Orde houden in het debat

Daar was hij weer, die scène uit het nachtelijke slotdebat na de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart. Ad Melkert protesteerde bij presentator Witteman tegen Pim Fortuyn die hem in de rede valt: ,,Ik dacht dat ik het woord nog had? Meneer Witteman, wilt u een beetje orde houden?''

Deze terechtwijzing, een kantel-moment in de verkiezingen, werd gisteren nog eens getoond bij een gesprek tussen Paul Witteman en Ad Melkert in B&W. Zij blikten samen terug, vlak voor Melkert vertrekt naar de Wereldbank.

Veel mensen herinneren dit als het debat waarin Melkert Fortuyn geen geluk wilde wensen. Maar dat klopt niet. Melkert zei dat hij niet alleen de Rotterdamse overwinnaar Fortuyn wilde feliciteren maar ook de andere overwinnaars. Zijn vermoeide blik, vol dédain, was in tegenspraak met zijn vriendelijke woorden. Wie het debat alleen op de radio had gevolgd, zou de essentie hebben gemist.

Als kijker kon ik de vraag van Witteman wel begrijpen: ,,Maar als u Fortuyn gefeliciteerd hebt, hoe geloofwaardig is dat als u hem eerder deze week zo hebt bekritiseerd?'' Het verbaast mij dat Melkert deze voor de hand liggende vraag achteraf ,,het dieptepunt in de Nederlandse journalistiek'' vindt. Hij had er – weliswaar met ironische blik – het enige juiste antwoord op gegeven: in een democratie hoor je je tegenstander te feliciteren, want het is goed dat de burger een keuze heeft. Maar Fortuyn viel hem in de rede. Melkert protesteerde terecht, maar dat stond zwak. Het leek wel of hij klikte bij de meester. Witteman deed niets. Hij veranderde van voorzitter in programmamaker die dit televisiemoment wilde uitbuiten. In beeld kwamen de spottende blikken van hem en van Fortuyn tijdens Melkerts protest. Die blikken waren als commentaar dodelijker dan die vraag.

Het was een tragisch debat, niet om de woorden die werden gesproken maar om de hooghartige houding van de aanwezige leiders van de regeringspartijen. Meer dan één miljoen kijkers en de volgende dag had iedereen het erover. Is dat onze leiding? Pim Fortuyn overheerste, sarde, speelde met al die heikele kwesties waarin de paarse partijen tegenover elkaar stonden. Debatten werden amusement. Fortuyn als geliefde underdog tegen de rest. Ik keek er zelf naar uit. Wie zou hij nu weer aan zijn sabel rijgen? Welk taboe zou hij nu weer doorprikken?

Melkert erkende gisteren ruiterlijk dat hij niet de ideale partijleider was: ,,Het had ook met mij te maken, vanzelfsprekend.'' Maar ook de televisiedebatten waren slecht georganiseerd. Te wanordelijk. Dan spelen politiek-inhoudelijke kwesties nauwelijks een rol. Dat ligt ook aan de deelnemers. Pim Fortuyn was op die dramatische verkiezingsnacht als enige nog fris, want hij was onder druk van begeleiders als enige pas rond 12 uur uit zijn bed gekomen. De rest was doodmoe. Niemand die hen had gewaarschuwd. Alle partijen waren geschrokken van Fortuyn en deden zelf aan ,,nieuwe politiek'' waarin regels voor debatten alleen maar inbreuk zouden maken op de authenticiteit. Ze verzorgden zelfs het pauzenummer in de Soundmixshow. Fortuyn kon die spreek-chaos het beste aan. Zelfs door druk geroezemoes kon hij nog een scherpe, verstaanbare oneliner schreeuwen. Maar authentieke televisie is bedrieglijk. Hoe werkt de regie? Wie komt er in beeld? De kundige leugenaar kan overkomen als smetteloze held, de noeste politieke ploeteraar als schurk. Vandaar de behoefte aan televisiegenieke partijleiders.

Zelfs in het twee-debat met Fortuyn dat Melkert van zichzelf zo goed vond (,,voetnoten, professor''), werd te veel door elkaar gepraat. Vergelijk dat met de inhoudelijke, precies geklokte debatten in Duitsland. Dankzij stipte afspraken en regels kreeg Edmund Stoiber een redelijke kans tegenover de meer televisiegenieke Schröder. Helaas zijn er in Nederland te veel partijen voor zulke twee-debatten, zodat het beeld altijd onhelder blijft. Toch verliep het in 1998 veel ordentelijker. Ongetwijfeld zal er zonder Fortuyn minder door elkaar worden geschreeuwd. Campagneteams zullen meer greep willen krijgen op de regie van verkiezingsdebatten. Het zal er rustiger aan toe gaan, geen vrolijke verkiezingen maar een katterige morning after.