Het lot van Willeke Alberti

Toen de 23-jarige Paul de Leeuw in 1985 – nog volstrekt onbekend – debuteerde met een theaterprogrammaatje, zong hij daarin Vlieg met me mee naar de regenboog, een parodie op het gemiddelde Songfestivallied in een mengelmoesje van talen. Ik dacht althans dat het een parodie was. Maar toen hij tien jaar later een theatershow maakte met het orkest van Cor Bakker, vormde dat nummer de finale – en opeens leek er van een dubbele bodem geen sprake meer te zijn. Het was gewoon een banale meezinger geworden, even banaal als de authentieke Songfestivalnummers die hij die avond ook zong.

Dat het Eurovisie Songfestival hem na aan het hart lag, wisten we intussen. Vrijwel eigenhandig was hij erin geslaagd de nichterige cult-status van het evenement naar nationaal niveau te tillen. Zodat het festival, dat langzaam maar zeker uit de aandacht van publiek en media wegzakte, in Nederland weer geheel opnieuw tot leven kwam. Jaar in jaar uit presenteerde hij de nationale finale, soms leverde hij ook lacherig commentaar op de internationale finale, en in één geval zette hij zelfs een stempel op de Nederlandse inzending. Want hij was degene die de tot nichtenmoeder uitgeroepen Willeke Alberti net zo lang knuffelde, tot ze zich in 1994 namens Nederland naar het Songfestival liet sturen.

En nu wil hij zelf. Deze week maakte de discjockey en liedjesmaker Eric Dikeb bekend dat Paul de Leeuw met een nummer van zijn hand graag mee wil doen op het eerstkomende festival. Na een aantal voorronden in diverse provincies wordt op 1 maart in Ahoy' in Rotterdam bepaald welk liedje in mei naar Letland gaat – en door wie dat zal worden gezongen. De Leeuw hoopt dat de keus dan op hem zal vallen. De werktitel van het nummer luidt Blue skies are for free. Dat klinkt als een echo van Vlieg met me mee naar de regenboog.

Maar zou het ook een goed idee zijn? Duitsland meende in 1998 zeer hoge ogen te zullen gooien met de grote Guildo Horn. In eigen land was hij – kalend en naar corpulentie neigend – een fameus komiek. Ook het nummer dat hij met veel strapatsen ten gehore bracht, Guildo hat Euch lieb, was komisch bedoeld. Hij kwam echter niet verder dan een zevende plaats. Een denkfout natuurlijk, want buiten Duitsland had niemand ooit van Guildo Horn gehoord. De rest van Europa zag een kluchtige uitslover. Dat hij een hele geschiedenis met zich meetorste, en in eigen land op handen werd gedragen, maakte op niemand enige indruk. Net zo min als Willeke Alberti anno 1994 iets te betekenen had voor wie geen Nederlander was.

Zo bezien valt voor Paul de Leeuw hetzelfde lot te vrezen. Niemand buiten Nederland weet wie hij is en snapt de knipoog. Zelfs niet als hij van plan zou zijn zich te vermommen als Anneke Grönloh.