Kabinetscrisis, een woordenboek

Demissionair kabinet: Kabinet dat zijn ontslag bij de koningin heeft ingediend en waarvan het staatshoofd de ontslagvrage `in overweging heeft genomen'. In afwachting van een nieuw kabinet worden de ministers en staatssecretarissen verzocht `al datgene te blijven verrichten wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk achten'. Het kabinet-Kok werd demissionair toen het aftrad na verschijning van het rapport over de val van Srebrenica.

Interimkabinet: Een kabinet dat de periode overbrugt tussen het ontslag van het oude en het aantreden van het nieuwe kabinet. De aanduiding duidt op een andere coalitiesamenstelling. Een interimkabinet heeft veelal dezelfde status als een demissionair kabinet. Het kabinet-Zijlstra (1966-1967) was het laatste interimkabinet.

Rompkabinet: Kabinet dat zijn ontslag bij de koningin heeft ingediend en in afwachting van een nieuw kabinet voortgaat in afgeslankte vorm, meestal als gevolg van het uittreden van een of meer coalitiepartners. Een rompkabinet heeft eveneens veelal dezelfde status als een demissionair kabinet. Het derde kabinet-Van Agt (1982) was een rompkabinet.