Waarom de Ieren Verdrag van Nice moeten steunen

De Ieren spreken zich morgen in een referendum voor de tweede keer uit over het Verdrag van Nice. Een nieuwe afwijzing is niet schadelijk voor de Europese eenwording, maar vooral ook voor Ierland zelf, vindt Albert Reynolds.

Op dit moment zijn de ogen van de hele Europese Unie op ons Ieren gericht. Zal Ierland, dat nu al dertig jaar lang de voordelen plukt van zijn EU-lidmaatschap, voor de tweede keer de kans vergooien om de horizon van zijn Europese familie te verbreden, de cultuur ervan te verrijken en haar economisch potentieel te vergroten?

Zal een land dat – grotendeels dankzij zijn EU-lidmaatschap – een van de meest bloeiende economieën in Europa heeft, de kandidaat-lidstaten dezelfde kans niet gunnen?

Zullen we de vooruitgang de rug toekeren, of met beide armen de mogelijkheid verwelkomen om op het thuisfront de economische prestaties nog te verbeteren? Als we nieuwe leden uit Midden- en Oost-Europa opnemen in de Europese familie, betekent dat niet dat er minder koek valt te verdelen, zoals velen vrezen. Integendeel, de koek zal groter worden en nieuwe uitdagingen met zich meebrengen voor alle EU-burgers, de Ieren incluis.

Het EU-lidmaatschap heeft de Ieren al veel voordelen opgeleverd: een enorme vooruitgang op het gebied van de vrouwenrechten; Europese structuurfondsen voor opleiding en onderwijs; landbouwsubsidies die ons onafhankelijk maakten van de Britse markt; en een grote sprong voorwaarts voor de infrastructuur van ons land. Die sprong voorwaarts is medeverantwoordelijk voor de uitzonderlijke economische successen die we nu boeken. Het Ierse bruto binnenlands product (bbp) bedraagt 120 procent ten opzichte van het Europese gemiddelde, en onze handel met de EU is jaarlijks goed voor 82,99 miljard euro. Deze cijfers spreken voor zichzelf.

Twee essentiële punten kunnen het verschil maken tussen een `ja' en een herhaling van het `nee'-resultaat van vorig jaar.

Ten eerste vrees ik dat veel mensen `nee' zullen stemmen uit protest tegen hun lokale en nationale overheden. Dat heeft niets te maken met het macroniveau waarop het uitbreidingsproces van de EU zich afspeelt, maar is gewoon een waarschuwingsschot voor de boeg van de regering en een uiting van ontevredenheid over de nationale situatie. Het politieke establishment steunt eenparig de `ja'-stem. Nieuwe en slecht getimede geruchten over corruptie in de nationale politiek zullen niet helpen om de `nee'-stemmers weg te houden, maar tegen hen zeg ik: ,,Jullie snijden uiteindelijk in je eigen vlees, er staan lokale verkiezingen voor de deur – en Europese verkiezingen volgen vrij snel daarna. Weet dat als jullie tegen het Verdrag van Nice stemmen, jullie de duurzame stralende toekomst voor jezelf en je familieleden wegstemmen. Weet dat als jullie tegen het Verdrag van Nice stemmen, er in de nationale politiek niets zal veranderen, maar dat Ierland zijn huidige positie in Europa zal verliezen.''

Ten tweede zijn er degenen die vrezen dat hun eigen economische succes in het gedrang komt, wanneer we de mogelijkheden die zich voordoen met een verbreed Europa moeten delen. Tegen hen zeg ik: ,,De kandidaat-lidstaten hebben het recht om dezelfde kansen te krijgen als wij hebben gekregen. We zouden goedgunstig en vrijgevig moeten staan tegenover de uitbreiding van Europa om iedereen uitzicht te bieden op een hogere levensstandaard enerzijds en op een sterkere economie anderzijds. Dat is mijn visie op Europa. En dat is altijd mijn visie op Europa geweest.'' De welvaart in Ierland zal niet bedreigd maar geschraagd worden door een vergrote Europese Unie. We zijn sterk afhankelijk van uitvoer (we voeren 73 procent uit van alles wat we produceren) en een groter Europa betekent een grotere afzetmarkt.

Politiek zou een `nee' inderdaad een ernstige terugval betekenen voor Europa. Het zou zonder enige twijfel de voltooiing van het uitbreidingsproces vertragen, maar niet verhinderen. Maar weinigen zien in dat het zinloos is om te stemmen tegen de onvermijdelijkheid van de uitbreiding, die, sowieso, in de zeer nabije toekomst zal plaatsvinden. Voor de Ieren zou een `nee' in elk geval minder zeggenschap betekenen aan de Europese tafel. Door een `nee'-stem zou Ierland doorgaan voor een inhalig, egoïstisch land, dat weigert nieuwe buren te verwelkomen. Een `nee'-stem zou in feite alleen als gevolg hebben dat de Ieren in Europa zwaar op hun gezicht gaan. De uitbreiding zou niet worden belet – Ierland zou als verliezer worden gebrandmerkt.

Ierland is goed voor Europa – en Europa is goed voor Ierland. Ik hoop met heel mijn hart dat Ierland de uitbreiding en de nieuwe leden in de armen zal sluiten. We hebben Europa zoveel te bieden, en een verruimd, cultureel rijker Europa heeft ons zoveel te bieden.

Het resultaat van het referendum van vorig jaar was een enorme schok voor het politieke establishment in Dublin, dat de verwoestende invloed van de rijkelijk gefinancierde `stem nee'-campagne had onderschat. Slechts 35 procent van onze 2,9 miljoen geregistreerde stemmers kwam opdagen en slechts twee van de 41 kiesdistricten stemden `ja', ook al betekende dat een meerderheid voor het `nee'-kamp van maar 76.017 stemmen. Het valt te hopen dat, nu de zelfvoldaanheid verdwenen is, de boodschap uiteindelijk toch nog op tijd is doorgedrongen voor de ratificatie van het Verdrag van Nice aan het einde van dit jaar.

Albert Reynolds is voormalig premier van de Ierse Republiek. Hij is nu en Board Director van Consilient Health Ldt. Dit stuk verscheen dinsdag in The Financial Times.