`Zolang Bush Riad spaart gaat Al-Qaeda door'

De Amerikaanse president George Bush heeft na de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington gezworen de geldbronnen van de terroristen droog te leggen. Maar daarvan komt niets terecht zolang Washington weigert Saoedi-Arabië aan te pakken waar de belangrijkste geldschieters van Osama bin Ladens Al-Qaeda zitten. Tot dan blijft Al-Qaeda ,,een dodelijke bedreiging'' voor de Verenigde Staten.

Dat meldt de invloedrijke Council on Foreign Relations, een onafhankelijke denktank in New York in het vandaag vrijgegeven rapport `Terrorist Financing'. Het rapport is opgesteld door een groep experts, Republikeinen zowel als Democraten, waarvan onder anderen ex-onderminister van Financiën Stuart Eizenstat en twee oud-leden van de Nationale Veiligheidsraad deel uitmaken. Eerder heeft ook een groep deskundigen die is benoemd door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gemeld dat de inspanningen om de geldstromen naar Al-Qaeda en zijn satellieten af te snijden nog maar weinig hebben opgeleverd. Maar hun rapport wees lang niet zo duidelijk Saoedi-Arabië aan als centraal probleem.

Al-Qaeda, aldus het rapport van de Council on Foreign Relations, krijgt het grootste deel van zijn geld van islamitische liefdadigheidsorganisaties en individuen in Saoedi-Arabië, ,,en jarenlang hebben Saoedische regeringsfunctionarissen dit probleem genegeerd''. In 1999 bij voorbeeld heeft Riad zijn witwaswetgeving geamendeerd om haar in overeenstemming te brengen met de internationale standaard, maar deze amendementen zijn tot de dag van vandaag niet uitgevoerd. Amerikaanse regeringsfunctionarissen op hun beurt houden volgens het rapport vol dat Saoedi-Arabië meewerkt om de financiering van terreur af te snijden, ,,terwijl ze heel goed in de gaten hebben waar dat niet het geval is''. Het rapport ziet daarin een ,,politieke beslissing'' van Washington, namelijk om niet al zijn invloed en tot zijn beschikking staande wetten te gebruiken om Saoedi-Arabië – en in mindere mate ook Europese regeringen – onder druk te zetten.

Tegenover The New York Times zei Eizenstat dat ,,er altijd een neiging is geweest om het koninkrijk met fluwelen handschoenen aan te pakken wegens zijn economisch en strategisch belang''. Het rapport is volgens hem bedoeld om er de nadruk op te leggen dat een fundamentele beslissing moet worden genomen dat de aanpak van de financiering van terreur belangrijk genoeg is om ,,te breken met het patroon van onze relatie''.

Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Financiën zei tegen The New York Times dat het rapport de toegenomen inspanningen van de regering-Bush om de geldbronnen van terroristen af te snijden, negeert. Verder zei hij dat de regering ,,blij is met de medewerking van de Saoediërs''.