Ook LPF-stemmers moeten zich schamen 9

Tumultueuze tijden met kansen voor links. Het kabinet is gevallen, de verkiezingen zijn in aantocht. Als er de afgelopen 25 jaar ooit sprake is geweest van polarisatie in de politiek, dan is het wel nu. Aan te nemen valt dat CDA en VVD in de campagne zullen inzetten op voortzetting van de samenwerking en uitvoering van het onversneden rechtse beleid. Voor de geloofwaardigheid van het linkse alternatief hangt veel af van de PvdA. De grootste oppositiepartij verkeert in een crisis en heeft momenteel leider noch program. Maar in die vacatures kan eenvoudig worden voorzien: het valt te verwachten dat Wouter Bos, de gedoodverfde kandidaat voor het partijleiderschap, onder de huidige omstandigheden in snel tempo op het schild wordt gehesen. En een programma is gauw gevonden als de aanval wordt geopend op het kabinetsbeleid.

Willen we een minister voor Ontwikkelingssamenwerking of liever één voor Vreemdelingenzaken en Integratie? Willen we vrouwen in het kabinet of is dat van geen enkel belang? Willen we aandacht voor het milieu of hechten we daar geen waarde aan? Voeg daarbij de tweespalt in het kabinet over Europa, de meegaandheid inzake de oorlog tegen Irak en de economische politiek die vooral de betergesitueerden dient (afschaffing OZB, teruggave kwartje van Kok) en de oppositie heeft munitie genoeg.

De vraag is of premier Balkenende, nu nog op koers in de peilingen, bij de verkiezingen de rekening gepresenteerd krijgt voor het faliekant mislukken van zijn eerste kabinet. Hij heeft zich in zijn onervarenheid tenminste twee keer flink misrekend – om te beginnen door zijn onzalige besluit om überhaupt met de LPF in zee te gaan. Balkenende had de stuurloze stroming van opportunisme en rancune de gelegenheid moeten geven om in de oppositie uit te groeien tot een serieuze partij.

    • Machiel Bosman