Ook LPF-stemmers moeten zich schamen 11

Het is geen opluchting dat de LPF al zo snel door de zijdeur afgaat, tenminste niet zolang geen werkelijk antwoord komt op dat wat Pim Fortuyn losmaakte. Dat antwoord blijft vooralsnog uit, terwijl D66 dat antwoord in huis heeft. D66 staat veel minder ver van Fortuyn dan iedereen denkt, waarbij zij opgemerkt dat Fortuyn iets anders is dan de LPF. De grote overeenkomst tussen Fortuyn en D66 is een in alles doorklinkend anti-conservatisme. Dit anti-conservatisme is iets anders dan progressiviteit. Veel progressieven zijn immers aartsconservatief. Het is voor de PvdA een belangrijke oorzaak geweest van de verkiezingsnederlaag.

Anti-conservatief is een afkeer hebben van `zo hebben we het altijd gedaan'. Van gebaande paden, van vastgeroeste ideeën en stugge tradities. Deze leerstelling van het anti-conservatisme heeft D66 gemaakt tot de partij van de politieke en bestuurlijke vernieuwing, maar ook van immateriële onderwerpen als euthanasie en het homo-huwelijk.

Programmapunten die overigens door Pim Fortuyn integraal werden overgenomen. Echter, elk anti-conservatisme werd door D66 uit het oog verloren als haar politieke correctheid in het geding kwam. Die politieke correctheid heeft D66 verstikt.

D66 moet voor eens en altijd de anti-conservatieve partij van Nederland worden. Met een duidelijker en vooral consequenter beleden anti-conservatisme kan de partij alle problemen van deze tijd een sluitend kader geven: anti-conservatief denken over bijvoorbeeld de gezondheidszorg, veiligheid, en het milieu.

    • Romke Oortwijn