Rotterdamse aanpak

,,Wij verkopen niet het product veiligheid maar het product onveiligheid.'' Deze waarschuwing tegen de gebruikelijke aanpak van de onveiligheid is afkomstig van de Rotterdamse hoogleraar Den Doelder, zelf een voormalig officier van justitie. De jongste illustratie is het veiligheidsplan dat het kabinet-Balkenende ondanks zijn demissionaire status gisteren met het nodige aplomb presenteerde. Aan de demissionaire status hoeft in dit geval niet al te zwaar te worden getild. Controversieel kan het onderwerp gezien de verkiezingsuitslag van mei moeilijk worden genoemd. De interne veiligheid scoort hoog in een breed politiek spectrum.

De formule van het kabinet is daardoor niet minder vatbaar voor discussie. Het land roept onmiskenbaar om een straffe aanpak. Die krijgt het. Toch is dit een minder grote vernieuwing dan het wellicht lijkt. Het kabinetsplan is de aanscherping van een harde lijn die al veel eerder is ingezet. De politiesterkte is al uitgebreid, politiebevoegdheden zijn verruimd, nieuwe vormen van toezicht (zoals camerasurveillance) ingevoerd, het aantal cellen is het afgelopen decennium zo ongeveer verdubbeld, het gevangenisregime versoberd.

Het kabinet doet daar nu een schep bovenop, een fikse schep zelfs, maar het blijft net zoals de voorgangers achter de feiten aanlopen. De sleutel ligt dan ook niet in 4.000 agenten méér, maar in de kwaliteit van het overheidsoptreden. En die schiet er met het nieuwe plan verder bij in. Het taboe op ,,twee in één cel'' wordt radicaal doorbroken, maar niet voor niets kwamen er de laatste tijd waarschuwingen tegen deze oplossing uit België, waar men er de nodige ervaring mee heeft.

De onafhankelijke rechter wordt verder buitenspel gezet door de – niet-onafhankelijke – officier van justitie de bevoegdheid te geven zelf straffen op te leggen. Dat is bij verkeersboetes al langer het geval. Maar nu gaat het om taakstraffen, een vorm van vrijheidsbeneming, en dat is van een heel andere orde.

Het kabinet hamert met reden op het belang van de aanpak van jeugdcriminaliteit, maar spitst dit toe op een straffe aanpak van daders. Was het maar zo eenvoudig. Het langs elkaar heenwerken van de instanties op het gebied van de jeugdzorg zou wel eens een groter probleem kunnen zijn. Er zijn zelfs wachtlijsten voor slachtoffers van kindermishandeling.

Minister Donner (Justitie) betoonde zich na zijn aantreden al direct sceptisch over de waarde van preventie – het product veiligheid – ten opzichte van repressie, het product onveiligheid. ,,Nauwkeurig beschouwd wordt de veiligheid niet beheerscht door de politie, maar door de ordelievende geest des volks'', zei een Rotterdams raadslid echter al in 1886 – preluderend op de waarschuwing van Den Doelder. Déze Rotterdamse wijsheden steken nogal af tegen ,,de Rotterdamse aanpak'' zoals Donner zijn harde lijn graag noemt.