Dwars op het volmaakte

Joke van Leeuwen schrijft in haar laatste boek `Vrije vormen' over grenzen, over kunstideeën en over echte genialiteit. Het lijkt lichter dan het is.

`Wanneer houden de mensen nu eens op me in een hokje te plaatsen? Ik kom niet uit een hokje', zegt Joke van Leeuwen verontwaardigd. ,,Vrije vormen is niet mijn eerste echte boek voor volwassenen. Ik beweeg me al jaren binnen beide circuits, dat van de literatuur en dat van de kinderboeken. Ik bedien me van alles wat me voor de neus komt en schrijf over alle grenzen heen.'

Van Leeuwen is wars van categorieën. Er bestaat voor haar geen `echte' literatuur en `onechte' literatuur. Haar kinderboeken zijn net zo goed literair. Niets van wat ze schrijft – of het nu kinderboeken zijn, gedichten, verhalen, teksten voor een performance of een roman – laat zich vangen binnen één bepaald genre. In haar kinderboeken zijn tekeningen geen illustraties, maar een wezenlijk onderdeel van het verhaal, haar gedichten zijn zonder haar tekeningen dan misschien niet onbegrijpelijk maar wel incompleet en waarom zouden haar performances geen poëzie kunnen bevatten? Het kan daarom gebeuren dat één van haar boeken een ander publiek vindt dan dat waar ze zelf aan had gedacht: De wereld is krom bijvoorbeeld, dat helemaal uit tekeningen bestaat en dat ze voor volwassenen maakte, was vooral als jeugdboek een succes.

Het talent van Joke van Leeuwen weerspiegelt zich in de prijzen die ze kreeg: van Griffels en Penselen tot de C. Buddingh'-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie (1995) en de Theo Thijssenprijs voor kinder- en jeugdliteratuur (2000).

Als Van Leeuwen aan een nieuw boek begint, heeft ze geen specifieke lezer voor ogen: ,,Je schrijft toch in eerste instantie voor jezelf.' Wel zoekt ze steeds nieuwe terreinen, probeert ze voortdurend nieuwe dingen uit om `niet blasé te worden': ,,Ik wil niet doen wat ik al kan, niet het gevoel krijgen dat ik het allemaal al gezien heb.'

Weemoed

In die zin is de roman Vrije vormen inderdaad nieuw binnen haar oeuvre. Het boek bevat geen tekeningen: die behoefte had de schrijfster niet. De beelden moeten deze keer in het hoofd van de lezer ontstaan. Vrije vormen is speels, poëtisch, maatschappijkritisch, geestig en doortrokken van weemoed. De hoofdpersoon is Dok (`door oefening kunst'), een beeldend kunstenares, die vroeger erg succesvol was en veel werk verkocht in de galerie van haar toenmalige vriend, en die tegenwoordig modeltekenen en vrije vormen doceert aan een kunstacademie. Dok woont in een groot huis en besluit, om financiële redenen en om haar eenzaamheid te doorbreken, een etage te verhuren aan een vrouw uit een niet nader genoemd, Oost-Europees land – een initiatief dat bepaald ongelukkig afloopt.

Hoe ontstond het idee voor dit boek? ,,De grondgedachte was de frictie tussen vervolmaking en vervorming', zegt Van Leeuwen. Die begrippen lopen dan ook als een rode draad door het hele boek. Dok is bijvoorbeeld bezig met grote schilderijen waarop onvolmaakte details van de huid levensgroot te zien zijn. Ze kijkt door een vergrootglas naar haar eigen huid en schildert vervolgens minutieus littekens, plooien en meanderende bloedvaten, zodat er op haar doek woeste, harde, zelfs wrede landschappen ontstaan. Het is een project waaraan Van Leeuwen zelf ooit begon, maar dat ze niet verder uitwerkte: ,,Tegenwoordig zoeken we naar almaar volmaakter', zegt ze, ,,alles moet mooi glad zijn, geplastificeerd, keurig rechtgetrokken. Dok vergroot juist al die barstjes, scheurtjes en wondjes van de huid. Ze zoekt een soort volmaaktheid in het onvolmaakte.'

Wie een blik werpt op de omslag van Vrije vormen – gemaakt door Anneke Germers –, begrijpt wat ze bedoelt. Het is een stuk huid, dat zie je meteen. Maar van welk lichaamsdeel? Een bilpartij? Een been dat over het andere is heengeslagen? Het blijft raadselachtig: ,,Het is in ieder geval hele zachte huid, geabstraheerd, vervaagd, met, als je goed kijkt, een dwars rijtje haren. Ik vind het mooi dat dat dwars zit, dwars op het volmaakte.'

Dwars zijn ook de kunstprojecten van Doks leerlingen, die juist naar alles behalve naar volmaaktheid streven. De eerstejaars studenten moeten voor het vak vrije vormen aan de slag met allerlei soorten materiaal, `vilt, afval, boter, woorden, modder, pindakaas, kiezelsteen, veertjes, hemden, insecten, kippen, as, snoer, poep, scherven, licht, vlaggenmast' enz. enz. De een zoekt het in performances (`gewone dingen doen in voor die gewone dingen ongewone omgevingen'), de volgende wil `met wezensvreemde materialen' werken, de derde ziet iets in het thema `overwoekeren', de volgende gaat op zoek naar `halve zinnen en woorden die meer kunnen betekenen dan als ze heel zijn' en weer een ander wil `adem zichtbaar maken'. Van Leeuwen: ,,Die studenten zijn almaar bezig met het ontregelen en ze willen zich met die ontregelingen op de kaart zetten.'

Sommige gesprekken tussen Dok en haar studenten zijn zo vaag of hilarisch (`Ken je Christo?' `To?', vraagt het meisje aarzelend), dat je je afvraagt of van Leeuwen niet de draak steekt met het hele kunstonderwijs. ,,Ik heb het niet ironisch bedoeld', zegt ze, ,,Het is een mengeling van mijn eigen ervaringen en mijn verbeelding. De conceptuele kunst die ik voor die studenten bedacht is niet uit de lucht gegrepen, maar sterk gelieerd aan wat je op straat of in de musea ziet. Laatst las ik nog over een kunstwerk waarbij mensen op stoelen zaten die vier meter boven de grond waren opgehangen. Daarbij vallen de studenten uit mijn boek helemaal niet uit de toon: de verveling als kunstvorm à la Duchamp, halve woorden als een nieuw soort taal. Ik ben altijd bezig met spel in taal. Ik zat ergens en zag `deling is oten', toen dacht ik: ja, natuurlijk.'

,,Het gaat erom naar hetzelfde anders te kijken', zegt Van Leeuwen, ,,Mensen lopen in de supermarkt tussen al die producten. Wat is het, vragen ze zich af, en ook wat kost het? Maar kijken ze wel eens echt, van dichtbij, naar de huid van een perzik? Ik houd ervan dingen om te draaien. Op reis ontmoet je wel eens mensen die alles door een Nederlandse bril bekijken: in Nederland is dan alles het beste. Men is niet snel geneigd een bochtje te maken.' In Vrije vormen maakt het taalgebruik vele bochtjes: `bruggen zinken, moe geworden van het overspannen, naar de bodem' en mussen zoeken `tegen de houten hemel stuiterend het gat van de wereld'.

Maar hoe vaak je door die beeldspraak ook tot een glimlach wordt verleid, altijd is er die melancholieke ondertoon. Die was er ook al in Iep!, een kinderboek waarin een vogelmeisje haar geadopteerde ouders aan het idee laat wennen dat ze op een dag voorgoed haar vleugels zal uitslaan. In Vrije vormen kampt Dok met een onverwerkt verleden. Ze kan geen afscheid nemen: niet van haar mannen, niet van haar schilderijen en niet van haar meubels.

Gescheiden

,,Passiebloemen bloeien alsof niets overgaat', schrijft Van Leeuwen en: ,,Ze dacht na over wat niet krijgen doet met verlangen'. Zelf heeft Van Leeuwen ook nogal wat afscheid moeten nemen de laatste jaren: ze is gescheiden en onlangs ging haar zoon het huis uit om te studeren. ,,Dat heeft vast zijn weerslag in mijn werk. Ik word vijftig en moet eigenlijk met alles weer opnieuw beginnen. Ik weet hoe dingen kunnen gaan en voelen. Leren loslaten, dat is een kernwoord. Niet zo gemakkelijk maar wel zinvol.'

Dok neemt haar toevlucht tot haar schilderkunst: in haar doeken wil ze verdwijnen, daar brengt ze de concentratie op die op geluk lijkt en die haar alles en iedereen om haar heen doet vergeten. Ze vindt er een manier om met de werkelijkheid om te gaan. Haar woning vormt ze om tot atelier. Terwijl haar doeken de strijd tonen tussen onvolmaaktheid en volmaaktheid, woedt dat gevecht ook buiten de muren van haar huis, in alle hevigheid: dat is de andere verhaallijn van Vrije vormen.

Dok verhuurt – tot ongenoegen van de buurt – een etage aan een buitenlandse vrouw, Mara. De vrouw, die maar gebrekkig Nederlands spreekt, krijgt eieren naar haar hoofd, wordt beledigd. De buurtbewoners laten er geen misverstand over bestaan dat ze haar het liefst zouden zien vertrekken. Het blijft niet bij woorden en eieren. Op een dag is Mara's hele inboedel meegenomen en slaat ze zelf op de vlucht. Wat Mara overkomt is niet uit de lucht gegrepen. Van Leeuwen hoorde van vrienden, voormalige vluchtelingen, hoe zij voor ieder afdankertje dat ze kregen dankbaar moesten zijn, hoe zij voor elk aftands meubelstuk dat hun werd geschonken moesten glimlachen `tot ze pijn in de kaken kregen'. Ook kent ze het verhaal van een bedreigde familie wier hele hebben en houden verdween toen ze niet thuis waren – precies het verhaal van Mara. Het thema van vervorming – enerzijds uitgewerkt in de kunstprojecten – wordt subtiel weerspiegeld in haar visie op de samenleving.

Is Vrije vormen een geëngageerde roman? Van Leeuwen: ,,Die kant van het straatrumoer betrek ik er graag bij. Dat gaat vanzelf. Ik wil iets schrijven waarvan ik het gevoel heb dat het iets te maken heeft met de tijd en de plaats waarin ik leef. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vingen mijn grootouders op de Zuid-Hollandse eilanden Vlaamse vluchtelingen op. In de Tweede Wereldoorlog zat het huis van mijn ouders, in Friesland, vol met westerlingen. Rond 1970, toen we in Brussel woonden, kwamen er bij ons Zuid-Afrikanen over de vloer. Toen Nederland vol was, dacht ik: bij mij niet, en dus haalde ik vluchtelingen in huis. Voor mij is dat iets van alle tijden – iets waarvan ik denk: als je zelf niet de klos bent, dan is een ander het wel.'

Deeg

,,Mijn verhaal is ook een territoriumverhaal', zegt Van Leeuwen, ,,Dok en Mara tasten af waar voor ieder van hen de grens ligt. Dok wil niet dat Mara in haar kamer komt, maar Mara doet dat toch – al is het met de beste bedoelingen. Mara wil dat Dok uit de keuken blijft als zij er kookt, maar toch trapt Dok per ongeluk op het deeg waar Mara mee bezig is. Ze overschrijden elkaars grenzen. Dan wordt er gezegd: tot hier en niet verder. Vrijheid wordt zo vaak verward met grenzeloosheid.'

Zelf ervoer Van Leeuwen al vroeg wat het betekende een buitenstaander te zijn. Op haar dertiende kreeg haar vader, die theoloog was, een baan in Brussel – een in menig opzicht doorslaggevende gebeurtenis in haar leven. ,,In Brussel was alleen het feit al dat je protestant was, uitzonderlijk. Daar vroegen ze: `is dat ook christelijk?'' Op de Vlaamse school die ze bezocht voelde ze zich in eerste instantie vreemd en ontworteld. Een voorbeeld, klein maar wezenlijk: ,,Op een dag had ik mijn huiswerk niet goed gemaakt, ik snapte het niet. De lerares reageerde meteen: `Als jij het beter denkt te weten, als Hollandse, dan ga je maar terug naar je eigen land'. Dat is op zich een goeie ervaring, want dan weet je meteen wat het is als mensen je op zo'n clichématige manier in een hoekje zetten. Alleen weet je op dat moment even niet waar je het zoeken moet.' Wat haar toen ook opviel was dat veel Nederlanders niet in de Belgische samenleving integreerden: ,,Ze bleven in de Nederlandse kolonie zitten. Dat besef relativeert de heftige manier waarop Nederlanders die alleen in Nederland hebben gewoond zeggen dat buitenlanders meteen moeten integreren. Ik herinner me ook nog dat we een beetje de spot dreven met Nederlanders die op Koninginnedag met een oranje strik op school verschenen.'

Dok denkt na over de eenvoud van geniale gedachten: ,Zoals die van Conté om pijpaarde te gebruiken voor zijn potloden. Maar je moest die geniale gedachten wel krijgen. Dok had graag de plak-

randjes bedacht, dat idee had ze graag op een morgen gekregen toen het nog niet te laat was, dat er plakrandjes kunnen worden vervaardigd aan papiertjes voor het opschrijven van gedachten die niet vergeten moeten worden. Ze zou eigenlijk vaker aan dingen als pijpaarde en plakrandjes moeten denken, zulke dingen, maar dan andere, tastbaar en niet wereldomvattend, maar waar je de schijn van lichtheid mee bereikt en de indruk van controle.'

Van Leeuwen: ,,Ik laat de verbeelding van Dok graag een klein wandelingetje maken. Dat zijn associatieve zijsprongetjes. Mijn werk is niet zo licht als het lijkt. Ik streef ernaar het zware licht te maken.'

Joke van Leeuwen: Vrije vormen. Uitg. Querido. 14,90 euro