Arm in arm met Signoret

Ik herinner me mijn ontmoeting met Philip Freriks. Ik was student, hij was correspondent in Parijs voor De Volkskrant, maar ik meende hem te herkennen in een Amsterdams café. ,,U lijkt sprekend op Philip Freriks, van wie ik een groot bewonderaar ben', zei ik. ,,Dat zal ik tegen Philip Freriks zeggen, als ik hem tegenkom', antwoordde Philip Freriks.

Dergelijke ontmoetingen blijven alleen bij de bewonderende partij hangen, zoals ook blijkt uit Freriks boekje Ik herinner me. De briljante correspondent is inmiddels een op verschillende manieren onnavolgbare nieuwslezer geworden en volgt in het boekje het voorbeeld van Georges Perec en diens Je me souviens: mémoires in de vorm van losstaande alinea's die allemaal beginnen met de woorden `Ik herinner me'. Freriks zag in 1998 een opvoering van Perecs tekst en staat nu ook zelf met zijn herinneringen – en de bijbehorende muziek – op het toneel. Een belangrijk deel van het boekje gaat op aan de herinnering van uiteenlopende muzikanten (Jacques Brel, Tom Jones, Bill Haley, Julien Clerc), actrices (Jeanne Moreau, Christine Keeler, Claudia Cardinale, Shirley MacLaine) en ontmoetingen met beroemde mensen (Khomeini, Mitterrand, Bernard-Henri Lévy, Joop den Uyl).

Voor die laatste soort herinneringen is het Ik herinner me duidelijk niet de juiste vorm: er blijkt weliswaar uit hoe dicht de correspondent Freriks op het nieuws en de belangrijke Parijzenaars zat, maar hier is de bekende Nederlander aan het woord. Die herinnert zich dat Mitterrand hem altijd voor een Duitser aanzag en dat Den Uyl met het overhemd uit de broek pingpongde, maar zwijgt over wat Khomeini hem nu precies vertelde. Een analyse is dan ook zijn doel niet, wel `een mengeling van zelfspot en tedere nostalgie'. Op een aantal plaatsen werkt dat. Want tussen de alinea's door komt nogal wat leed naar voren. In de vorm van een wel erg grijze jeugd, die werd overschaduwd door de dood van een oudere broer, die, negen jaar oud, op 14 april 1945 in het raam van zijn grootouders' huis werd doodgeschoten – door een verdwaalde kogel of door een sluipschutter. De enkele maanden later geboren Freriks schetst een mooi beeld van hoe hij later zelf in dat raam zat, hoe zijn hele jeugd werd bepaald door `de zondagse gang naar de begraafplaats' en hoe daarom `Parijs' zijn `vlucht vooruit' werd.

Die zeer persoonlijke motivatie voor de reis naar de plaats die halverwege de jaren zestig het revolutionaire wereldcentrum was, gaat vervolgens naadloos over in de herinneringen aan revolutionair en post-revolutionair Parijs, waar het persoonlijke, het politieke, de verbeelding en de macht tot een uniek mengsel kwamen. Waarbij de politieke dimensie dertig jaar later dienst doet als collectieve kop van Jut of, zoals bij Freriks, is verdrongen door andere elementen. Hij herinnert zich de begrafenis van de in 1979 vermoorde linkse activist Pierre Goldman, en `dat die middag mij toch vooral ook is bijgebleven omdat ik de lange tocht naar het kerkhof arm in arm met Simone Signoret gelopen heb'. Die had twee jaar eerder haar memoires gepubliceerd: La nostalgie n'est plus ce qu'elle etait.

Philip Freriks: Ik herinner me. Conserve, 100 blz. €13,–