Van Pearl Harbor naar aanval op Irak

Amerikaanse bezoekers van het oorlogsmuseum op Pearl Harbor steunen in meerderheid een oorlog tegen Irak.

Hij vocht voor het Amerikaanse leger in Korea, in Vietnam en was op de brug van de USS West Virginia toen dit oorlogsschip op zondagochtend 7 december 1941 in Pearl Harbor door negen Japanse torpedo's en twee bommen werd getroffen. En nu staat Richard Fisk, tachtig jaren jong en met een pet vol militaire onderscheidingen op, in de hal van het museum dat is gewijd aan de Japanse aanval die 2.390 Amerikanen het leven kostte. Fisk geeft rondleidingen en kondigt in het theater, met gebroken stem, de documentaire aan die de bezoekers in twintig minuten vertelt over de gruwelijke verrassingsaanval die 350 Japanse vliegtuigen uitvoerden op de Amerikaanse vloot in Hawaii.

Dat president Bush van het Amerikaanse congres vorige week toestemming kreeg zelf te kunnen besluiten geweld te gebruiken tegen Irak doet survivor Fisk goed. ,,We moeten dat land te pletter bombarderen en dan binnenvallen'', zegt de oorlogsveteraan. ,,Amerika moet Saddam uitschakelen. Die man is nog erger dan Hitler. Als er niets gebeurt, zal Irak straks de hele Golf beheersen want die man heeft zoveel wapens en gif.''

Fisk heeft geen enkel vertrouwen in VN-inspecteurs die in Irak controles uitoefenen. ,,Saddam weet nu al dat die inspecteurs zijn talrijke paleizen niet binnenmogen. Wat denk je dat de dictator op die plekken gaat verstoppen? Hij betaalt de families van terroristen die een dodelijke aanslag in Israel hebben gepleegd 25.000 dollar. Zo'n man is niet te vertrouwen.''

Zijn vijf jaar oudere collega Albert Alexander - die 61 jaar geleden vanuit zijn barak de Japanse aanval zag en nu als vrijwilliger in het oorlogsmuseum kaartjes controleert - is een stuk milder. ,,Bent u van een newspaper of van een toiletpaper'', vraagt hij eerst. Dan zegt hij na enige omwegen het onverstandig te vinden als de Verenigde Staten op eigen houtje Irak aanvallen. ,,Dan worden wij immers aangemerkt als de agressor en krijgen we de hele wereld tegen ons. De president moet pas de oorlog afkondigen als Navo-leden meedoen en de Verenigde Naties toestemming geven.''

Ruim anderhalf miljoen toeristen bezoeken jaarlijks deze historische plek. Ze kunnen er oorlogssouvenirs kopen – Made in China – of gratis met de boot naar een herdenkingsruimte die boven het wrak van de USS Arizona is gebouwd.

Boven de romp van dit oorlogsschip, dat op de dag van de aanval in negen minuten zonk en waarbij 1.177 mariniers het leven lieten, drijven nog steeds olievlekken. Veel Japanse bezoekers maken er foto's. Want ruim een halve eeuw na de oorlog zijn zij alsnog in groten getale Hawaii binnengevallen. De Japanse toeristen eten in restaurant Hooters in Honolulu naast Amerikaanse mariniers kippenvleugeltjes en surfen op de reusachtige golven van Waikiki beach.

Veteraan Alexander vergelijkt de gebeurtenissen rondom de Arizona met het lot dat het World Trade Center vorig jaar op 11 september trof. Beide aanvallen staan op zijn netvlies gebrand. ,,Bij beide incidenten zijn honderden mensen om het leven gekomen terwijl ze geen idee hadden wat hen overkwam. Als bij toverslag werden ze dodelijk getroffen. Dat doet pijn.''

Maar, zoals gezegd, dat betekent niet dat Amerika er volgens Alexander nu maar als een dolleman eenzijdig op los moet slaan. Dat vindt ook Mike Wilson (38) uit Tucson, Arizona die met zijn vrouw een dagje Pearl Harbor `doet'. ,,Bush heeft geleidelijk de oorlog tegen het terrorisme verlegd naar de aanval op Irak, terwijl in het geheel niet is aangetoond dat dit land beschikt over massavernietigingswapens.''

Volgens Wilson is zijn president bezig met een ,,vendetta'' die de familie Bush heeft met Saddam Hoessein. ,,Het is een persoonlijke kwestie geworden.'' Wilson vreest dat Bush een marionet is van zijn eigen militaire top. ,,Vroeger zou zo'n man als Saddam gewoon stiekem door de CIA zijn vermoord maar nu moet er zonodig een oorlog komen terwijl we geen idee hebben wat we daarna in Irak moeten doen.''

Toch lijkt een meerderheid van de bezoekers die om hun mening wordt gevraagd een oorlog tegen Irak te billijken. ,,We moeten Saddam een kopje kleiner maken'', zegt An Brenner (32) uit Cincinatti, Ohio. Op de vraag waarom heeft ze geen antwoord. ,,Ik heb er eigenlijk niet over nagedacht'', zegt ze vervolgens. Het is een soort van onverschilligheid die je vaker tegenkomt. Ook Bernadette Olimpo (34), een van oorsprong Filippijnse verpleegster die al veertien jaar in New York woont, meent dat het Amerikaanse leger Irak moet binnenvallen ,,voor de verdediging van de vrede en de vrijheid''. Ook zij kan haar opvatting eigenlijk niet motiveren. ,,Als de president denkt dat het goed is, dan is het zo. Hij heeft de informatie om een goed besluit te kunnen nemen en dus moeten we hem steunen'', zegt Olimpo. Het maakt in dit geval niet uit dat ze twee jaar geleden zelf op ,,the other guy'' - waarvan ze de naam (Al Gore) niet meer weet - heeft gestemd.

En soms lijkt het erop dat de Amerikanen de oorlog steunen omdat ze het publiekelijk uiten van kritiek op de eigen president als onpatriottisch beschouwen. ,,We moeten all the way gaan'', zegt Essie Ruthduffel (59) uit Clarkton, Missouri strijdlustig. Ze draagt een t-shirt met de Amerikaanse vlag erop. Maar even later zegt ze eigenlijk heel bang te zijn. ,,Ik heb een neef die in Irak moet vechten als er oorlog komt''.

De Amerikanen weten eigenlijk helemaal niet waar ze het over hebben. Het schort aan goede informatie, vindt verzekeringsagente Sharon Campbell (57) uit Tulsa, Oklahoma. ,,Ik merk thuis in gesprek met klanten dat men nauwelijks praat over een oorlog tegen Irak. Niemand weet ook eigenlijk of er echt reden is om ons bedreigd te voelen. Het is belangrijk dat er een diplomatieke oplossing komt want onze oorlogen hebben geleerd dat er uiteindelijk niemand wint bij een dergelijke strijd. Veel onschuldige mensen zullen getroffen worden.''

    • Marcel Haenen