Schilder

De huisschilder was een vriendelijke, verlegen man. In alle vroegte stond hij al voor ons, want huisschilders zijn matineuze mensen. Hij wist wat er gedaan moest worden en ging bedaard zijn gang. We sloten de deuren achter hem en wankelden ontheemd door de schaarse ruimte die ons was overgebleven. Werkmensen over de vloer maken je tot evacué in je eigen huis.

Later, bij de koffie, bleek hij een franjeloze man die weinig woorden nodig had om een indruk van rechtschapenheid en fatsoen te vestigen. Ik had wel een derdehands auto van hem durven kopen.

Na een halve dag hard werken was hij klaar. We keurden niet al te nadrukkelijk zijn werk, bedankten hem voor de moeite en namen afscheid van hem.

Hij was nog geen minuut weg toen we op het parket een grote, wit uitgebeten plek ontdekten. Zagen we het wel goed? Ja, we zagen het goed. Het parket was op die plaats zwaar beschadigd. We holden de schilder achterna en vroegen hem `even terug te komen'.

Even later stonden we keurig om De Plek gegroepeerd. Af en toe deden we, het hoofd een beetje gekanteld, een stapje opzij of naar achteren, maar De Plek liet zich daardoor niet intimideren: ze bleef waar ze was, wittig en uitdagend.

Tja, zei de schilder.

Inderdaad, zeiden wij.

Vreemd.

Zeg dat wel.

We vroegen of hij op die plaats had gewreven. Ja, zei hij. Hij had er verfplekjes gezien, en hij had ze willen wegwerken in de veronderstelling dat hij gemorst had. Waarméé had hij dat gedaan, vroegen wij. Met water, gewoon water, zei hij vlak.

U moet zich vergissen, zeiden wij. Dat waren oude verfplekjes, u heeft niet gemorst, wij hebben die plekjes al eerder tevergeefs met water proberen weg te krijgen. Weet u zeker dat u niet een veel agressiever middel heeft gebruikt?

Nu begon de schilder te zuchten. Hij zei dat hij louter goede bedoelingen had gehad. Hij had de plafonds staan verven en opeens had hij die vlekjes onder zich gezien. Wat is dan je eerste reactie als schilder? Je helpt die mensen even van die vlekjes af.

Wij knikten dat we hem begrepen, maar we wilden toch graag antwoord op onze vraag: had hij nu wel of niet water gebruikt? De schilder liet een stilte vallen waarin onze vraag bewegingloos bleef hangen. Ja, zei hij toen, dat is te zeggen, ja, het was volgens hem toch wel water geweest.

Nu werd ons parket wel erg lastig. We raakten een beetje teleurgesteld in de schilder, al hadden we tegelijkertijd begrip voor zijn positie. We wisten dat hij onder normale omstandigheden een eerlijk man was, maar we vermoedden dat hij uit vrees voor financiële consequenties een leugentje om bestwil hanteerde.

Wat te doen? Je kunt niet tegen iemand zeggen dat hij liegt als je geen bewijzen hebt. We zeiden dat we contact zouden opnemen met zijn baas. Dat kon hij begrijpen, zei hij.

Een uurtje later belden we de baas. Die was al op de hoogte. De schilder had hem gebeld, zwaar overstuur. Het kwam goed, alles zou vergoed worden.

Zo is het gebeurd. Eerlijk waar.