Suede verdwaalt in stortregen van bot lawaai

Hoe lang kan een popgroep het volhouden om donker, decadent en mysterieus te blijven? De Engelse groep Suede heeft het er moeilijk mee. Tien jaar geleden brachten ze met hun magische galmgeluid iets nieuws in de Britse popmuziek, duidelijk geënt op de Ziggy Stardust-periode van David Bowie maar zo brutaal en eigenzinnig als een zelfverzekerde nieuwkomer kan zijn. In zanger Brett Anderson en gitarist Bernard Butler beschikte Suede over een hecht componistenkoppel á la Jagger & Richards, totdat Butler het voor gezien hield voor een matig geslaagde solocarrière.

Suede doorstond enkele bezettingswijzigingen en groeide uit tot een instituut in de Britpop, zodanig dat zelfs hun minst geslaagde, voorlaatste album Head Music een groot succes werd. Anderson overleefde een periode van chronische drugsverslaving en keert als herboren terug op een cd met de veelzeggende titel A New Morning. Aan de oppervlakte klinkt het als het oude Suede met de slepende ritmes en de herkenbare, overslaande stem. Maar de magie van wisselwerking tussen de muzikanten ontbreekt, nu ze kunnen volstaan met de herhaling van een formule.

Op het podium bleek dat eens te meer, nu het vijftal (toetsenman Neil Codling werd vervangen door Alex Lee uit de groep Strangelove) na een afwezigheid van meer dan twee jaar nog moeiteloos in staat bleek Paradiso te vullen. Het gaf al te denken dat het podium hoger was dan anders en dat er dranghekken voor stonden, want Suede heeft grootse stadionaspiraties. Vooral Brett Anderson onderging een metamorfose en stuurt aan op een bottere podiumact die minder op Bowie, en meer op een kruising tussen Iggy Pop en Freddy Mercury begint te lijken. Wijdbeens paradeerde hij over het podium, de hand in het kruis of zwaaiend met de microfoon.

Misschien stuurt Anderson aan op een solocarrière, want hij had het nadrukkelijk en meermaals over ,,mijn nieuwe album'' en hij nam een heroïsche pose aan als hij er een nummer van aankondigde. Zijn stem verliest het decadent snerende randje nu hij boven veel hardere muziek uit moet klinken. Positivity is zijn nieuwe lijflied, maar de gemaakte glimlach moest spoedig wijken voor een bittere grijns. Beukende drums en het galmende gitaar- en toetsengeweld hulden Suede in een stortregen van bot lawaai, waarin oude nummers hun glans verloren en nieuw materiaal niet uit de verf kwam. De ooit zo frisse beginselverklaring So young, so gone klonk nu als een loze kreet van een stampende rockdinosaurus, te zwaar voor Paradiso maar te mager om zo ver van huis te overleven.

Concert: Suede. Gehoord: 15/10 Paradiso, Amsterdam.

    • Jan Vollaard