Ecologisch manifest tegen bezuinigingen op natuur

Nu het kabinet gevallen is, zeggen ruim honderd wetenschappers die een manifest hebben ondertekend, hoeven de bezuinigingen op het natuurbeleid niet door te gaan.

,,Wij willen duidelijk maken dat deze bezuinigingsplannen controversieel zijn, zodat ze de komende maanden niet door een demissionair kabinet door de Tweede Kamer kunnen worden geloodst'', zegt prof.dr. Matthijs Schouten, hoogleraar ecologie van het natuurherstel aan Wageningen Universiteit. Ruim honderd ecologen, onder wie zeventien hoogleraren, richtten zich woensdag met een manifest tot de Tweede Kamer ,,in een poging het Nederlandse natuurbeleid te redden''. Ze hadden een zaal gehuurd in het perscentrum Nieuwspoort, onwetend van de komende verwikkelingen in politiek Den Haag. Terwijl Heinsbroek de toegestroomde pers uitlegde waarom hij zijn ontslag had ingediend, legde in een zaal ernaast een afvaardiging van wetenschappers uit wat er desasteus is aan de bezuinigingsplannen.

CDA-minister Cees Veerman (LNV) gaf vorige week in een brief aan het parlement tekst en uitleg over het kabinetsvoornemen, eerder verwoord in het strategisch akkoord, om het budget voor het aankopen van natuurterreinen te halveren tot negentig miljoen euro per jaar, alsmede om een verschuiving aan te brengen van aankoop en beheer door het rijk naar particulier en agrarisch natuurbeheer. Niet alle boeren zijn uitsluitend voedselproducenten, legde Veerman uit, er is ook sprake van een `verbreding' van de landbouw, waarbij de boer zich opwerpt als beheerder van het landelijk gebied.

De wetenschappers vrezen deze koerswijziging ten zeerste, zeggen ze. Minister Veerman kan wel verklaren dat hij niet wil tornen aan de vorming van de ecologische hoofdstructuur (EHS), maar dat is ,,een gratuite bewering'', aldus prof.dr. Eddy van der Maarel, gasthoogerlaar aan de Universiteit Groningen en oud-hoogleraar aan de Universiteit van Uppsala. Immers, door de halvering van het aankoopbudget zal de EHS zeker niet in 2018 worden gerealiseerd, het jaar dat nu juist was gekozen om te kunnen voldoen aan de internationale afspraak, gemaakt tijdens de Conventie van Bern, om in 2020 de bioversiteit in de Nederlandse natuur weer op het niveau van 1982 te krijgen. De EHS zal door deze plannen misschien pas ,,ver na 2030'' gehaald worden.

Van der Maarel: ,,Het is een illusie om te denken dat meer agrarisch natuurbeheer de bezuinigingen op het aankoopbudget kan compenseren.'' De heilzame effecten van agrarisch natuurbeheer zijn ook nooit wetenschappelijk aangetoond, stelt prof.dr. Frank Berendse, hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie aan de Universiteit Wageningen. Op sommige percelen is de natuur zelfs minder goed af dan op `gewoon' beheerd boerenland. Berendse: ,,De EHS zou door deze plannen dubbel worden gepakt: eerst door de bezuinigingen zelf en daarna door de verschuiving naar agrarisch beheer. Het kan bijna niet anders dan dat er een `downscaling' van de natuurkwaliteit optreedt.''

De verschuiving naar agrarisch natuurbeheer stoelt op een misvatting dat de ,,half-natuurlijke cultuurlandschappen'' zo goed zijn voor de biodiversiteit van de natuur. Schouten: ,,Dat zou misschien waar zijn als we aan het einde van de negentiende eeuw leefden. Toen waren er nog boerenlandschappen die konden voldoen aan de voorwaarden voor zulke natuur. Maar die landschappen zijn er vrijwel niet meer.'' Boeren laten zorgen voor gevoelige, kwetsbare natuurgebieden waaraan nu juist zo veel behoefte bestaat, zegt Schouten, is vragen om moeilijkheden. ,,Alsof je een openhartoperatie laat uitvoeren door fysiotherapeuten.''

Boeren missen de deskundigheid waarover grote terreinbeheerders als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten beschikken. ,,Als men boeren wil inschakelen bij natuurbeheer, dan moet er een geheel nieuwe kennisinfrastructuur worden opgebouwd. Dat is ontzettend duur'', aldus Schouten. De wetenschappers willen de indruk wegnemen dat zij de boeren geen warm hart toedragen.

Het is onmogelijk, leggen de hoogleraren uit, om op al die perceeltjes met boerennatuur de vereist natuurdoelen te halen. Berendse noemt als voorbeeld de veldleeuwerik, een vogel die vroeger vaak werd gezien bij boerderijen, maar die sterk in aantal is gedaald. Berendse stelt: ,,Zelfs om de natuur in agrarische landschappen te behouden, heb je de ecologische hoofdstructuur nodig.''