Nucleair Azië

In zijn State of the Union-toespraak van 29 januari dit jaar sprak George W. Bush de gedenkwaardige woorden dat staten als Irak, Iran en Noord-Korea ,,een as van kwaad'' vertegenwoordigen. De Amerikaanse president lichtte kort de ,,ware aard'' van deze drie boosdoeners toe. Noord-Korea, zei hij, bewapent zich met raketten en massavernietigingswapens. Het bericht dat dit communistische land aan een geheim programma werkt voor de verrijking van uranium, te gebruiken voor kernwapens, kan dus niet helemaal als een verrassing zijn gekomen. Bush baseerde zich ongetwijfeld op rapporten van inlichtingendiensten. Ook niet erg verrassend is dat Noord-Korea een afspraak uit 1994 blijkt te hebben geschonden waarin staat dat het land afziet van uraniumverrijking in ruil voor buitenlandse hulp. Dit akkoord kwam tot stand na bemiddeling van Jimmy Carter, maar was kennelijk net zo zacht als de woorden van de goedwillende oud-president en Nobelprijswinnaar zelf.

Verrassend is eigenlijk alleen dat Noord-Korea dit alles heeft toegegeven, waarmee het de wereld onverwachts met kennis heeft opgezadeld die verwarring zaait en onrustig maakt. Zeker in een tijd waarin Washington met man en macht probeert de aandacht op één doel gericht te houden: Irak. Nog een front erbij zou slecht uitkomen, al was het Bush zelf die Noord-Korea met Irak (en Iran) in verband bracht. Pikant is het bericht in The New York Times van vandaag, dat Pakistan leverancier zou zijn van de nucleaire technologie aan Noord-Korea. Pakistan, zelf een kernmacht, is een vooraanstaand partner van de VS in de strijd tegen het terrorisme.

Noord-Korea's bekentenis kan verregaande gevolgen hebben. Allereerst voor de machtsverhoudingen in de regio, die traditioneel mede worden bepaald door China en Rusland. Onduidelijk is of deze twee kernmachten zelf hebben bijgedragen aan Noord-Korea's nucleaire programma. Het kan niet worden uitgesloten. Voor Zuid-Korea en Japan is het slecht nieuws, hoewel zij de sleutel in handen hebben van een mogelijk economisch herstel van het doodarme Noord-Korea. Het land mag dan beschikken over manieren om uranium te verrijken, welvaart is er niet en de bevolking lijdt honger.

Het is onwaarschijnlijk dat de Noord-Koreaanse `coming out' op dit moment zal leiden tot een ingreep van Washington. Het dwingt de Amerikanen wel tot diplomatieke actie. In samenspraak met Peking en Moskou zullen zij op zoek moeten naar achtergrond en betekenis van dit signaal uit Pyongyang. De communistische machtshebbers hebben veel uit te leggen. De ervaring leert dat dat nooit direct gebeurt, maar in krabbengang en altijd in ruil voor hulp, voedsel of geld. Op dit terrein ligt vermoedelijk het antwoord op de vraag wat de wereld en de regio aanmoeten met deze tikkende tijdbom. De onderhandelingen zullen hard moeten zijn. De zaken op hun beloop laten is ondenkbaar. Niemand zit te wachten op nòg een nucleaire macht erbij in Azië.