Het kunstenaarsboek

Een kunstenaarsboek is een boek dat door de kunstenaar van begin tot eind zelf wordt gemaakt. Eerst is er het idee, het concept van een aforisme, gedicht, verhaal, twee- of driedimensionaal beeld. Dat vraagt om onderdak. Daarvoor moet een vorm gekozen worden. Formaat, materiaal, kleur, lettertype, lay-out. Om je daarbij te helpen zijn er specialisten. Ze hebben hun nut, maar ook hun nadeel. Dit laatste bestaat hierin dat ze op een of andere manier altijd denken dat ze het beter weten. Ze willen hun eigen idee aan dat van de kunstenaar toevoegen. Alle ideeën zijn uniek, maar het ene is unieker dan het andere (Orwell). Hier gaat het over de categorie van het uniekste. Je kunt een designer raad vragen, maar ga niet verder, want designers zijn imperialisten. Voor je het weet hebben ze je idee verzwolgen, en als het er weer uitkomt, is het op z'n best een bastaard geworden, en op z'n slechtst is je hele DNA eruit weg-ontworpen. Nader contact met een designer loopt al te vaak uit op een botsing der persoonlijkheden. Beter een goed idee, ondergebracht in een vorm die vloekt met alle design, dan een volmaakt design dat gecastreerd is. Tot zover deze waarschuwing.

In museum De Beyerd, Breda, is op het ogenblik (tot 10 november) de tentoonstelling Cover to Cover/Kunstenaarsboeken uit de collectie Becht te zien, van Frits Becht, die tot de verwoedste en erudietste verzamelaars van Nederland behoort. Het is zo'n tentoonstelling waarvan je in tweestrijd raakt. Aan de ene kant kun je er niet genoeg van krijgen, en aan de andere kant wil je zo snel mogelijk naar huis om zelf aan de slag te gaan. Misschien heb je nog geen idee, maar alleen de lust tot doen. Of er sluimerde al iets in het onderbewuste, of je vat plotseling moed, je krijgt zin om een lang gekoesterd idee nu eindelijk de vorm te geven waar het recht op heeft. En van het ene idee komt het andere. Het geheel werkt aanstekelijk. Dit vind ik een van de wezenlijke eigenschappen van het kunstenaarsboek: aanstekelijkheid. Ik heb het vooral bij de boeken van de Russische Avant-Garde, die van ongeveer 1912 tot 1932 aan de slag is geweest, dus tot Stalin er een eind aan maakte.

Over het kunstenaarsboek zijn intussen theorieën ontwikkeld. Op 8 november wordt in De Beyerd een symposium gehouden. Daarbij zal ook de toekomst van het kunstenaarsboek aan de orde worden gesteld. In de catalogus staat een tekst van gastconservator Rob Perrée, waarin een aantal stellingen en uitspraken de aanknopingspunten voor het debat vormen. Eén daarvan is de courante bewering: `het boek is dood'. Volgt een samenvatting van de argumenten die deze stelling moeten staven. Computer, internet, websites, televisie, enzovoort, ook door Perrée als onzin beschouwd.

Want het tegendeel is waar. Aan Bill Gates hebben we veel elektronische barok te danken, maar Microsoft heeft ook een keur aan lettertypen beschikbaar gesteld, en die weer van 6 tot 72 punts, en die kun je weer onder de kopieermachine leggen om ze nog groter of kleiner te maken. Voor het toegevoegde handwerk geldt de ouderwetse methode: het letters snijden uit een stuk linoleum, een fietsband of een aardappel; sjablones uit gewoon papier knippen, een stempelkussen erbij en dan met de duimtop het positief of diapositief maken. Ook met viltstiften vallen wonderen te doen. Ben je eenmaal aan het geavanceerde gereedschap gewend, dan ontdek je nog veel meer mogelijkheden. De pagina's groeien onder je handen. Het is veel mooier dan televisiekijken. Als het geheel af en klaar is, opnieuw naar het kopieerapparaat. Alles in vijftigvoud, de nietmachine erbij. En daar ligt je kunstenaarsboek! Verstuur het aan veertig betrouwbare vrienden en kennissen en bewaar er tien zelf, voor later. Want dan zul je pas merken dat je iets weergaloos tot stand hebt gebracht.

In de catalogus komt Perrée dan aan een belangrijk punt. De meeste gewone boeken hebben een `omloopsnelheid', dat wil zeggen dat op zeker ogenblik het publiek waarvoor ze bestemd zijn, is uitgeput. Dan verdwijnen ze eerst uit de etalage, dan naar de achterste schappen en ten slotte zie je ze bij De Slegte. Een kunstenaarsboek (dat van buiten al onmiddellijk aan zijn persoonlijkheid valt te herkennen), is dit lot nooit beschoren. De oplage is te klein, en het is niet bedoeld voor het publiek dat `gewone boeken' koopt. Perrée zegt het niet met zoveel woorden, maar het moet eruit: het kunstenaarsboek is elitair. Dus, stelt Perrée voor, sticht een soort Centraal Boekhuis voor `het betere boek'.

Dat lijkt me een goed idee. Als de potentiële makers van kunstenaarsboeken eenmaal zien dat ze wegen hebben om onder de aandacht te komen van het kleine publiek dat ze zich wensen, gaan ze vanzelf aan de slag. Je zou tot een coöperatie van kunstenaarsboekenmakers moeten komen, die een keur aan gereedschap in eigen beheer heeft en de distributiekanalen die bij de productie horen. Ga kijken in De Beyerd, en zie zelf dat zoiets zin heeft.