Vechtend van het dak af

Toen A Fine Balance van Rohinton Mistry in 1996 werd genomineerd voor de Booker Prize, reageerde de Britse feministe Germaine Greer gepikeerd. Greer, die zelf een tijd in Bombay les had gegeven op een meisjesschool, vond dat Mistry, die al meer dan dertig jaar geleden zijn geboorteland India voor Canada had verruild, in zijn `realistische great Indian Novel' de armoede in Bombay schromelijk had overdreven.

`Ezelachtig oftewel hersenloos', zo reageerde een furieuze Mistry, wiens debuutroman Such a Long Journey (1991) ook al was genomineerd voor de Booker Prize. In zijn langverwachte derde roman Family Matters doet hij er nog een schepje bovenop. Bij monde van een personage, een brievenschrijver die verder geen belangrijke rol in het boek speelt, laat hij zijn afkeer blijken van buitenlandse critici die `even twee weken' in India komen kijken en zichzelf dan `expert' noemen. Zoals die ene vrouw wier naam ik mij niet herinner [...], maar die professor is aan een grote universiteit in Engeland.' Mensen willen de wereld nu eenmaal rooskleuriger zien dan ze is, stelt de brievenschrijver, die prompt T.S. Eliot citeert: `De menselijke soort kan niet veel realiteit verdragen'.

Realisme: dat woord typeert bij uitstek het werk van Mistry. Net als in zijn vorige twee romans beschrijft Mistry in Family Matters gedetailleerd de alledaagse beslommeringen, gedachten en herinneringen van een doorsnee familie uit Bombay. Prachtig weet Mistry een beeld te geven van de worstelingen van zijn personages. Aan het hoge huis-, tuin- en keukenrealisme moet je je wel willen overgeven, want op geen enkele manier is de plot dwingend. Je kunt het omvangrijke en uitgesponnen boek rustig een paar dagen terzijde leggen, en dan weer oppakken bij de volgende maaltijd, wasbeurt of overpeinzing.

In Family Matters draait alles om Nariman, een 79-jarige Parsi-weduwnaar, die aan de ziekte van Parkinson lijdt. Wanneer zijn situatie verslechtert, trekt hij in bij zijn dochter Roxana. Zij woont samen met haar echtgenoot Yezad en hun twee zoons in een kleine flat. De noodzaak om medicijnen te kopen voor Nariman brengt de familie in financiële moeilijkheden. Yezad probeert de problemen op te lossen door te gokken en zijn negenjarige zoon Jehangir deelt als klassehoofd voldoendes uit aan klasgenoten in ruil voor geld.

Corruptie en religieus fundamentalisme zijn de twee grote politieke thema's die Mistry door zijn roman verweeft. Yezad, die in een winkel met sportartikelen werkt, probeert zijn baas te verleiden de politiek in te gaan, in de hoop zo de zaak over te kunnen nemen. Om de politieke drift van zijn baas aan te wakkeren, huurt hij twee acteurs in die spelen dat ze van de Shiv Sena Partij zijn, hindoefundamentalisten die eisen dat de naam van de winkel van Bombay in Mumbai wordt gewijzigd. Nariman intussen, dwaalt op zijn ziekbed steeds met zijn gedachten af naar zijn jeugdliefde, de katholieke Lucy. Om zijn ouders niet teleur te stellen, trouwde hij tegen beter weten in met Yasmin, een Parsi weduwe met twee kinderen.

Mocht Family Matters de Booker Prize winnen, dan mag Greer zich wat mij betreft weer even roeren, zij het om een andere, meer voor de hand liggende reden: het gebrek aan realisme als het om Mistry's vrouwelijke personages gaat. Ze zijn óf zachtaardig en stellen hun leven volledig in het teken van de zorg voor de man (Roxana) óf ze zijn heksachtig (Yasmin). Lucy combineert beide stereotiepe eigenschappen zelfs perfect. Het achtervolgen van haar grote liefde Nariman maakt haar gek, zo komen we te weten via Narimans flashbacks. Ze is bij Narimans buren als kindermeisje gaan werken, zodat ze hem elke dag kan zien. Daar klimt ze dagelijks het dak op om voor Narimans raam te zingen. Wanneer Nariman, die eigenlijk nog altijd van haar houdt maar te weinig daadkracht toont, omwille van zijn vrouw voorstelt om Lucy op te laten sluiten in een psychiatrische inrichting, zegt Lucy's baas dat dit nergens voor nodig is: `Per slot van rekening doen alle vrouwen onverklaarbare dingen op bepaalde momenten in hun leven, niet waar, met al hun gecompliceerde menstruaties en menopauzes, en al dat soort vrouwelijke problemen.'

Op een dag verdraagt Narimans echtgenote Yasmin Lucy's gezang niet langer en stormt het dak op. Dan volgt wat een van de mooiste, dramatische en tragische scènes van het boek had kunnen zijn – twee vrouwen vechten om een man en storten beiden van het dak. De woordenwisseling tussen de twee vrouwen, die had ik graag had willen lezen, maar we bezien de vrouwelijke personages alleen door de ogen van de mannen die jammergenoeg `slecht' verstaan wat er op het dak gezegd wordt.

Toch is Family Matters in zijn rust een verbluffend mooie roman. Vooral het laatste deel is sterk, als het verhaal van perspectief wisselt en verspringt naar `vijf jaar later'. Yezad wil niet dat zijn zoon Murad met een niet-Parsi meisje zal trouwen, omdat een interreligieus huwelijk `onpuur' is. Hij vervalt dus in dezelfde fout als zijn grootouders. Zijn zoon vergelijkt hem prompt met Hitler die ook voor `zuiverheid van ras' was. Zijn verzet belooft een nieuwe, meer daadkrachtige generatie. Zijn andere zoon, Jehangir, besluit de roman met de woorden: `Ik ben gelukkig'. Ook dat is een hoopvol einde, maar de lezer weet inmiddels dat geluk een wankel evenwicht is.

Rohinton Mistry: Family Matters. Faber and Faber, 488 blz. €22,50 (pbk), €33,35 (geb.). De vertaling verschijnt volgend jaar bij Bert Bakker.