari Club veranderden in een inferno, maakten met twee klappen een einde aan een mooie droom. Bali, het Eiland der Goden, vrijplaats voor jetsetters die hun zoveelste huwelijk laten inzegenen door een hindoepriester, voor Europese rugzakjongeren en Australische surfplankrijders een veilige haven in een gevaarlijke wereld, bleek een zacht doelwit voor harde jongens.

Als zij mikten op de Indonesische economie, hebben zij midden in de roos geschoten. Wat zaterdag teloorging, was het rotsvaste vertrouwen in de onkwetsbaarheid van `s lands laatste – en grootste – toeristische deviezenbron. Terwijl de zoele nachtlucht van Kuta was vervuld van een penetrante brandlucht en het gekerm van zwaar verbrande slachtoffers, zochten duizenden in paniek een uitweg uit de smalle straatjes van het uitgaanscentrum. De exodus was begonnen. Herculesvliegtuigen van de Australische luchtmacht vlogen de gewonden naar huis en extra vliegtuigen van Qantas voerden geschokte toeristen af. Zij zullen niet snel terugkeren naar dit paradijs aan de voordeur.

Balinese taxichauffeurs, gevraagd naar hun indrukken en verwachtingen, barsten in huilen uit. Ambtenaren van het ministerie van Toerisme, touroperators en hoteliers proberen het hoofd koel te houden, maar schrikken van hun eigen prognoses.

Maandag sloeg de paniek over naar Jakarta en kelderden de beurskoersen met 10 procent. De index veerde binnen enkele dagen weer op, dankzij de gunstige stemming in Wall Street, een door de regering gestuurde inkoop van aandelen door staatsbedrijven en een technical rebound ofwel koopjesjacht. Analisten verwachten niettemin dat de aandelen de resterende maanden van 2002 verder zullen verzwakken. De koersval van de roepia bleef vooralsnog binnen de perken door steunaankopen van de centrale bank. De koers van de nationale munt, die al maanden kalm schommelde rond 9.000 tegen de Amerikaanse dollar, daalde maandag naar 9.320, maar herstelde zich deze week licht omdat handelaren inkochten tegen de lagere koers. Vandaag, een beursweek later, sloot de roepia dankzij een nieuwe interventie van de centrale bank relatief stabiel op 9.205.

Bali is voor Indonesië niet zomaar een eiland. Terwijl de aanhoudende stroom slecht nieuws – bloedige onlusten in de buitengewesten, politieke turbulentie, een reveil onder radicale moslims, corruptie – het vertrouwen in de Indonesische economie steeds verder ondermijnde, bleef Bali een oase van rust. Terwijl elders in het land de investeringen uitbleven, verrezen op Bali met de regelmaat van de klok nieuwe hotels, bars en discotheken. Het massatoerisme, dat geliefde bestemmingen als Yogyakarta met zijn paleizen en tempels de laatste jaren links liet liggen, bleef Bali trouw. Dat was te danken aan een door de toeristenbranche zorgvuldig gecultiveerd imago – een vreedzame, bloemenminnende hindoebevolking, wars van fanatisme – en een uitstekende infrastructuur. Wie naar dit tropische lustoord wil, kan de roerige rest van het land overslaan. Denpasar heeft een internationale luchthaven met eigen douanefaciliteiten en de belangrijkste luchtvaartmaatschappijen verzorgen rechtstreekse vluchten.

Bali was tot nu toe goed voor 30 procent van de Indonesische inkomsten uit het toerisme, die in 2001 5,2 miljard dollar bedroegen. Mochten die wegvallen, dan zou dat een nationale ramp betekenen. Zo erg zal het waarschijnlijk niet worden, maar dat Indonesië een flinke veer moet laten in termen van deviezen, staat wel vast. Voor de aanslag van zaterdag bedroeg de bezettingsgraad van de Balinese hotels 70 procent. Maandag was die gedaald tot 61,7 procent en dinsdag tot 55,8 procent. Myra Goenawan, vice-voorzitter van de Indonesische Raad voor Toerisme, vindt dat `meevallen'.

Niet de uittocht van deze week beslist overigens over de branche, maar de annuleringen voor het komende winterseizoen. Individuele reizigers zullen het tij trotseren, maar daarvan moet Bali het niet hebben. Beslissend zijn de door tour operators gearrangeerde groepsreizen en daar, geeft Goenawan toe, vallen de meeste afzeggingen. De regering van Australië, de grootste markt voor Balireizen, heeft zijn burgers aangeraden Indonesië te verlaten. Negatieve reisadviezen worden dodelijk zodra de reisverzekeraars die ter harte nemen en Baligangers polissen gaan weigeren. Zover is het nog niet. Minister van Arbeid Jacob Nuwa Wea is pessimistisch. Hij houdt er rekening mee dat er in de Balinese horeca volgend jaar 150.000 ontslagen zullen vallen.

Vorige week arriveerden gemiddeld 4.650 passagiers per dag op de luchthaven van Denpasar, op dinsdag 15 oktober was dit aantal al geslonken tot 2.833. Garuda, de nationale luchtvaartmaatschappij van Indonesië, overweegt het mes te zetten in het aantal vluchten naar internationale bestemmingen. Zo'n 60 tot 70 procent van Garuda's internationale vluchten gaat rechtstreeks naar Bali. Bahrul Hakim, een van Garuda's directeuren, zei gisteren dat intussen 40 procent van de Australische reserveringen voor Bali is opgezegd. Australië is ook Garuda's grootste markt. Volgens Hakim regent het ook opzeggingen in Japan en Europa, in grootte respectievelijk de tweede en derde markt van het bedrijf. Volgens het ministerie van Verbindingen zal het aantal internationale luchtreizigers naar Indonesië dit jaar slechts met 5 procent groeien, terwijl een groei van 8,6 was geraamd.

Het Indonesische kabinet heeft deze week aangekondigd dat het na de bomaanslagen op Bali de uitgangspunten voor de begroting 2003 moet herzien. Minister van Boediono van Financiën houdt er ernstig rekening mee dat niet alleen de inkomsten uit het toerisme zullen tegenvallen, maar ook de verwachte buitenlandse investeringen. Indonesische fabrikanten vrezen dat buitenlandse afnemers hun orders zullen verleggen naar veiliger landen. Dit alles betekent volgens Boediono dat Indonesië volgend jaar behoefte heeft aan nog meer buitenlandse hulp. Jakarta heeft al een beroep gedaan op Japan, 's lands grootste donor. De Raadgevende Groep voor Indonesië (CGI), het donorenconsortium onder leiding van de Wereldbank, komt eind oktober bijeen om het steunbedrag voor 2003 vast te stellen.

Andrew Steer, directeur Indonesië van de Wereldbank, ziet niet aanvullende financiering, maar vertrouwen als het grootste probleem. Hij prees Jakarta om zijn `prudente macro-economische management', met name de beheersing van het financieringstekort – voor 2003 bepaald op 1,3 procent van het Bruto Binnenlands Product – en meent dat dit zal helpen de klap van Bali op te vangen. Voor vertrouwensherstel moet Jakarta volgend jaar meer werk maken van structurele hervormingen, zoals sanering van de banksector en corruptiebestrijding, aldus Steer. Het komende donorenoverleg zal ook aandringen op een snel politieonderzoek naar de aanslag op Bali en resolute maatregelen. Dat blijkt in de donorenwereld te worden beschouwd als het meest probate middel om algeheel vertrouwensverlies te voorkomen.