Het luikje van de melkboer is terug

Wit is het blokje huizen dat Gerrit Rietveld bouwde aan de Erasmuslaan in Utrecht. Het is de kleur die je kunt verwachten van een vooraanstaand lid van De Stijl, de kunst- en architectuurbeweging die van 1917 tot 1934 het gebruik van primaire kleuren en de niet-kleuren wit, zwart en grijs propageerde. Maar binnen wacht een verrassing: veel muren hebben een donkergele, bijna oranje kleur die zich moeilijk precies laat benoemen, maar die in ieder geval niet primair is. Dat de architecten van het Nieuwe Bouwen, bekend om hun stralend witte gebouwen, mengkleuren als grijs-blauw en zelfs bruin gebruikten in hun interieurs, wisten we al door de restauratie van de villa Sonneveld van Brinkman en Van der Vlugt in Rotterdam twee jaar geleden. Maar dat ook Rietveld, dé architect van De Stijl, pastelkleuren gebruikte, was nog niet buiten de kleine kring van Rietveld-deskundigen doorgedrongen. Alleen ingewijden als de architect Bertus Mulder, die nog bij Rietveld heeft gewerkt en bij de restauratie van een stuk of tien Rietveld-huizen was en is betrokken, wisten het.

Het troebele geel kwam tevoorschijn tijdens de restauratie van de woning Erasmuslaan nummer 9 die vandaag in gebruik wordt genomen als museumwoning van het Centraal Museum. Eén van de vier verdiepingen van de woning blijft bewoond. De bewoner heeft voor zijn deur een gezellig Perzisch tapijt op de overloop neergelegd; Rietveld zou er vermoedelijk van gruwen.

,,We hebben alle verflagen van de muur gekrabd'', zegt Bertus Mulder, die ook nu weer de restauratie begeleidde. ,,Om de precieze oorspronkelijke kleur vast te stellen, moesten we de eerste laag weer enige tijd aan het licht blootstellen. Want doordat het oorspronkelijke geel onder de nieuwere lagen lange tijd geen daglicht had gezien, was het verkleurd. Pas toen het uv-licht weer zijn werk had gedaan, zagen we het door Rietveld gebruikte geel weer. Voor veel mensen zal deze kleur wel een schok zijn. Die hebben door het Rietveld-Schröderhuis hier aan de overkant van de snelweg het idee dat Rietveld altijd alleen primaire kleuren en niet-kleuren gebruikte.''

Erasmuslaan 9 is onlangs gerestaureerd in opdracht van de Vereniging Hendrick de Keyser in Amsterdam, de eigenaar van het pand. Oorspronkelijk richtte deze in 1918 opgerichte vereniging, genoemd naar de Hollandse-renaissance-architect die onder meer de Wester-, Zuider- en Noorderkerk in Amsterdam ontwierp, zich op het redden van oude, veelal 17de-eeuwse panden. Met succes: Hendrick de Keyser bezit nu in Nederland vele oude gebouwen die zijn gerestaureerd en meestal worden verhuurd. Sinds de jaren negentig heeft Vereniging Hendrick de Keyser haar werkterrein verbreed: ook bijzondere 19de- en 20ste-eeuwse gebouwen worden nu door de vereniging aangekocht en gerestaureerd. ,,Begin jaren negentig stelden we vast dat de Vereniging vrijwel geen goede, representatieve gebouwen uit deze eeuwen had'', vertelt Carlo Huijts, directeur van de Vereniging Hendrick de Keyser. ,,En dat was een gemis, want juist het bouwkundige erfgoed van de 20ste eeuw is heel kwetsbaar. Zo zijn er van de ongeveer 120 gebouwen van Rietveld niet meer dan een stuk of vier, vijf in min of meer ongeschonden staat behouden gebleven, inclusief het Rietveld-Schröderhuis. De rest is allemaal grondig verbouwd en in veel gevallen onherkenbaar.''

Daarom kocht de Vereniging Hendrick de Keyser, met steun van de Sponsor Bingo Loterij, ook het woonhuis in Blaricum aan, dat de kinderboekenschrijver A.D Hildebrand in de jaren dertig door Rietveld liet ontwerpen. Ook de restauratie van het Huis Hildebrand kwam onlangs gereed. ,,De restauratie van huizen als die van Rietveld is heel anders dan die van oude 17de-eeuwse panden'', zegt Huijts. ,,De kennis van jonge monumenten is veel groter dan die van oude. Van de meeste 17de-eeuwse zijn bijvoorbeeld geen ontwerptekeningen bewaard gebleven, maar van 20ste-eeuwse gebouwen hebben we niet alleen meestal tekeningen, maar ook foto's. Ook leven de eerste gebruikers soms nog. Die kunnen vaak voor allerlei nuttige informatie zorgen.''

Deurknoppen

Natuurlijk is de overvloed aan informatie een voordeel bij een zo nauwkeurig mogelijke restauratie die de Vereniging Hendrick de Keyser nastreeft. Maar de gegevens over van alles en nog wat maken de restauratie ook moeilijker. ,,Bij een 17de-eeuws pand kun je bijvoorbeeld volstaan met een aardige deurknop uit die tijd'', vertelt Huijts. ,,Maar bij Erasmuslaan 9 weet je heel precies welke deurknoppen oorspronkelijk zijn gebruikt. Dus moet je alles in het werk stellen om die knoppen te vinden.''

De restauratie van de Erasmuslaan bestond voor een groot deel uit het verwijderen van latere toevoegingen. Extra wc's en badkamers en tussenwanden werden gesloopt. Aan de hand van sporen in de verf, timmerresten en oude foto's en tekeningen stelde Mulder vast waar de oorspronkelijke kasten en vouwwanden hadden gezeten; ze werden zorgvuldig gereconstrueerd. Vereniging Hendrick de Keyser gaat ver, heel ver zelfs in het in oude toestand terugbrengen. Dat het boodschappenhokje met luikje bij de deur zou terugkeren, sprak vanzelf, al zullen melkboeren het nooit meer gebruiken. Ook dat er in de badkamer weer een betonnen bak volgens de maten van Rietveld zou komen, stond niet ter discussie, al kostte het wel moeite. Eerst wilde de aannemer de bak niet maken, omdat zulk dun beton tegenwoordig niet meer wordt vervaardigd. Pas toen de Vereniging Hendrick de Keyser afzag van een garantie op de bak, was de aannemer bereid die te gieten. Ook de wens om de muren met een kwast te schilderen, stuitte op problemen. ,,Rietveld gebruikte dikke verf die hij helemaal met de kwast liet opbrengen'', zegt Mulder. ,,Je had dus overal van die strepen die de muur `levend' maken. Maar een hedendaagse huisschilder doet alles met de roller. We hebben ze niet zo ver gekregen om het van begin af aan met de kwast te doen. Ze schilderden de muren eerst met de roller en deden vervolgens nog een laag met de kwast.''

Rietveld heeft twee blokjes woningen gebouwd aan de Erasmuslaan in opdracht van mevrouw Schröder. Toen de grond tegenover haar beroemde Rietveld-huis uit 1924 bebouwd ging worden, kocht zij de grond. Ze wilde vanuit haar avant-gardistische huisje niet op doodgewone, traditionele woningen uitkijken. Het eerste blokje woningen werd gebouwd in 1931, het tweede, waartoe Erasmuslaan 9 behoort, volgde in 1934. Het eerste blokje met `herenhuizen' was bedoeld om te laten zien dat moderne architectuur kon concurreren met traditionele bakstenen huizen voor de middenklasse. Tegelijkertijd wilde Rietveld in deze woningen experimenteren voor de massawoningbouw. ,,Deze woningen zijn een voorloper van Rietvelds latere `kernwoningen'', legt Mulder uit. ,,Alleen zit de kern met voorzieningen als keuken, badkamers en wc's niet midden in het huis, maar aan de voorzijde. Het waren vingeroefeningen voor de massawoningbouw.''

Toch werd het blokje woningen aan de Erasmuslaan in dubbel opzicht een mislukking. ,,Het bouwen van deze woningen werd zo duur dat de middenklassers ze helemaal niet konden betalen'', zegt Huijts. ,,Uiteindelijk moest zo'n Rietveld-huis 27.000 gulden opbrengen – dat was net zo duur als zo'n kast van een huis aan het Wilhelminapark hier in Utrecht.''

,,En van die massawoningbouw is het nooit gekomen'', vult Mulder aan. ,,Het is de tragiek van Rietveld dat van wat hij wilde – moderne architectuur voor de arbeiders – nooit iets is gekomen. Hij heeft vrijwel uitsluitend dure villa's gebouwd.''

Een van die villa's was die van de kinderboekenschrijver Hildebrand. Rietveld ontwierp dit huis in 1933. Toen de vereniging Hendrick de Keyser de villa enkele jaren geleden aankocht, was deze sterk verwaarloosd. Maar er was weinig aan veranderd. Hildebrand had zijn huis al na een paar jaar verkocht, en de nieuwe eigenaar verhuurde het huis in het begin van de Tweede Wereldoorlog aan de familie Sinaasappel, die er decennia bleef wonen. De eigenaar deed slechts het hoogst noodzakelijke aan onderhoud. De enige forse ingreep in het huis was het vergroten van de garage, omdat de Amerikaanse auto van de familie Sinaasappel er niet in paste. Nu is de garage weer verkleind en kraagt de oorspronkelijke werkkamer van Hildebrand op de bovenverdieping er weer als vanouds boven uit. Samen met de oorspronkelijke kleuren van het huis – wit, zwart en aluminium – zorgt dit er voor dat de voorzijde weer een echte Rietveld-compositie is geworden, waarin het overhangende doosje rechtsboven een mooi contrapunt vormt met de ronde erker van de woonkamer linksonder. Ook de achterzijde is een echte Rietveld geworden: daar blijkt de gerestaureerde plantenkas die al heel lang geleden was gesloopt een onmisbaar deel van het geheel.

Koelkast avant la lettre

Ook in de villa Hildebrand gaat het om details. Als Mulder een zinken dakrandje ziet dat niet helemaal recht zit, zegt hij: ,,Dat is storend. Het luistert allemaal heel nauw bij de architectuur van Rietveld. Die is heel kwetsbaar. Zo'n zinken randje moet echt niet dikker zijn dan 30 millimeter, veel dunner dan men nu gewend is in de bouw.''

Ook in het interieur zijn verdwenen details weer teruggekeerd. De deuren hebben weer hun randjes in primaire kleuren gekregen en het houten liftje bij de keuken waarin boter en melk naar een koele ruimte diep in de grond konden worden getakeld, kan weer worden gebruikt. ,,In veel van zijn huizen maakte Rietveld zo'n koelkast avant la lettre'', zegt Mulder. In de keuken is zelfs weer een ouderwets keukenblok met granito blad geplaatst. ,,Maar dit is zo laag dat er voor een hedendaagse bewoner niet aan te werken valt'', zegt Huijts. ,,Daarom is in de vroegere bijkeuken waar vroeger een kolenkachel stond een moderne keuken gebouwd waar ook ruimte is voor moderne apparatuur.''

Hier is het streven naar authenticiteit gestuit op nuttigheid. ,,Het gaat niet alleen om gebruiksnut maar ook om esthetisch nut'', verklaart Huijts. ,,Een oud fornuis in een 18de-eeuwse keuken heeft bijvoorbeeld geen gebruiksnut meer, maar kan zo'n mooi en karakteristiek onderdeel van de ruimte zijn, dat je die toch herstelt. Bij het kolenhok in het Hildebrand-huis was het esthetisch nut minder: het is geen karakteristiek, beeldbepalend onderdeel van het huis. Ook hier was onze eerste ingeving om de keuken, de badkamer, de bijkeuken en het kolenhok in oorspronkelijke staat te herstellen. Maar geen van deze ruimtes voldoet aan de eisen van de Woningwet en dus zou het huis dan niet als woning kunnen worden gebruikt en verhuurd. Dan zou het alleen dienst kunnen doen als museumwoning. Maar we proberen als vereniging altijd onze huizen in de hedendaagse maatschappij te laten functioneren, zonder dat dat ten koste gaat van historische onderdelen. Door in de bijkeuken in de bestaande kast de douche onder te brengen en in de ruimte ernaast de eigentijdse keuken, gingen geen historische onderdelen verloren. Bovendien zijn alle nieuwe onderdelen ook weer weg te nemen en kan alsnog worden gekozen voor de oude functies.''

Tegenover de verandering van functie van de bijkeuken en het kolenhok staat dat onhandigheden in het huis behouden bleven of zelfs werden hersteld. ,,We hebben ons bijvoorbeeld lang het hoofd gebroken hoe de oude badkuip in de badkamer nu precies stond'', zegt

Huijts. ,,Dat is ook zoiets dat je bij een 17de-eeuws huis nooit doet. Toen we hier eens liepen met een van de kinderen Sinaasappel, herinnerde die zich in de badkamer plotseling dat hij zijn hoofd vaak aan de boiler stootte als hij de stop uit de badkuip trok. Aangezien we aan sporen op de muur konden zien waar die boiler had gezeten, wisten we toen hoe de badkuip vroeger had gestaan.''

Ook de steile stalen trap naar boven blijft zoals die was. Lange mensen moeten altijd met hun hoofd manoeuvreren om zich bij het op- of aflopen van de trap niet te stoten aan de vloer van de bovenverdieping. ,,De trap leverde ook een probleem op bij de bouw'', vertelt Huijts. ,,De overbuurman van Hildebrand wilde niet zo'n modern huis vlak bij het zijne. Hildebrand vond dit bespottelijk: je ziet het huis toch niet met al die bomen eromheen, zei hij. Maar toen de buurman ontdekte dat er zo'n steile trap in het huis werd geplaatst, maakte hij er alsnog bezwaar tegen: het was volgens hem tegen de bouwregels. Daar had hij gelijk in. De gemeente Blaricum ging in op het bezwaar en stuurde een inspecteur. Toen heeft Rietveld snel even een minder steile, houten trap laten plaatsen die later weer werd weggehaald.''

Struikelpartijen

Wie de trap opgaat, komt op een krappe overloop. Voor een deel bestaat die uit een smal vloertje van plankjes die aan één kant op de onderzijde van een balk met een I-profiel liggen. Op zijn beurt rust deze balk op een ander vloerdeel van de overloop. ,,Dit is een puzzel die op geen andere manier had kunnen worden opgelost'', zegt Mulder enthousiast. ,,Het is heel precies en ingenieus uitgedacht. Maar je kunt hieraan wel goed zien dat Rietveld van huis uit een meubelmaker was en eigenlijk altijd gebleven is. Een echte bouwkundige zou nooit voor zulke knutselachtige oplossingen hebben gekozen.''

Ogenblikkelijk valt op dat de stalen balk op de overloop iets uitsteekt over het vloerdeel waarop het rust en dat er een klein afstapje is ontstaan tussen de verschillende vloeren van de overloop. Je hoort bijna het geluid van de struikelpartijen over het afstapje en het gekerm dat hier vaak moet hebben geklonken na het stoten van een teen tegen de stalen balk.

,,Als je over dit afstapje had geklaagd bij Rietveld, zou hij je verbaasd hebben aangekeken'', zegt Mulder. ,,Dat is toch geen probleem? Je moet gewoon je voeten optillen – zoiets zou hij hebben gezegd. Ik heb Rietveld nooit het woord probleem horen gebruiken. Er waren natuurlijk wel eens problemen, maar Rietveld herkende die niet als zodanig. Het leven was voor hem een vreugde. Geen plezier, geen lol, maar vreugde.''

,,Iemand die hier komt wonen, moet er lol in hebben in een Rietveld te wonen'', zegt Carlo Huijts. ,,Zitten is een werkwoord'', zei Rietveld altijd als men begon over zijn harde hoekige stoelen. Wonen ook, zou je daar aan kunnen toevoegen. In een Rietveldhuis kun je niet op je luie reet zitten, maar je krijgt er wel wat voor terug, zei mevrouw Schröder eens. Zij had ook altijd lekkages in haar beroemde huis. Ook in de villa Hildebrand moet je het niet erg vinden dat in de badkamer boven geen douche is. Maar één ding is nu wel zeker bij de villa Hildebrand: voor het eerst in zijn bestaan lekt het huis niet meer.''

Het tweede Rietveld-huis, Erasmuslaan 9 in Utrecht, is sinds vandaag permanent opengesteld voor het publiek. Voor rondleidingen reserveringen: 030-2362310.