McCarthy's obsessief smerige ernst

De Amerikaanse videokunstenaar Paul McCarthy is vies en voos, seksueel verknipt en houdt van ketchup. En dus wordt bij de ingang van zijn expositie Videowerken 1971-1999 in Haarlemse De Hallen aangekondigd dat deze `minder geschikt is voor personen onder de achttien jaar'. Een interessant inhoudelijk statement. Want met evenveel gemak kun je stellen dat deze expositie kinderen juist zal aanspreken. In een tijd waarin mensen op tv schalen met maden leegeten en voor duizend gulden met een frikadel uit hun anus over straat kruipen is het moeilijk voor te stellen dat de gemiddelde puber nog geschokt wordt door een Kerstman die in een bak met chocoladesaus gaat zitten. Het is eerder de vraag of McCarthy's werk zich voldoende van de tv-bagger onderscheidt om nog met goed fatsoen tot de kunst te kunnen worden gerekend.

Het antwoord is volmondig `ja'.

Dat komt in de eerste plaats doordat De Hallen een goede manier heeft gevonden om McCarthy's werk te exposeren. De meer dan vijftig video's, in totaal zo'n vijftien uur film, worden achter elkaar gedraaid in een verduisterde zaal waar de toeschouwer rustig kan gaan zitten. Voor wie dat te lang duurt staan er elders twee videorecorders waar iedere bezoeker zijn eigen selectie kan maken. Juist bij McCarthy is dat de moeite waard, want zijn vroege werk, zwartwitfilmpjes uit de jaren 1971-'74, is weinig te zien en de filmpjes duren zelden langer dan een paar minuten. Zo krijgt de toeschouwer snel een uitstekend overzicht van het fundament van McCarthy's oeuvre.

McCarthy is een videopionier die iets later met het medium begon dan Nam June Paik en Bruce Nauman. Zijn vroegste werken, als Spinning, waarin hij met gespreide armen rondjes door de kamer draait, en Spitting on the Camera Lens, waarbij hij de camera bespuugt, doen sterk denken aan Naumans lichaam-ruimte-onderzoek. Maar McCarthy wordt al snel de `nasty Nauman'. Een goed voorbeeld daarvan is Ma Bell, een van zijn vroegste werken: een ruim zeven minuten durend zwartwitfilmpje waarin McCarthy een telefoonboek bedruipt met een mengsel van meel, afgewerkte olie en veren. De concentratie waarmee dit proces wordt uitgevoerd is aanstekelijk, de vieze, vettige `sculptuur' appeleert aan een lekker, primair kliedergevoel.

Dat is ook waar het McCarthy om gaat. Aanvankelijk lijkt zijn gesmeer met ketchup en mayonaise bevrijdend. Maar dan merkt de toeschouwer dat het hem ernst is – obsessieve ernst. En dan laten zijn films zich bekijken als een kind dat net zoveel snoep mag eten tot het kotsmisselijk wordt. Elke keer weer. In de loop der jaren worden McCarthy's films steeds trager en steeds minder sensationeel, maar zeker niet minder smerig. Bij McCarthy op z'n best, zoals in een `klassieker' als Bossy Burger (1991), trekt hij de toeschouwer de film in door absurde slapstick-achtige beelden (hij speelt een kok met een stripfigurenmasker op). Maar uiteindelijk wordt de toeschouwer opgezadeld met een angstig gevoel van beperking en repressie. Is het het te veel? De traagheid? Ergens blijkt een verzadigingspunt te zitten en McCarthy gaat er ruimschoots overheen.

In de afgelopen jaren is McCarthy, samen met Mike Kelley, uitgegroeid tot de ultieme `kunstpuber'. Kunstenaars als Raymond Pettibon en Bjarne Melgaard, Erik van Lieshout en David Bade werken in zijn traditie - zelfs Nauman heeft zich met zijn Clown Torture in de McCarthy-geest begeven. Maar zoals dat gaat met godfathers, niemand is zo extreem als McCarthy. Als het overzicht in De Hallen iets laat zien dan is het dat beeldende kunst nog steeds provocerend en ondermijnend kan zijn. En niks `ongeschikt voor jongeren'. Kan hier geen CJP-arrangement tegenaan worden gegooid?

Tentoonstelling: Paul McCarthy: Videowerken 1971-1999. T/m 27 okt. in De Hallen, Grote Markt 16, Haarlem. Di t/m za 11-17u, zo 12-17u. Inl. 023-511 5775 of www.dehallen.com

    • Hans den Hartog Jager