Wie mij kent

De minister-president: ,,Mijnheer de voorzitter! Wie mij kent, weet dat ik iemand ben die altijd zijn verantwoordelijkheid neemt. Is er ergens verantwoordelijkheid dan zal ik daar nooit voor weglopen. Wie mij kent, weet dat er nergens op de wereld iemand is met zo veel gevoel voor verantwoordelijkheid. Nooit doe ik iets zonder mij bewust te zijn van mijn verantwoordelijkheid. Ik bén de vleesgeworden verantwoordelijkheid. Zij die mij kennen, kunnen dat bevestigen.

,,Mijnheer de voorzitter! Wie mij kent, weet dat ik sta voor duidelijkheid en daadkracht. Duidelijkheid heb ik hoog in het vaandel. Zijn er ergens onduidelijkheden, dan snel ik toe om die onduidelijkheden te verduidelijken. In mijn wereld wordt elke onduidelijkheid bestreden en weet men waar men aan toe is. Ik bén de vleesgeworden duidelijkheid. Wie mij kent, weet ook dat ik vanaf het begin heb gestaan voor daadkracht. Geef mij een beslissing en ik zal haar nemen. Geef mij een probleem en ik zal het oplossen, geef mij een ruzie en ik zal haar beslechten. Ik bén de vleesgeworden daadkracht. Wie mij kent, weet dat ik één keer een waarschuwing geef en dan is het over. Eén enkele waarschuwing is bij mij genoeg en iedereen weet zijn plaats.''

Het koor: ,,Maar wat lul je nou, opschepper. Wij kennen jou helemaal niet, maar wat wij zien is een argeloze sukkel die alles uit handen laat glippen. Een koe heeft nog meer verstand van het onweer dan jij van verantwoordelijkheid. Alles wat je de laatste maanden hebt aangeraakt, is modder geworden. De enige duidelijkheid die je ons gaf, was de duidelijkheid dat er niets van terecht zou komen. En van daadkracht hebben wij al even weinig gemerkt. Eén keer waarschuwen en dan is het over. Hahaha, laat ons niet lachen. Honderd keren heb je gewaarschuwd en nooit heeft er iemand naar je geluisterd. Ongelooflijke klungel, amateur! Een slaapzak heeft nog meer verstand van daadkracht dan jij. Geen enkele beslissing is genomen, geen probleem opgelost, geen ruzie beslecht. Dat ene wetsvoorstel dat uit je handen is gekomen, is ook nog blijven liggen. En nu doe je een beroep op al degenen die je kennen. Okay, put your money where your mouth is!''

De minister-president: ,,Moeder! Moeder, gij kent mij. Gij weet wie ik ben en voor wie ik heten wil. In uw schoot ben ik geboren. U hebt mij gezoogd en grootgebracht. U kent mij als geen ander. Moeder, treed naar voren en vertel wie ik ben.''

De moeder van de minister-president: ,,Lieve jongen, hier ben ik! Heb ik je ooit in de steek gelaten? Kom je niet elke week bij je moeder op de thee om met haar over je toekomst te praten. Ja, je moeder weet wat goed voor je is. Je moeder heeft je met de paplepel ingegoten wat daadkracht is. Mijnheer de voorzitter, deze lieve jongen is altijd trouw naar de gereformeerde zondagsschool gegaan. En daar heeft hij altijd goed opgelet. En later is hij op de gereformeerde zondagsuniversiteit professor geworden in een heel moeilijk vak. Natuurlijk is niet alles over rozen gegaan, maar mijn zoon heeft de hindernissen altijd overwonnen. Misschien dat de psychiater daar iets over kan vertellen, die kent mijn zoon erg goed.''

De minister-president: ,,Moeder, niet nu! Niet hier!''

De moeder van de minister-president: ,,Wat is er jongen? Heb ik iets verkeerds gezegd?''

Helaas is de rest van de zitting door al het gekrakeel in onverstaanbaarheid ten onder gegaan. De psychiater rende naar het spreekgestoelte om een uiteenzetting te geven over de karakterstructuur van de minister-president, maar de voorzitter schakelde de microfoon uit. De volgende dag diende de minister-president daadkrachtig per brief zijn ontslag in bij de koningin. Uit piëteit met zichzelf durfde hij zelf niet te gaan.