Mariss Jansons wil geen revolutie ontketenen

De nieuwe chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest zal per seizoen twaalf weken dirigeren, maar komt voorlopig niet met een Matthäus Passion.

De Letse dirigent Mariss Jansons (59) heeft gistermiddag zijn handtekening gezet onder een contract dat hem vanaf september 2004 voor drie jaar als chef-dirigent verbindt aan het Koninklijk Concertgebouworkest. Het contract kan elk jaar met één jaar worden verlengd. Jansons zal het orkest per seizoen twaalf weken dirigeren, waarvan zes weken op tournee en zes weken in Amsterdam. Naast dat totaal van 35 à 40 concerten zal hij, net als Chailly, ook producties leiden bij De Nederlandse Opera.

In totaal zal hij iets minder vaak voor het orkest staan dan Riccardo Chailly, wiens chefschap zestien weken telt. Jansons: ,,Dat was geen beschikbaarheidskwestie, maar een principiële keuze. In deze jachtige tijd is iedereen ingesteld op verandering, merk ik. Te veel voor een orkest staan is niet goed. Dan wordt het routinewerk.''

Het Koninklijk Concertgebouworkest begon de selectie van zijn nieuwe chef-dirigent met twintig namen, maar Jansons werd als enige kandidaat benaderd. Wel werd de jonge Duitser Christian Thielemann, wiens naam aanvankelijk ook circuleerde, op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen ,,opdat hij die niet in de krant hoefde te lezen'', aldus orkestdirecteur Jan-Willem Loot. Thielemann zal als gastdirigent drie weken per seizoen voor het orkest staan.

Doorslaggevend in de keuze voor de gerijpte Jansons noemde Loot diens brede ervaring en lange relatie met het Concertgebouworkest. Loot: ,,Sinds de benoeming van Chailly in 1986 is er veel veranderd. Er is nu veel competitie tussen de internationale toporkesten. Met Mariss Jansons zal het Concertgebouworkest zijn positie verdedigen en bestendigen.'' Naast Jansons zullen jonge dirigenten als Markus Stenz, Ingo Metzmacher, Daniel Harding en Sakari Oramo vaker voor het orkest staan. Riccardo Chailly staat met ingang van het seizoen 2006/2007 twee weken voor het orkest als `dirigent emeritus'.

Mariss Jansons combineert het Concertgebouworkest met een eveneens twaalf weken omvattend chefschap bij koor en orkest van de Bayerische Rundfunk in München, dat ingaat per september 2003. Internationale gastdirecties worden beperkt tot optredens bij de Berliner Philharmoniker en de Wiener Philharmoniker. Het afstemmen van repertoire tussen zijn orkesten ziet Jansons niet als problematisch. ,,Je moet elk orkest op zijn eigen merites beoordelen. Het is onzin te denken dat wanneer ik een werk in München dirigeer, ik dat niet in Amsterdam zou kunnen doen, en vice versa.''

Jansons betoonde zich zeer verheugd over zijn benoeming: ,,Ik ben als mens en dirigent gerijpt, en zal nu de piektijd van mijn professionele leven chef-dirigent zijn van een van de mooiste orkesten ter wereld in een van de mooiste zalen ter wereld. Het Concertgebouworkest heeft een rijke speelcultuur, en een zeldzaam gevoel voor muzikale interpretatie.''

Jansons liet in het midden hoe hij zich tot het traditionele Concertgebouwrepertoire wil verhouden. ,,Ik wil een zeer breed repertoire dirigeren, dat is de taak van een chef. En dus óók eigentijdse muziek, en óók Mozart en Haydn. Maar een revolutie zal ik niet ontketenen.'' Aan Bachs Matthäus Passion wil Jansons zich voorlopig niet wijden. ,,Dat werk is zo heilig... Als je nu Bach wilt dirigeren, moet je een zeer eigen, weloverwogen visie hebben. Dat vergt tijd en studie.''

Jansons' contacten met platenmaatschappij EMI zullen naar alle waarschijnlijkheid niet leiden tot samenwerking met het Concertgebouworkest. Dat blijft mét Jansons beschikbaar voor opnames bij andere labels, en zal in eigen beheer live-opnames op cd uitbrengen. Jansons is in juni 2003 voor het eerst weer voor het Koninklijk Concertgebouworkest te beluisteren in Dvoráks Negende symfonie (`uit de nieuwe wereld') en Bartóks Concert voor orkest.