Overwinning van het fatsoen

De val van het kabinet-Balkenende past geheel in een toch al chaotisch verkiezingsjaar, waarin talloze zekerheden verdwenen, meent Mark Kranenburg.

Zelfs ordentelijk vallen kon het kabinet-Balkenende niet. Het had natuurlijk voor de hand gelegen dat de fractieleiders van CDA en VVD na het zoveelste LPF-incident gewoon hadden gezegd: en nu stoppen we ermee. Maar er werd gekozen voor een ingewikkelde omweg, waarbij het opzeggen van het vertrouwen (door VVD-fractievoorzitter Zalm aanzienlijk explicieter verwoord dan door zijn CDA-collega Verhagen) bijna synchroon liep met het `vrijwillige' ontslag van de ministers Bomhoff en Heinsbroek. De LPF dacht dat met het vertrek van de twee probleemministers de oplossing was aangereikt. Dat VVD en CDA na dit besluit alsnog de steun aan het kabinet introkken, kan de LPF terecht beschouwen als een klassiek geval van bedrog.

Het gevolg van de slordige breuk is nu wel dat er een heel vreemdsoortig demissionair restkabinet zit. Een deel van de LPF-ministers is vertrokken; een ander deel niet. Dit suggereert dat er toch sprake was van louter een probleem als gevolg van twee ruziënde ministers. Maar in het debat in de Tweede Kamer van deze week gaven VVD en CDA juist duidelijk te verstaan dat zij de LPF als geheel (ook de fractie, ook de partij) een te onstabiele factor vonden geworden. Zij zeiden dus in feite niet alleen het vertrouwen in het kabinet op, maar ook in de LPF. En dan is het uitermate vreemd dat er nu nog steeds zeven LPF-bewindslieden (behalve twee ministers ook nog vijf staatssecretarissen) in het demissionaire kabinet zitting hebben. Veel logischer was het geweest wanneer alleen CDA en VVD in een rompkabinet waren doorgegaan.

Voor de algehele politieke situatie maakt de troebele afwikkeling van de crisis niet veel meer uit. Het versterkt alleen het beeld van chaos dat aan het kabinet-Balkenende is gaan kleven. En daarmee aan `de' politiek. De turbulente verkiezingscampagne van dit voorjaar stond door toedoen van Pim Fortuyn voor een belangrijk deel in het teken van het Haagse onvermogen. Dat onvermogen heeft zich voor de kritische, maar vaak ook weinig genuanceerde buitenwacht de afgelopen maanden alleen maar versterkt: `ze' in Den Haag brengen er weer niets van terecht.

Veruit de meest interessante maar helaas niet te beantwoorden vraag is of het mèt Pim Fortuyn allemaal anders zou zijn gelopen. Natuurlijk was de LPF door de moord op haar leider onthecht. Maar zou Pim Fortuyn – die al ver voordat hij was uitgegroeid tot een nationale bekendheid werd achtervolgd met de leuze `Waar Pim komt komt ruzie' – nu werkelijk als vredesapostel hebben kunnen optreden? De talloze conflicten binnen de LPF zijn in de meeste gevallen terug te voeren op botsende karakters van mensen die weinig met elkaar gemeen hadden. Die uiterst heterogene groep moest het plotseling stellen zonder haar voorman. Maar niet vergeten mag worden dat de Lijst Pim Fortuyn ook letterlijk de lijst van Pim Fortuyn was: alle ruziemakers in de fractie dragen het persoonlijk goedkeuringsstempel van Fortuyn. Wat dat betreft is er dus wel degelijk sprake van een postume verantwoordelijkheid voor de huidige puinhoop van de paarse opvolgers.

En nu zijn er dan de 1,6 miljoen in de steek gelaten kiezers. Er is de afgelopen weken tot vervelens toe aan gerefereerd. Zij mogen zich terecht bekocht voelen door de strapatsen binnen de LPF. Maar er moet ook weer niet al te dramatisch over worden gedaan. Er zijn nog 8 miljoen kiezers die nìet op de Lijst Pim Fortuyn hebben gestemd. Die zijn de afgelopen maanden wel erg onderbedeeld geweest. Wie niet beter weet zou getuige alle ophef haast denken dat de LPF bij de afgelopen verkiezingen de absolute meerderheid heeft gehaald. In werkelijkheid werd de LPF met 26 zetels niet veel groter dan D66 in 1994.

Fortuyn en zijn nazaten kregen terecht veel aandacht omdat de partij vanuit het niets met een pregnante boodschap de politiek in denderde. Als gevolg van de resultaten van de andere partijen werd de LPF vervolgens, net als D66 in 1994, een niet te negeren factor bij de kabinetsformatie. Programmatisch is de bijdrage van de LPF in het regeerakkoord beperkt gebleven. Niet zo verwonderlijk, want Fortuyn heeft zich in de campagne vooral door toonzetting weten te profileren.

Nu al weer zijn de eerste verontwaardigde geluiden te horen dat de gevestigde politiek er uitstekend in geslaagd is niet gewenste buitenstaanders kalt te stellen. Allereerst is dat de buitenstaanders zelf gelukt door hun niet aflatende onderlinge strijd. Maar voorts kan ook de vraag worden gesteld wat die nieuwe beweging nu eigenlijk voor substantie had, behalve het op 15 mei getoonde stemgedrag van de kiezer. Als de afgelopen maanden iets duidelijk is geworden, is dat er helemaal geen sprake is van een brede volksbeweging. Een stem op de LPF was veeleer een uiting van particulier ongenoegen over de bestaande politiek.

Het blijkt ook wel uit het nationale debat dat nu al tijdenlang op opiniepagina's en websites woedt over het verschijnsel Fortuyn. Dat gaat, heel Nederlands, niet zozeer over de zaak, maar over de scribenten zelf en hun vermeende bedoelingen. Dat kan ook haast niet anders, want over de inhoudelijke kant van het Fortuynisme is weinig meer te melden dan dat de politiek zich meer open moet stellen voor geluiden uit de samenleving.

Nog is het land in rep en roer. Het is ook niet niks, een kabinet dat al na 87 dagen weer moet worden ontbonden. Maar tegelijkertijd is het geheel passend in een toch al chaotisch verkiezingsjaar, waarin talloze zekerheden verdwenen. Zoals de door Hans Wiegel veroorzaakte crisis in het tweede paarse kabinet in 1999 betrekkelijk snel was vergeten, is het zeer goed mogelijk dat de huidige kabinetscrisis over enkele jaren ook niet meer dan een `hobbeltje' zal blijken te zijn geweest. Dat is het geval wanneer na de vervroegde verkiezingen CDA en VVD – zoals hun wens is – op basis van het huidige regeerakkoord, het nu gevallen kabinet met uitzondering van de LPF-inbreng weten te prolongeren. Dan is de kabinetscrisis en de vervroegde gang naar de stembus niet meer dan een ingewikkelde schakel in een zeer langdurige kabinetsformatie geweest.

Is dit dan een overwinning voor de oude in zichzelf gekeerde politiek? Wel als de bestaande partijen het signaal van 15 mei volledig negeren. Maar daarvan lijkt geen sprake gezien alle lessen die nu juist door de oude partijen worden getrokken. Daarom is de huidige crisis ook vooral een overwinning van het fatsoen.

Mark Kranenburg is redacteur van NRC Handelsblad.