Wat nu met de begroting?

De rijksbegroting en het EMU-saldo staan onder druk na de val van het kabinet. En met de LPF op drift is ineens alles mogelijk.

Het kan de hectiek van het moment geweest zijn, maar feit is dat premier Balkenende gisteren een wel heel opmerkelijk briefje (,,Amici'') stuurde aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer. Hij waarschuwt daarin voor het uitstellen van de begrotingsbehandelingen. Dat zou budgettaire risico's met zich meebrengen, zegt de premier. ,,In de beleidsplannen is een inkomstenverhoging (jargon voor lastenverzwaring, red.) van 3,3 miljard euro (0,7 procent bbp) voorzien'', schrijft de premier. En: ,,Aan de uitgavenkant van de begroting is per saldo een besparing (jargon voor bezuinigingen, red.) van 3,5 miljard euro (0,7 procent bbp).'' Anders gezegd: als de Kamer weigert de begrotingen te behandelen, loopt het tekort op van 0,5 procent nu naar boven de 2 procent.

Een raar briefje, stellen de twee grootste oppositiepartijen, PvdA en GroenLinks. En, interessant, ook de LPF voelt zich maar gematigd verantwoordelijk voor de problemen die Balkenende schetst. Leugens staan er nog net niet in het briefje, halve waarheden wel. De genoemde bedragen aan bezuinigingen en lastenverzwaring staan weliswaar in de begroting, maar daar staan lastenverlichting (1,3 miljard) en intensiveringen (1,1 miljard ) tegenover. Per saldo resteert derhalve geen 6,8 maar 4,4 miljard euro aan `echte' bezuinigingen en lastenverzwaring. Balkenende stelt de budgettaire situatie dus wat erger voor dan zij feitelijk is. Vanmorgen heeft de ministerraad een uitgebreidere versie van de brief van Balkenende besproken en geaccordeerd. Die brief eindigt met de bezwerende formule: ,,Door nu niet op te treden zou een volgend kabinet nog drastischer moeten ingrijpen om het budget terug te krijgen op de ingezette koers richting volledige aflossing van de staatsschuld, een doel dat brede steun kent in het parlement. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van het kabinet én de Staten-Generaal om die situatie te voorkomen.''

Een van de opties is de begrotingen gewoon te behandelen, hetgeen het kabinet, VVD en CDA willen. Zij gaan er blijkbaar vanuit dat er op het grootste deel van de onderwerpen nog meerderheden te vinden zijn. Een andere optie is dat de begroting niet behandeld wordt, en er wordt teruggevallen op de begroting van dit jaar. ,,In dat geval kunnen ministers verplichtingen aangaan tot ten hoogste viertwaalfde van de bedragen die in de vastgestelde begroting voor 2002 bij de overeenkomstige begrotingsartikelen zijn toegestaan'', aldus de brief van het kabinet. De suggestie die het kabinet en daarmee de VVD en het CDA met de brief willen wekken, is dat de begroting hoe dan ook moet worden aangenomen, omdat Nederland anders wegens budgetoverschrijdingen en oplopende tekorten een gele kaart in Brussel riskeert.

Daar denken de oppositiepartijen en de LPF anders over. Onder aanvoering van PvdA en GroenLinks wordt daarom hard gewerkt aan nieuwe scenario's. De PvdA stelt voor om de begrotingen helemaal opnieuw in te dienen, met een nota van wijziging waarmee alle beslissingen uit het regeerakkoord en van prinsjesdag worden teruggedraaid. Deze `beleidsarme' begrotingen zouden dan de basis kunnen vormen voor de begrotingsbehandelingen. De LPF lijkt hier wel voor te voelen. GroenLinks twijfelt over de juiste route. ,,Het betekent dat je een enorm politiek debat gaat voeren, dat past niet bij een demissionair kabinet'', zegt Vendrik. Hij heeft zelf goede hoop op een groot aantal amendementen op de huidige begroting, juist omdat de LPF ,,de handen nu vrij heeft''. LPF'er Van As bevestigt dat: ,,De VVD en CDA hebben ons aan de kant gezet. We zijn geen makke schapen.''

Een van de voorstellen van PvdA en GroenLinks betreft het in stand houden van het spaarloon tot aan modaal. Ook zien zij af van de verhoging van de ziektekostenpremie. Samen met nog enkele maatregelen om groen beleggen en duurzame energie te stimuleren, betreft het een verschuiving van 1 miljard euro. De gevolgen voor de koopkracht van minima en modale inkomens is positief. Voor het in stand houden van een vorm van het spaarloon lijkt zo langzamerhand een meerderheid te bestaan. Met een LPF-fractie vol van rancune krijgt de oppositie echter een ongekende kans haar ideeën alsnog in de begrotingen te stoppen. Het niet-controversieel verklaren van de begroting, traditioneel in het voordeel van de zittende coalitie-meerderheid, lijkt zodoende in het voordeel van de oppositie uit te pakken.