In Yamoussoukro wappert Franse vlag

Yamoussoukro is kruispunt en doorvoerhaven tijdens de crisis in Ivoorkust. Bemiddelaars gaan, vluchtelingen komen. Vrede in de veiligste stad van het land lijkt nabij.

Daloa was eerder deze week het toneel van bloedige gevechten. Bouaké is bezet door opstandige militairen. In de commerciële hoofdstad Abidjan valt de gendarmerie buitenlanders, taxichauffeurs en nieuwsgierige journalisten lastig. De Ivoriaanse hoofdstad Yamoussoukro is de veiligste stad van het land.

Hoewel Yamoussoukro op nog geen honderd kilometer afstand ligt van de scheidslijn tussen het zuiden en het bezette noorden van het land, hebben de rebellen aangegeven dat ze de bevolking met rust zullen laten. Zogenaamd uit respect voor Felix Houphouet-Boigny, 's lands eerste president, die hier geboren werd en ter eigener nagedachtenis alle straten van lantaarnpalen heeft voorzien. De werkelijke reden is meer prozaisch.

Het Franse leger heeft de rebellen zo'n veertig kilometer ten noorden van Yamoussokro de pas afgesneden. Het vliegveld van de officiële hoofdstad van Ivoorkust is van strategisch en logistiek belang voor de Franse strijdkrachten, die zeggen dat ze in Ivoorkust aanwezig zijn om de eigen burgers in geval van nood in veiligheid te brengen. Soldaten en scherpschutters kamperen al weken in de aankomsthal en houden vanaf het met zandzakken belegde dak de vliegtuigen uit Tadzjikistan in de gaten die wapens voor het Ivoriaanse regeringsleger komen afleveren. De vlaggenmast op het gazon geeft onbedoeld de lokale gezagsverhoudingen weer. Naast een Ivoriaanse vlag van kussensloopformaat wappert de Franse driekleur, zo groot als een tweepersoonslaken.

Hier is het dat een zesmansdelegatie van West-Afrikaanse bemiddelaars een tussenstop maakt op weg naar Bouaké. De crisis in Ivoorkust is precies een maand oud en de Gmeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas) doet nog één poging om een akkoord tussen rebellen en regeringsleger tot stand te brengen. De laatste ontbijtkruimels zijn net opgeveegd als de vertegenwoordigers arriveren per militair transportvliegtuig uit Abidjan. Senegal is primus inter pares: minister van Buitenlandse Zaken Tidjane Gadjo en de secretaris-generaal van Ecowas, Ibn Chambas, zijn de voornaamste onderhandelaars.

Een beetje gekreukt maar waardig en kalm komen ze de landingsbaan aflopen. Terwijl een Franse militair op het jawoord wacht van de rebellen in Bouaké, gaat Chambas, gekleed in een terracottakleurige boubou, aan de tafel zitten waar tien minuten geleden nog stokbrood met abrikozenjam werd gegeten. De stafchef van het Senegalese leger vraagt om een zakdoekje en poetst een stoel voordat hij gaat zitten. Na een kwartier kunnen de Afrikaanse onderhandelaars verder reizen. Chambas, Gadjo en de anderen wringen zich in de gereedstaande helikopter en verdwijnen aan de horizon.

Yamoussoukro is kruispunt en doorgangshaven tegelijk. De stad heeft twee katholieke kerken en één ervan is helemaal vol. Op de binnenplaats van de Augustijnse kerk zitten honderden mensen, bijna allemaal uit Bouaké. Vluchtelingen zijn het nog niet, ze zijn weggegaan uit vrije wil. Misschien kunnen ze weer terug als er een bestand gesloten wordt. Maar de omstandigheden in Bouaké waren niet meer te harden, zegt Agathe Kouamé, een jonge vrouw die gisteren te voet is vertrokken. Ze komt zichzelf en haar zeventien familieleden aanmelden bij de vrijwilligers die de tijdelijke opvang regelen. Ze laat haar voeten zien, opgezwollen van het lopen. Er was nog wel water, maar geen geld, en ze begonnen honger te krijgen. Morgen nemen ze een bus naar het zuiden, vannacht rusten ze uit op matjes onder een boom. Volgens père Charles Aka is het aantal mensen dat Bouaké heeft verlaten de afgelopen dagen fors toegenomen, maar de honderdduizenden vluchtelingen waar hulporganisaties over spreken lijkt hem overdreven. Hij telt gemiddeld duizend nieuwkomeers per dag.

De andere katholieke kerk heeft de poort gesloten toen het conflict begon. De Basiliek van Yamoussoukro is de mooiste ode aan megalomanie die een Afrikaans staatshoofd ooit heeft laten bouwen. Het is de hoogste christelijke kerk ter wereld en een vrijwel perfecte kopie van de Sint Pieter in Rome. Vanuit de verre omtrek is de glanzend witte koepel te zien. Binnen is plaats voor zevenduizend gelovigen, maar nu even niet. De bewakers duwen iedereen in een taxi die op een glimp van de beroemde gebrandschilderde ramen had gehoopt. Ga maar naar het krokodillenmeer dat het mausoleum van Houphouet-Boigny omringt, zeggen ze. En: bidt voor Ivoorkust, bidt voor ons mooie land.

Om half drie s middags maakte de bemiddelingsdelegatie opnieuw een tussenstop, ditmaal in omgekeerde richting. Ze brengen goed nieuws: de rebellen hebben een bestand gesloten. In de veiligste stad van Ivoorkust lijkt de vrede nabij.

    • Pauline Bax