Gymnastiek is suf

Gymnastiekleraren hadden vroeger een schurfthekel aan sport. Te gevaarlijk, te Engels, te ver weg van pedagogische ogen en te onzedig. Het was beter voor de jongeling om groepsgewijs ritmisch te bewegen, onder leiding van een kundig docent met een fluitje in zijn mond.

Ruim honderd jaar geleden speelde dit probleem overal waar voetballers, rugbyers en wat nog meer opdoken op de trapveldjes buiten de stadsgrenzen en in parken. Het groeide uit tot een generatieconflict, tot een strijd tussen Duitse en Engelse opvattingen over bewegingsleer. Het ging er hard aan toe en daarom is het jammer dat er geen verslagen meer bestaan van een wedstrijd in 1888 tussen congresserende gymnastiekleraren en voetbalclub P.W. uit Enschede. Het congres van de Nederlandsche Gymnastiek Onderwijs Vereeniging was in de stad van P.W., maar de wedstrijd was in Duitsland. Toeval of niet, voor de leraren was het daardoor een thuiswedstrijd. Gymnastiek was een typisch Duits verschijnsel, dat werd beoefend met strakke regels en liefst met zo veel mogelijk mensen tegelijk. Die konden dan mooie patronen maken, een lust voor het oog dat graag geordendheid ziet.

Het voetbal, in dit geval als symbool van de moderne sport, was een Engels fenomeen. Daarbij speelde juist het spelelement een grote rol en was het een lust voor het oog dat graag ongeordendheid ziet. Vooral in de oerperiode voor het bestaan van overkoepelende bonden betekende een sportwedstrijd een overvolle ziekenboeg en soms een begrafenis. Plus een indrukwekkende jurisprudentie van koninklijke verboden.

Voor een jongere op zoek naar vertier buiten schooltijd was de sport een prettige afleiding. Alles beter dan de eeuwige dril van gymnastiek. Eindelijk konden de regels worden vergeten in de jacht op de bal en de aandacht van toekijkende vriendinnen. De verhalen over woedende agenten en buurmannen die een groep ravottende voetballers achtervolgen zijn makkelijk terug te vinden in oude boeken. Lichaamsbeweging op de Duitse en Engelse manier lag elkaar echt niet. En dus hadden gymnastiekleraren vroeger een schurfthekel aan sport.

Waarom enkele deelnemers aan het congres zich dan toch lieten verleiden om eens een balletje te trappen aan de andere kant van de grens, blijft een raadsel. De punten die op hun bijeenkomst waren aangenomen, brengen ons nog verder van huis: 1. de sport is slechts een eenzijdige inspanning; 2. de sport in het algemeen is slechts een gevolg van zucht naar beweging; 3. de sport werkt zedelijk en lichamelijk nadelig op de beoefenaars; 4. de sport ontaardt vaak in een de gezondheid ondermijnende inspanning; 5. de sport moet zeer worden beperkt.' Misschien dat het laatste punt pas werd aangenomen toen de leraren hadden verloren. Maar goed, de uitslag is onbekend.

jurryt@xs4al.nl

    • Jurryt van de Vooren