Een aaneenschakeling van tegenslagen

Miguel de Cervantes Saavedra (1547-1616), de schepper van Don Quichot, is zo'n gewild object bij biografen, dat er zelfs studies bestaan over zijn biografieën. De conclusie, althans in het ongepubliceerde proefschrift (1997) van Krzysztof Sliwa, luidt dat er te veel wordt gegist en te weinig wordt gebouwd op deugdelijke documentatie. Donald McCrory, gepensioneerd medewerker van de American International University in Londen, las Sliwa en besloot het anders te doen. Hij diepte tal van nieuwe feiten op, zowel over Cervantes als over het politiek, maatschappelijk en cultureel klimaat uit zijn tijd, en maakte een reconstructie waarin niets uit de duim is gezogen.

Het resultaat, No Ordinary Man. The life and Times of Miguel de Cervantes, is fascinerend. Een hele samenleving krijgt gestalte. McCrory voorziet Cervantes' leven en werk van een fijnmazige context waarin je de schrijver bij wijze van spreken ziet bewegen. De vie romancée die Stephen Marlowe nog in 1992 publiceerde, valt erbij om als bordkartonnen fictie.

Er bestaat van Cervantes geen dagboek of betrouwbaar portret. Wel geeft hij zelf aanwijzingen over zijn uiterlijk (`vrolijke ogen; enigszins gebogen') en we weten dat ervaringen, zoals zijn krijgsgevangenschap in Algiers, zijn verwerkt in onder meer Don Quichot. McCrory laat nu van binnenuit zien hoe werk en leven zich wellicht tot elkaar verhielden, en hoezeer zijn object inderdaad géén gewone man was.

Het Spanje van Filips II kampte met oproer en oorlogen en verloor allengs als wereldmacht zijn glans. Keerpunt was in 1588 het drama van de Armada, de onoverwinnelijk geachte vloot die niettemin door de Engelsen en Hollanders werd verslagen. Cervantes, een trouw overheidsdienaar, werkte als belastinginner in Andalusië om te helpen de kosten van de vloot te dekken. Het platteland was nog altijd een lucratievere melkkoe dan de goudrijke Nieuwe Wereld waar Cervantes zo graag als bestuurder naar toe was gegaan.

Zijn leven was een aaneenschakeling van tegenslagen en al dan niet zelf gezochte avonturen. Beloning of zelfs maar uitbetaling voor bewezen diensten lijkt hem stelselmatig te zijn onthouden. Je bent haast ontroerd als het hem eens meezit, bijvoorbeeld bij de onverholen geestdrift van de censor over deel II van Don Quichot, toch geen braaf boek. Een jaar na publicatie werd de schrijver begraven door de kloosterorde die hem ook al uit Algiers vrijkocht. De familie kreeg het geld niet bij elkaar.

De eerste die uitgebreid door McCrory wordt belicht is grootvader Juan de Cervantes (`288 relevante documenten'), een jurist – of hoe heette dat toen – met veel macht; hij was onder anderen burgemeester van enkele grote steden. Deze hooggeplaatste man was verwikkeld in buitenechtelijke complicaties en schandalen over al dan niet afgeloste bruidschatten en afkoopsommen. Eigenlijk is dit soort zaken het hele boek door prominent aan de orde; juridische kwesties komen en kwamen nu eenmaal op papier en bereiken de biograaf verhoudingsgewijs makkelijk. Miguels vader, de vleesgeworden pechvogel, verdiende als chirurgijn de kost. Het gezin was zo vaak gedwongen te verhuizen dat het je duizelt. Het is een wonder dat de kinderen nog scholing genoten.

De biografie is aantrekkelijk verhalend van stijl en nergens onnodig academisch. Heel af en toe staat vlak na elkaar hetzelfde, een oneffenheid die doet beseffen hoe vloeiend het boek verder is. De auteur, als betrokken verslaggever subtiel aanwezig, was mij alleen iets te particulier in zijn terugkerende uithalen naar Machiavelli, maar daarvoor geldt hetzelfde: reden temeer om het gebrek aan opinieerzucht te waarderen. Visies worden impliciet gebracht en geschraagd door feiten.

Je gaat Cervantes' werk anders bekijken, en dat lijkt me het grootste compliment. Neem het slot van Don Quichot, als de Don na 126 hoofdstukken genezen van zijn wanen de geest geeft. Ik heb die verstandelijke bekering altijd betreurd, maar McCrory weet aannemelijk te maken dat ook de stervende haar betreurde en juist daarom wegkwijnde: een interessantere lezing! Of neem de ontmoeting tussen Sancho Panza en een paar verbannen Moriscos, in schijn tot het christendom bekeerde moslims, die vermomd als pelgrims naar Spanje terugkomen om hun verborgen schatten op te graven. Deze exotische inlas zegt veel meer als je weet dat pas begin zeventiende eeuw, ruim een eeuw na die van de joden, de uitdrijving van de Moriscos werd ingezet. O ja, en McCrory draagt goede redenen aan om voortaan te geloven dat de Don uit Esquivias kwam. Dat raadsel lijkt me opgelost. Het was de plaats waar Cervantes zelf woonde als getrouwd man; later ging hij er nu en dan naar terug om rustiger te kunnen schrijven. Adembenemend – want van alle tijden – is de uiteenrafeling van de literaire vete tussen de succesvolle, machtige Lope de Vega en trawanten en Cervantes. Lope heeft Cervantes waar hij kon geschaad door zich laatdunkend over zijn poëzie uit te laten en ook bij verschijning van Don Quichot nog zuinig te reageren. Zijn stemmingmakerij heeft Cervantes ongetwijfeld succes en functies gekost.

Cervantes' dapperheid komt het mooist tot uitdrukking in de evocatie van zijn verblijf in Algiers. Het schip van Cervantes, die eerder al eens als soldaat gewond raakte, werd op zee gekaapt door Arabische piraten die hem als vrij te kopen slaaf verkochten. Vier keer probeerde hij te ontsnappen en vier keer nam hij na de mislukking de schuld namens alle vluchtenden op zich, al stond daar ophanging of op z'n minst afsnijding van neus en oren op. Bey Hasan spaarde de rebel tot vier maal toe. Was ook hij onder de indruk van zijn moed? Het is niet bekend.

Er blijft meer onopgelost bij McCrory, en die is zich dat bewust. Waarom mocht Cervantes niet als dank voor zijn diensten naar de Nieuwe Wereld, of naar Napels, waar hij als jongeman, op de vlucht na een duel, al was geweest? En hoe zit het nu precies tussen hem en zijn vrouw, van wie hij lange tijd gescheiden wenste te wonen. Of tussen hem en zijn kennelijk wrokkige bastaarddochter, zijn schoonmoeder, zijn zusters? Er waren problemen, maar je vermoedt ook veel solidariteit.

No Ordinary Man voldoet aan het doel dat Cervantes zich volgens McCrory in navolging van zijn grote voorbeeld Erasmus stelde: spelenderwijs leren. Je leest het boek voor je plezier en steekt er een hoop van op. Aan het eind benadrukt de biograaf dat het zijn object ging om het zoeken van de waarheid. Die is complex, anders hoefde je niet te zoeken, dan had je haar al in pacht. Juist twijfel bracht genieën als Cervantes en Erasmus tot hun veelzijdige meesterwerken die zichzelf nooit helemaal zullen prijsgeven.

Donald P. McCrory: No Ordinary Man. The Life and Times of Miguel de Cervantes. London and Chester Springs, 320 + 32 blz. €48,50

    • Barber van de Pol