Stormvogels spugen vissoep

Goed vies doen is een kunst. De dieren hebben er iets van gemáákt. Deze keer: met spugen kom je ver.

Dieren doen van alles om te waarschuwen dat je ze maar beter niet lastig kunt vallen. Met felle kleuren vertellen ze dat ze giftig zijn. Ze grommen, of laten een scherpe klauw of een stevig gebit zien. Maar sommige dieren zijn net betaalde voetballers. Ze spugen naar anderen, als ze indruk willen maken.

Stormvogels lijken een beetje op meeuwen. Ze broeden aan rotskusten. De ouders zijn veel tijd kwijt met het zoeken van voedsel op zee. Ze zijn dus steeds lang van huis, en hun jongen moeten zichzelf maar zien te verdedigen. Ze gebruiken hun eigen braaksel als wapen.

Daar hebben ze het druk mee. Grote roofmeeuwen en echte roofvogels zien lekkere hapjes in ze. Maar zo gauw zo'n rover patserig een nest nadert, stoot dat donzige kuikentje opeens een stroom gele maagolie uit. Raak. De aanvaller zit onder.

Het is niet zomaar overgeven, het is knap gericht spugen. Zelfs een kuikentje van niks van nog maar vier dagen kan al goed mikken over dertig centimeter. En als de kuikens ouder worden, stijgen hun prestaties. Laatst is het officieel nagemeten door mensen in regenpakken en met grote beschermende brillen op, met ruitenwissers. Over anderhalve meter spugen de prille stormvogels precies raak, met een stevige straal.

Dat is een record in de dierenwereld. Er zijn natuurlijk wel andere dieren die spugen als ze bang of boos zijn. Dan moet je vooral bij lama's zijn. Of liever, juist niet. In een dierentuin gebeurt het weleens. Dan heeft een lama een rotbui, en bezorgt je als je vriendelijk langsloopt een verrassing – een warme douche. Van speeksel en braaksel met brokjes. Maar een boze lama spróeit vooral. Dan raak je altijd wel wat. Die stormvogels mikken veel beter.

En hun spuug is ook nog een perfect vissoepje. Stel je voor: vis die al een tijdje lekker warm in hun maagje heeft liggen rotten, samen met stukjes kwal, maagzuur en bittere olie. Het ruikt niet alleen smerig, maar heeft nog allerlei andere handige eigenschappen. Het bijt in je ogen. Het is kleverig en lastig weg te halen. Getroffen vogels moeten dat met de snavel doen, en het smaakt niet goed. Maar schoonmaken moeten ze zich, en snel, want het spul tast de veren aan.

Natuurlijk zal een roofvogel wel eens denken: smerig ben ik nou toch, ik ga door en hap dat kuiken op. Maar een volgende keer zal hij wel beter oppassen.

Er zit wel een nadeel aan. Stormvogelkuikens spugen soms wat al te makkelijk. Als hun ouders eindelijk weer thuiskomen, moeten ze hun eigen nest en hun eigen kuiken heel voorzichtig naderen, en er vooral voor zorgen dat ze herkend worden. Anders krijgen ze de volle laag.

De avonden zijn soms dus lang, op stormvogelnesten. De ouders zitten bozig te zwijgen, terwijl hun jong na het voeren weer stilletjes de maag vol heeft met de bijzondere vissoep. En die ouders maar denken: `Kinderen hebben valt niet mee – 'k ga terug naar zee.' Maar dat dan op zijn Noors, natuurlijk.

    • Frans van der Helm