Knieval Noord-Korea in plaats van pokerface

Voor de tweede keer in twee maanden heeft Noord-Korea een pijnlijke bekentenis gedaan. Een staaltje van guerilladiplomatie?

De diplomatie van Noord-Korea is wel vergeleken met de betere guerrillatactiek. Het land weet altijd weer de tegenstander met een onverwachte stap te verrassen en is niet te beroerd om grote risico's te nemen. Verrassend is de laatste bekentenis van Noord-Korea zeker, maar over de bedoelingen is het laatste woord nog niet gezegd.

Een `gewone' Noord-Koreaanse onderhandelaar had gerust ontkennend kunnen antwoorden op de Amerikaanse verdenking dat het land een installatie voor verrijking van uranium had. Een vreedzame verklaring voor deze faciliteiten ligt volgens experts nu eenmaal niet voor de hand. Aangezien Noord-Korea altijd heeft ontkend dat het een kernwapen wilde ontwikkelen, zou een ontkenning met pokergezicht logisch zijn geweest. Maar toen de Amerikaanse gezant James Kelly op 4 oktober tijdens een gesprek in Pyongyang Amerikaanse informatie over de installatie liet zien, volgde een verbluffende bekentenis.

De bekentenis zelf is pas gisteren bekend geworden. Het is niet duidelijk met welke woorden Kelly zijn informatie aan de Noord-Koreanen presenteerde. Wel reageerde een Noord-Koreaanse woordvoerder op 7 oktober, kort nadat Kelly Pyongyang weer had verlaten, via het persbureau KCNA woedend op Kelly's ,,arrogantie'' bij het presenteren van zijn ,,zorgwekkende kwesties'' die slechts ,,het product zijn van een vijandige houding'' tegenover Noord-Korea. Dit geeft de indruk dat Noord-Korea niet geheel vrijwillig de bekentenis tegenover Kelly heeft gedaan.

Tegelijkertijd is het moeilijk Noord-Korea tot iets te dwingen. In 1994 zag het er geen been in toenmalige Amerikaanse verdenkingen over de Noord-Koreaanse ontwikkeling van een kernwapen bijna tot oorlog te laten escaleren. De VS waren al bezig extra oorlogsmaterieel naar Zuid-Korea te transporteren, terwijl Noord-Korea aan de onderhandelingstafel zei dat het nooit zou toestaan dat de VS aanvalscapaciteit in Zuid-Korea zouden opbouwen. De Noord-Koreanen hadden hun lessen geleerd uit de Golfoorlog, toen de VS alle tijd hadden een leger op te bouwen en vervolgens Irak onder de voet liepen. Alleen een eigenhandig ingrijpen van oud-president Jimmy Carter – afgelopen vrijdag beloond met de Nobelprijs voor de Vrede – voorkwam verdere escalatie. Een escalatie die volgens Amerikaanse berekeningen zeker een miljoen mensen het leven zou hebben gekost.

Dit glasharde, in guerrilladiplomatie gespecialiseerde Noord-Korea heeft de afgelopen twee maanden opeens twee bekentenissen gedaan die het land in eerste instantie eerder schade berokkenen dan goed doen. Vorige maand deed het de beschamende bekentenis dat het twintig jaar terug een dertiental jonge, Japanse burgers heeft ontvoerd. De vijf nog in leven zijnde ontvoerden zijn momenteel tijdelijk op bezoek bij hun familie in Japan en doen de bevolking van de ene in de andere verbazing over Noord-Korea vallen. Sommige Japanners waarschuwen al dat de media niet al te zeer een anti-Noord-Korea stemming moeten creëren uit morele verontwaardiging. Ze wijzen erop dat Japan en Korea historisch gezien nu eenmaal een beladen relatie hebben, waarvoor Japan zelf grotendeels verantwoordelijk is.

Daarbij komt nu de bekentenis over een programma voor verrijking van uranium. Ook al is verrijkt uranium geen kernwapen, het is wel een stap op weg naar een kernwapen en in strijd met alle uitspraken die Noord-Korea tot dusver heeft gedaan. Dit kan worden gezien als een bewijs van de onbetrouwbaarheid van Noord-Korea. Het kan echter ook worden gezien als een teken dat Noord-Korea wil praten, zoals bijvoorbeeld Yim Sung-joon, de veiligheidsadviseur van de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung, vandaag zei.

In dat licht zouden de twee opeenvolgende bekentenissen ook logisch verklaarbaar kunnen zijn, al blijft het een grote vraag of dergelijke logica op Noord-Korea's gedrag kan worden losgelaten. Met Zuid-Korea onder president Kim Dae-jung zijn altijd gesprekken mogelijk. Met de eerste bekentenis zijn de onderhandelingen met Japan over diplomatieke relaties vlot getrokken. Met de laatste bekentenis moeten de VS wel weer naar de onderhandelingstafel teruggaan. Het Noord-Koreaanse regime zit in grote economische problemen. Met name van Zuid-Korea heeft het tot dusver al veel geld en voedselhulp los weten te weken in onderhandelingen over het verbeteren van de relaties.

    • Hans van der Lugt